Studeren lukt beter als u rondwandelt
Foto: SS
Op uw vingers tellen, met de benen wiebelen of rondwandelen tijdens het studeren? Allemaal nuttige strategieën tijdens de blok, want iets instuderen zou sneller en gemakkelijker gaan als niet alleen uw brein, maar ook uw lichaam 'werkt'.

Dat beweging het leerproces versnelt, is misschien niet echt verrassend. Voor we 'in ons hoofd' leerden tellen, deden we het immers op onze vingers.

'Jonge kinderen gebruiken fysieke objecten tijdens het leren', zegt Andrew Manches, psycholoog aan de universiteit van Edinburgh. 'Maar haal tijdens een belangrijke vergadering een blokkendoos boven om een moeilijke berekening te maken, en je staat voor aap.'

Het wordt kinderen dus afgeleerd om terug te vallen op bewegingen of objecten tijdens het denk- of leerproces. Niet zo slim, blijkt nu. Want het zou net een actieve manier van leren zijn die het instuderen vergemakkelijkt en versnelt. Al laten we de fysieke vorm van leren nooit echt helemaal achter ons.

Denken we bijvoorbeeld aan woorden als 'likken', 'schoppen' of 'oprapen', dan blijkt uit onderzoek met de scanner dat in ons brein zones worden geactiveerd die ook instaan voor de spiercontrole van respectievelijk gezicht, benen en armen.

Dat lichaam en brein dus nog intenser verbonden blijken dan je op het eerste gezicht zou vermoeden, is ook een belangrijk inzicht voor het onderwijs. Want misschien maken we het kinderen net moeilijker door hen aan te moedigen om louter op een abstracte (en dus niet-fysieke) manier te leren en na te denken? Misschien is stil zitten in het klaslokaal dan toch niet zo ideaal?

Verder wordt ook van de leerkracht beter wat actie verwacht: studies tonen aan dat jonge kinderen beter leren als hun leerkracht gebruikmaakt van gebaren. Ze zouden een expressief gesticulerende leerkracht ook onbewust leuker vinden.