Overgenomen zin is al plagiaat

Of je nu veel of weinig zinnen letterlijk hebt overgenomen, zonder bronvermelding blijft het plagiaat, vindt Tom Naegels. En dus is Lorin Parys in de fout gegaan.

De column van Lorin Parys, ‘Lessen op je 38ste’ (DS 18 maart) , is sterk geïnspireerd door een column uit The New York Times, en bevat passages die er letterlijk uit vertaald werden. Dat werd me gemeld door een lezer.

Het gaat om What you learn in your 40s van columniste Pamela Druckerman. Net als Parys vertelt ze dat ze, op de vooravond van haar 44ste verjaardag – Parys is zes jaar jonger – de voorlopige balans opmaakt van wat ze heeft geleerd over het leven. Dat resulteert in een lijstje met 20 (bij Parys: 21) inzichten. Twee komen letterlijk terug. ‘Er zijn geen volwassenen... Iedereen doet maar alsof hij weet hoe het moet, al spelen sommigen die rol met meer overtuiging dan anderen’ klinkt in de Times als: There are no grown-ups… Everyone is winging it, some just do it more confidently. En: Never suggest lunch with people you don’t want to have lunch with werd: ‘Als je bijna 40 bent, heb je geen tijd meer voor beleefdheidslunchen.’

Behalve die twee tips en de titel zijn ook de openingszinnen identiek (‘Als alles meezit, word ik luttele weken na het verschijnen van deze column 38’ / If all goes according to plan, I’ll turn 44 soon after this column appears.) ‘Tijd zat om uit te vissen wat we nu eigenlijk weten dat we tien jaar geleden niet wisten’ klinkt in het origineel als: Here are some things we know today that we didn’t know a decade ago. En ook de afsluiter, ‘Op het einde van je derde decennium verminderen je spieren, je zicht en de zekerheid dat je ooit nog die wereldreis maakt. Maar rond je veertigste heb je nog net tijd genoeg voor een tweede act’ is een bijna-vertaling van: Everything is declining: health, fertility, the certainty that you will one day read ‘Hamlet’… We still have time for a second act, but we’d better get moving on it.

Dat is te veel om toeval te zijn.

‘Dat is het niet, en ik geef mijn fout toe’, zegt Parys meteen als ik hem contacteer. ‘Ik heb me door Druckerman laten inspireren. Daarbij heb ik formuleringen gebruikt die te dicht bij het origineel blijven. Ik verontschuldig me bij de lezers. Van een columnist wordt originaliteit verwacht, en hier heb ik die verwachting beschaamd.’

Als verklaring geeft Parys dat hij, als voorbereiding voor zijn columns, notities neemt van zaken die hij ziet, meemaakt, of die hij leest en die hem inspireren. In dit geval zat er enige tijd tussen het neerschrijven van die ideeën, en het uitschrijven van de tekst. ‘Ik was op reis en heb niet meer gecontroleerd welke notities uit het origineel kwamen. Heel stom. Je ziet wel dat de overgrote meerderheid van de tips uit mijn pen komen. Ik heb die bedacht tijdens een brainstorm met een vriend tijdens een roadtrip. En het genre zélf van de lijst met levenslessen is niet uitgevonden door Druckerman: daarvan vind je er een boel op het internet. Maar dat is geen excuus.’

Plagiaat kan niet. In de code staat zonder mitsen of maren: ‘De journalist pleegt geen plagiaat.’ Dat geldt ook voor columnisten. Het klopt dat Parys’ tekst voor 80 procent of meer uit eigen formuleringen bestaat, maar het mediarecht maakt geen onderscheid tussen veel of weinig: zodra een formulering of vertaling identiek is, of er werden slechts kleine aanpassingen aangebracht, en het gaat niet om een citaat met bronvermelding, dan is het plagiaat.

Panda-oorlog

Ik heb twee keer eerder een klacht erover behandeld. Daarbij heb ik gemerkt hoeveel woede het oproept bij de schrijver van het origineel. (Dat is nu natuurlijk niet het geval.) Op 26 november 2013 plaatste De Standaard Online ‘Rusthuizen experimenteren met “bestekvrij eten” ’. De eerste drie paragrafen daarvan kwamen vrijwel letterlijk, en eerst zonder bronvermelding, uit Het Laatste Nieuws van die dag. Recenter plaatste Knack-journalist Dirk Draulans een woedende uitval op de site van Knack, omdat passages uit zijn reportage ‘De panda-oorlog’ (19 februari) terugkeerden in een artikel uit Het Nieuwsblad, dat door De Standaard was overgenomen als ‘Zoo en Pairi Daiza gooien met modder net voor pandafeest’. In beide gevallen werd de bronvermelding achteraf toegevoegd. Maar zelfs mét mag het overnemen van letterlijke passages eigenlijk niet.

Nu is plagiaat in de journalistiek, met wat afstand bekeken, een merkwaardig concept. De informatie zélf, waaruit het nieuws bestaat, is immers publiek en mag vrij worden overgenomen. Een primeur wordt gehonoreerd met bronvermelding, maar na een dag verdwijnt die alweer. Ook vormelijk mag iedereen zich laten inspireren; allerlei mediaformats keren op tal van plaatsen terug. Lorin Parys heeft gelijk als hij zegt dat ‘twintig dingen die ik heb geleerd nu ik veertig ben’ (of vijftig, of dertig) al tig keer is geschreven. Dus worden oorspronkelijkheid en auteurschap vooral bevochten op het niveau van de zin. Zo bekeken, kan dat futiel overkomen.

Laatste bedenking. Een jaar geleden ondertekenden de Vlaamse nieuwsorganisaties een fair use charter tegen plagiaat. Elkaars artikels kopiëren, vooral online een kwaal, werd daarmee een halt toegeroepen. Maar wat is de zin daarvan, als Belga, op vraag van diezelfde nieuwsorganisaties, elke dag het belangrijkste nieuws uit de kranten schier letterlijk in artikeltjes giet, die dan door alle nieuwssites worden geplaatst? Besteed je het plagiaat dan niet gewoon uit?

Maar goed, dat zijn niet meer dan algemene bedenkingen. De essentie is: plagiaat start vanaf de eerste overgenomen zin. En het kan niet.

Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)