Klein leger, groot risico
Hoe zullen we ons luchtruim bewaken wanneer de F16’s het einde van hun levensduur hebben bereikt? Foto: Ivan Put

Terwijl de internationale spanningen toenemen, zien we in België de krijgsmacht almaar verder inkrimpen. Niet verstandig, zegt Alexander Mattelaer. Meer dan ooit hebben we nood aan een defensie die voldoende slagkracht heeft om onze welvaart te verdedigen.

Wie? Assistent-directeur van het Instituut voor Europese Studies (VUB). Doet onderzoek naar defensieplanning in een nationale en Europese context.

Wat? We moeten durven investeren in defensie, in ons aller belang. En dat hoeft niet eens zoveel te kosten.

Jens Franssen legt de vinger op de wonde (DS 28 april) . Nu de geopolitieke rivaliteit en militaire dreiging hun comeback maken, staan verdere bezuinigingen op defensie gelijk aan roekeloos gokken met het welzijn van toekomstige generaties. De afwezigheid van betekenisvol debat over defensie is stuitend. België moet resoluut kiezen voor een breed inzetbare krijgsmacht. Dit betekent een defensie met eigen landstrijdkrachten, marine en luchtmacht, volop ingebed in verschillende internationale samenwerkingsverbanden. Daar hangt een prijskaartje aan vast, maar het is geen weggegooid geld. Defensie gaat immers niet alleen over buitenlandse operaties, maar schrikt ook conflicten af en stimuleert de economie.

Europa staat in rep en roer. Frankrijk heeft de handen vol met het tegenhouden van staatsimplosie in Mali en de Centraal Afrikaanse Republiek, Duitsland breekt zich het hoofd over de Eurocrisis, en de Angelsaksische bondgenoten focussen zich op de opkomst van Azië. Rusland zag de kans schoon om salamigewijs stukjes van Oekraïne af te snijden. Ernest Hemingway wist het al: oorlogen komen voort uit de nalatigheid welvaart te verdedigen. En Europa heeft zijn verdediging al te lang verwaarloosd. We hebben het vredesdividend van de jaren negentig blijven innen lang nadat de internationale context weer was beginnen te veranderen.

Goedbewapend pensioenfonds

Haast nergens is deze trend zo duidelijk als in België. Over een tijdspanne van drie decennia is onze defensie-inspanning verschrompeld van 3,35 procent tot 1 procent van het bbp. Daarmee bengelt België onderaan de Europese ladder. Nog problematischer is de budgettaire invulling. Aangezien besparingen nooit mochten leiden tot ontslagen of de sluiting van al te veel basissen is het evenwicht tussen personeelsuitgaven, werkingskosten en investeringen helemaal scheefgegroeid. Volgens het Europees Defensie Agentschap besteedt België weliswaar een kleine 2 procent van het overheidsgeld aan landsverdediging, maar daarvan vloeit 77 procent naar personeel en slechts 4 procent naar investeringen. Onze strijdkrachten worden daarom weleens minachtend een ‘goedbewapend pensioenfonds’ genoemd.

Diezelfde strijdkrachten staan nu voor een enorme uitdaging. Tegen 2025 gaat de helft van het huidige personeelsbestand met pensioen. Tegelijk naderen de voornaamste wapensystemen zoals de F-16’s en de fregatten het einde van hun levensduur. Een fundamentele hertekening van onze krijgsmacht is dus onvermijdelijk. De verschillende politieke partijen hebben elk hun eigen voorkeuren qua specialisatie en welke basissen ze willen openhouden. Maar dat is niet wat ons land nodig heeft. We nemen een kolossaal risico als we ons nationaal handelingsvermogen opgeven, zeker in tijden van internationale turbulentie en zonder een Europees alternatief.

Precies omdat niemand weet wat de toekomst brengt, moet België blijven kiezen voor een breed inzetbare krijgsmacht. Voor de landstrijdkrachten betekent dit dat de eenheden paracommando en de gepantserde vuurkracht behouden moeten worden. Zonder aansturing door brigadehoofdkwartieren verliest België het brein om over landoperaties na te denken. Onze marine is al ingebed bij onze noorderburen, maar zonder nieuwe schepen om aan maritieme escorte en mijnenbestrijding te doen, blijft op termijn alleen de Nederlandse marine over.

Voor de luchtmacht is een opvolger van de C-130 transportvliegtuigen al besteld. Maar wat betekent dat zonder jachtvliegtuigen om ons nationaal luchtruim te bewaken? Tijdens de operatie in Libië bestendigde de luchtmacht bijvoorbeeld de Belgische geloofwaardigheid op een moment dat de rente op de staatsschuld op de rand van de afgrond balanceerde.

Lapmiddel

Tot slot moeten we ook durven investeren in nieuwe technologie. Dit omvat zowel extra middelen om inlichtingen te vergaren als cybercapaciteiten. Het mag dan een interdepartementale verantwoordelijkheid zijn, een defensie die haar gemeenschap niet kan beschermen tegen buitenlandse aanvallen is die naam niet waardig.

Kunnen we dat allemaal betalen? Alle onheilstijdingen ten spijt kan dit perfect, zolang we twee voorwaarden in acht nemen. Een: op korte termijn dient de budgettaire marge die vrijkomt door het personeelsverloop omgezet te worden in investeringen. De volgende afslanking van defensie mag niet langer gebruikt worden als lapmiddel om de put van andere overheidsdepartementen te dempen. Twee: op middellange termijn dient ons defensiebudget te convergeren naar het Europese gemiddelde. Als we onze Europese roeping ernstig nemen, dan kunnen we niet anders dan ons evenredige deel bijdragen. Zo kunnen we ook de verjonging en de motivatie van het personeel vrijwaren.

Deze uitgaven doen trouwens geen afbreuk aan onze economische welvaart. Volgens de FOD Economie genereerde de aanschaf van de F-16 een economische weerslag van meer dan vier miljard euro in Belgische toegevoegde waarde. Als de generatie van morgen over handelingsvermogen wil beschikken, dan moeten we daar vandaag in investeren.