‘Als dit land de complexiteit niet aandurft, keert het terug naar de puberteit’
Foto: Fred Debrock
Ze is in dit herdenkingsjaar weer even zichtbaarder ‘van ons’. De bevlogen historica en veelbekroonde WOI-experte Sophie De Schaepdrijver is een van onze brighter minds die intussen al bijna twee decennia over de plas aan prestigieuze universiteiten doceert. Maar dit jaar is ze dus weer even vaker bij ons. En dat doet goed - ons, én haar. ‘Ik heb al dertig jaar heimwee naar Brussel’, zegt ze dit weekend in een interview met DS Weekblad.

Vrij groot bakstenen huis, rood dak, appelboompje voor’, had ze haar ouderlijke thuis in Aalst omschreven in haar sms. Dat huis was een eigen ontwerp van haar vader. ‘Hij heeft het helaas zelf nooit meer in afgewerkte staat gezien’, voegt ze daar nog aan toe, waarna ze verdwijnt om koffie te gaan zetten. Haar vader stierf op zijn 38ste, zijn oudste dochter was toen 6. ‘En mijn moeder pas 29. Ze was zeven maanden zwanger van mijn jongste broer.’ 47 jaar later krijgt de oudste dochter nog altijd tranen in de ogen.

Het is verleidelijk, maar vast te simpel, om hier uw drijfveer als historica te zoeken.

‘Ik heb het mezelf ook lang afgevraagd, of de vroege dood van mijn vader ermee te maken had. Of ik voor dit vak heb gekozen omdat het mij troost. Voor een historicus is namelijk niemand dood. Al die mensen, al die figuren, al die personages: die mogen in mijn wereld telkens weer opnieuw beginnen. Dat is een troostrijke gedachte.’

Maar?

‘Ik héb een melancholische en nostalgische kant, heel erg zelfs, maar ik ben als mens en historica ongetwijfeld meer bepaald door de vitaliteit en weerbaarheid van mijn moeder dan door de dood van mijn vader. “Wat goed dat je oudste een meisje is”, zeiden ze mijn moeder toen ze weduwe werd. “Dan kan ze je helpen in het huishouden.” “Ik zie niet in waarom”, hoor ik haar nog zeggen. “Laat haar maar kind zijn, vrij zijn, boeken lezen.”

De pretentie van het presens onderuit halen: is dat de taak van de historicus? Als een soort memento mori, of toch bijna?

‘Zo klinkt het veel te negatief. De studie van geschiedenis zie ik vooral als een gedroomd instrument om te leren omgaan met complexiteit. Dat is voor mij de definitie van opgroeien: complexiteit in je leven toelaten. Met schijnbare tegenstrijdigheden kunnen omgaan, dát is groot worden. Dat je kunt zeggen: dit klopt, maar dat ander klopt eigenlijk óók. Zoeken naar simplismen, naar eenduidigheid en eenvormigheid: dat is weigeren om volwassen te worden.’

Het klinkt alsof u het over België hebt.

‘Ha, dat was niet de bedoeling, maar zeker: voor België gaat die stelling perfect op. We zijn een volwassen cultuur, heus, wij kunnen dat aan, die complexiteit. Als we het niet aandurven, keren we terug naar onze puberteit.’

Lees het volledige interview dit weekend in dS Weekblad.