Beroepskosten: hoeveel kun je aftrekken van je belastingen?
Foto: mat
Een van de grootste klusjes bij het invullen van de belastingaangifte is het bewijzen van de beroepskosten. Het bijeenbrengen van alle gemaakte uitgaven is een werk dat stevig wat tijd in beslag kan nemen, maar wel de moeite kan lonen. Anderzijds: soms bewijst u beter géén kosten.

Eigenlijk is het al bij al eenvoudig: u kunt er zelf voor kiezen om uw kosten te bewijzen, en dat geeft recht op een korting op uw belastingaangifte. Als u niets bewijst, dan gaat de fiscus er van uit dat uw beroepsinkomsten toch kosten met zich meebregen, en maakt hiervan een schatting op basis van percentages.

Het is aan u om te zien wat u wil. Kort samengevat: als u kunt aantonen dat uw kosten hoger zijn dan het wettellijk forfait, dan bewijst u die best. Is het forfait hoger dan de aantoonbare kosten, dan neemt u beter genoegen met het forfait. 

  • Hoe hoog is mijn forfait?

In elk geval moet u weten hoe hoog de forfait is die de fiscus voor u bepaalt. Die hangt af van uw statuut én van de hoogte van uw inkomsten. Voor werknemers geldt: Op de eerste 5.800 euro inkomsten ziet de fiscus 30 procent kosten. Dat neemt daarna in trappen af, tot er een maximaal forfait is van 4.240 euro. Een vrij ingewikkelde berekening, maar met de (anonieme) module van De Standaard weet u in luttele seconden waar u aan toe bent. Bedrijfsleiders genieten slechts een forfait van 3 procent op hun hele bezoldiging, met een maximum van 2.390 euro. Als werkloze hebt u geen recht op een forfait.

BEREKEN ZELF. Op welke forfaitaire aftrek van beroepskosten hebt u recht?

In alle gevallen is het zo dat als je de kosten niét bewijst, je eigenlijk aangeeft genoegen te nemen met dit forfait. Zoals gezegd: als de kosten die je kunt bewijzen lager zijn, dan is dit een terechte beslissing. Maar je controleert best toch welke kosten je wél kunt bewijzen.

  • Hoeveel kosten kan ik bewijzen?

Denkt u dat u meer kosten hebt gemaakt dan het forfait dat voor u van toepassing is, dan neemt u best alles bij de hand: informatie over woon-werkverkeer, verplaatsingen in opdracht van de baas maar met uw privévoertuig, gegevens over de ruimte waar u van thuis uit werkt, de apparatuur die u daarvoor gebruikt...

De kosten liggen dan ook vaak hoger dan eerst gedacht.  Dit zijn een paar van de vaakst voorkomende en grootste kosten:

  • Woon-werkverkeer. Voor de wagen is er een vastgelegd bedrag van 15 eurocent per kilometer. Fietsers kunnen nog iets meer inbrengen: 22 cent. Maar zelfs wie bijvoorbeeld carpoolt mag kosten aftrekken.
  • De verplaatsingen in opdracht van uw baas met uw eigen wagen, of een wagen die u met een autodeelsysteem gebruikt. Hier geldt dat vastgelegde bedrag niet, maar is het nodig om de kosten wel post per post te bewijzen. Autokosten kunt u zo tot 75 procent afschrijven, andere vervoersmiddelen mag u volledig inbrengen.
  • De werkruimte thuis. Voor het gebruik van een bureauruimte in uw eigen huis mag u zowel een deel van de aankoopwaarde van het huis, huur of intrest, energieverbruik etc inbrengen. Hoeveel is afhankelijk van hoe groot de ruimte is ten opzichte van uw volledige huis, en van hoe vaak u van thuis uit werkt. Dat kan ook als huurder. Maar aangezien de verhuurder in dit geval zwaarder wordt belast, verbiedt die dat meestal. Best eerst uw huurcontract controleren of beroepsmatig gebruik is toegestaan, anders kunt u problemen met de huurbaas krijgen.
  • Het gebruik van uw eigen computer, tablet en ander kantoormateriaal: Deze mag u  deels aftrekken als u ze beroepsmatig gebruikt. Grote aankopen moet je over meerdere jaren afschrijven, kleine aankopen zoals papier mag je in een keer inbrengen.
  • Werkkleding mag u inbrengen als het gaat om heel specifieke zaken die je buiten het werk niet kunt gebruiken, zoals bijvoorbeeld een helm. Gewone kleding is uitgesloten.

Als werknemer moet u enkel het totale bedrag invullen, maar een toelichting van de ingebrachte kosten, vergezeld van bewijsstukken, is aangewezen om problemen bij de controle te vermijden. Wees dus ook niet te creatief: zo is er het verhaal van een man uit Australië die sigaretten inbracht, omdat hij dat zag als een middel om de stress op het werk binnen de perken te houden. Dat heeft de fiscus daar verworpen, en ook hier zult u daar niet mee weggeraken. 

BEREKEN ZELF. Bekijk hoeveel beroepskosten u kunt inbrengen

  • Werkloos?

Zoals eerder al aangegeven is de situatie voor werklozen iets anders. Als werkloze is er geen forfait, dus kun je ook kleine kosten inbrengen: vakbondsbijdrage, verplaatsingskosten naar opleidingen, postzegels voor sollicitaties op vraag van de VDAB.... 

Maar een aparte ruimte voor deze aftrek is er niet voorzien in de aangifte. Daarom moet je die kosten rechtstreeks aftrekken van de bruto-uitkeringen.In de aangifte vermeld je dan het nettobedrag van de werkloosheidsuitkering na aftrek van je kosten.