Meten, meten en nog eens meten
‘Mensen op de werkvloer gaan meer en meer gebukt onder bureaucratie.’ Foto: Jeanine Niepce/pn

Komt er veel kritiek op de toewijzing van een psychiatrisch centrum aan een privébedrijf, dan mogen we niet vergeten dat heel wat overheidsinstellingen intussen zelf al min of meer functioneren volgens de regels van het marktdenken, schrijft Dirk Holemans. En dus worden de medewerkers platgeslagen met bureaucratie en een meetdrift die de arbeidsvreugde doodt.

Wie? Coördinator denktank Oikos 

Het wekt veel verontwaardiging op, maar het is maar een symptoom: dat een privébedrijf als Sodexo een forensisch psychiatrisch centrum voor geïnterneerden mag uitbaten (DS 5, 7 en 8 april). Het is de voorlopige uitkomst van een proces van vermarkting dat allang bezig is.

Het proces begint al in de jaren zeventig met de oliecrisis: de economie stokt en veel jobs staan op de helling. Als kortetermijnantwoord gebruiken politici grote overheidsinstellingen als tewerkstellingsplaatsen. Daardoor keldert hun efficiëntie. Dat komt in de jaren tachtig de Tatchers van deze wereld goed uit: hun neoliberaal verhaal dat de privé het beter doet, krijgt de voorbeelden op een gouden schoteltje. In de jaren negentig kwam de tegenreactie, maar die bestond er niet in om de overheid te vernieuwen vanuit haar eigen grondprincipes. In de plaats kwam New Public Management (NPM): de hervorming van overheidsorganisaties op basis van principes van privébedrijven in een competitieve markt.

NPM maakt de basisprincipes van een overheidsorganisatie, rechtmatigheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, ondergeschikt aan de dogma’s van het marktdenken: efficiëntie, effectiviteit en eenvoud. Hoe is dat New Public Management onze samenleving binnengeslopen? Ik heb het de voorbij twintig jaar zo vaak als bestuurder zien gebeuren. Een (semi-)overheidsinstelling beseft dat ze onvoldoende functioneert, vindt geen gepaste expertise binnen haar domein en doet een beroep op privé-consultants. Hun methoden zijn even voorspelbaar als duur: iedereen op de werkvloer moet noteren wat ze elke minuut doen, en er wordt vergeleken met performantie uit de privé, in de veronderstelling dat alles vergelijkbaar is. Met als voorspelbaar advies: alles continu meten en in cijfers omzetten, waarvoor je dan een middenkader nodig hebt dat de cijfers omzet in een boordtabel voor het topmanagement. Intussen is ook een ‘functiezwaarte-analyse’ gebeurd, waaruit blijkt dat de managers in de organisatie te weinig verdienen, terwijl de mensen op de werkvloer elke dag meer en meer gebukt gaan onder bureaucratische vereisten en minder tijd overhouden om te doen waarvoor ze aangenomen zijn. Deze pensée unique maakt dat in meer en meer domeinen de Sodexo’s van deze wereld het voor het zeggen hebben.

Zorg inkopen

Als ouder heb ik het ook zien gebeuren: op de lagere school van mijn dochters werd elke dag vers gekookt. Later fusioneerde de school in een scholengroep en oordeelde het centraal management om, uit kostenbesparing, de schoolmaaltijden te privatiseren. Ondertussen gaan mijn kinderen naar de middelbare school met in het begin aangevoerde warme maaltijden. Maar ook dat bleek lastig en geen kerntaak, dus werden ze gewoonweg afgeschaft. Net op het moment dat overal initiatieven opduiken van stadslandbouw die aanleiding kunnen geven tot boeiende projecten op school… mochten er nog een keuken en een kok aanwezig zijn.

NPM is geen uniek Belgisch fenomeen. In Nederland, waar de vermarkting sterker is doorgeslagen, zijn de ontwikkelingen nog zorgwekkender. Daar moeten gemeenten ‘zorg inkopen’ bij ‘landelijke zorgverstrekkers’. En het is vreemd dat die effecten al jaren bekend zijn, maar niemand de nood voelt om er een alternatief tegenover te zetten. Zo benoemden onderzoekers al in 2008 NPM bij lokale besturen als een ‘plan- en controleneurose’. Auteur Wouter Hart noemt het ‘verdraaide organisaties’: de eigen principes van organiseren zijn verloren gegaan onder een lawine van managementlogica.

Het gaat om mensen, weet u nog?

Wat we nodig hebben is geen NPM-denken, wel politici die opkomen voor de eigenheid van overheids- en non-profit-organisaties. Er is niets verkeerds aan om zaken te meten, maar we mogen intussen het maatschappelijke doel niet uit het oog verliezen. Want dan gaat meten niet langer over weten. In zo’n situatie is louter meten domweg vergeten: we verliezen uit het oog dat het om mensen gaat.

Wat we bij al die ontwikkelingen vergeten, is dat NPM meestal de professionele autonomie van de mensen op de werkvloer beknot. En laat dit nu net de kern uitmaken van hun arbeidsvreugde. Die beschouwing maakt de cirkel rond: kan het zorgpersoneel in een privébedrijf, dat bespaart op zijn personeel in een psychiatrische instelling voor gedetineerden, zijn beroep nog wel echt uitoefenen? Het is alleszins een vraag die de muren van deze ene instelling overstijgt.