Een gedetineerde uit de gevangenis van Lantin, nabij Luik, die meermaals veroordeeld is tot zware straffen, zal een schadevergoeding van 10.000 euro krijgen. De burgerlijke rechtbank van Brussel kende die som toe omdat er onregelmatigheden werden vastgesteld in de omstandigheden van zijn detentie, omdat een beroepsinstantie voor tuchtstraffen nog niet opgericht is. De veroordeling van de Belgische staat werd niet in beroep aangevochten door de minister van Justitie, zo schrijft Le Soir zaterdag.

Omdat er geen beroep aangetekend werd tegen het vonnis van de rechtbank, is de veroordeling definitief. Dit zou er mogelijk toe kunnen leiden dat ook andere gevangenen schadevergoeding zullen eisen voor de rechter.

De veroordeelde, die verdedigd wordt door meester Marc Uyttendaele, kreeg meermaals tuchtstraffen opgelegd in de gevangenis. Op voorstel van de gevangenisdirecteurs besliste de directeur-generaal van het gevangeniswezen meermaals de gevangene in isolement te plaatsen, het zogenaamde individueel bijzonder veiligheidsregime.

Volgens de wet van 2005 over de rechtspositie van gedetineerden moet tegen dergelijke straf beroep mogelijk zijn bij de beroepscommissie van de Centraletoezichtsraad voor het Gevangeniswezen, of voor een beklagcommissie. Maar de regering heeft nooit de uitvoeringsbesluiten genomen die een effectief beroep mogelijk maken tegen tuchtsancties voor gevangenen. Gevangenen kunnen acht jaar na de stemming van de ‘basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden’ nog geen gebruik maken van het beroepsrecht.

Volgens de rechtbank is er 'in hoofde van de uitvoerende macht een foutieve nalatigheid' omdat de concrete oprichting ontbreekt van 'de commissies, meer bepaald de beroepscommissie van de Centraletoezichtsraad'.