Moeten PVDA, LDD en Piratenpartij in de Stemtest?
Misschien zou de PVDA een klein effect voelen als ze in de Stemtest werd opgenomen. Maar volgens de organisatoren is het ondoenlijk om alle partijen op te lijsten en Tom Naegels kan deze redenering wel volgen.

‘Volgens een onderzoek… zegt meer dan 90 procent van de deelnemers aan de Stemtest dat ze er hun stemgedrag niet door wijzigen.’ Het was de slotzin van een kort stukje in De Standaard van 7 maart (PVDA boos op Stemtest), dat een controverse samenvatte die in De Morgen en Knack vorige week uitgebreider is gevoerd. Maar mij leek het de essentie. De partij van Peter Mertens is boos omdat ze niet werd opgenomen in de kieswijzer, die VRT, RTBF, De Standaard en La Libre Belgique als mediapartners heeft, en die op 22 april van start gaat. Maar waarom is de partij kwaad? Omdat ze veronderstelt dat het electoraal effect heeft – een deelnemer die eigenlijk aanleunt bij PVDA krijgt nu SP.A of Groen aangeprezen, en vergeet de derde weg. Vraag is: klopt dat wel?

De vraag heeft belang voor mij, als ombudsman van enkel De Standaard, omdat deze krant niet de enige of zelfs maar de eerste ontwerper is van de test. Twee lezers spraken me erop aan: ‘Hoe kan een kwaliteitskrant dit methodologisch en deontologisch verantwoorden?’ Het methodologische lijkt me een zaak van de universiteiten – daarom ga je met hen in zee. Het deontologische is wel mijn zaak, en dan zit je bij vragen als: neemt de krant deel aan een initiatief dat lezers essentiële informatie onthoudt over de partijen die opkomen bij de verkiezingen, en beïnvloedt ze daardoor op ongeoorloofde wijze het stemgedrag van de kiezer?

Ik heb het onderzoek gelezen dat in bovenstaand zinnetje wordt vermeld (ik zet het ook online); het is van Stefaan Walgrave, dezelfde politicoloog die de Belgische stemtest mee ontwerpt. Het resultaat was: een heel klein beetje. Tien procent zei dat de stemtest hen had doen twijfelen (dat is het hierboven geciteerde percentage), maar slechts één procent dat het hen van keuze had doen veranderen. En omdat eigen inschattingen niet al te betrouwbaar zijn, werd ook nog de partijvoorkeur voor deelname vergeleken met de uiteindelijke keuze in het stemhokje. Daaruit bleek dat deelnemers niet vaker van partij waren veranderd dan niet-deelnemers, eerder integendeel.

‘Je ziet wel dat kleine partijen het meest effect ondervinden, ook al is het dan klein’, zegt Walgrave me aan de telefoon. ‘In die zin hebben grote partijen eigenlijk meer reden tot klagen: hun schaalvoordeel wordt uitgevlakt. PVDA heeft dus wellicht gelijk als ze denkt dat ze een klein effectje zou voelen.’

En dan komen we toch bij het methodologische. Want waarom zou je niet gewoon alle partijen opnemen die op 25 mei opkomen? Ben je van alle gezeur vanaf. De reden die door de makers wordt aangevoerd, is technisch en pragmatisch. Elke stelling in een stemtest moet ‘onderscheidend’ zijn: ‘ja’ leidt je naar partijen A, B en C, ‘nee’ naar partijen D, E en F, en de optelsom levert één voorkeurpartij op. Maar hoe dichter de posities bij elkaar liggen, hoe meer stellingen nodig zijn om alle partijen te bedienen. ‘En we willen een test die relatief snel in te vullen is’, zegt Walgrave. ‘Bovendien zien we dat het ter linkerzijde nu al moeilijk is om partijen gescheiden te houden. Groen en SP.A liggen in de huidige versie, die nu in de testfase zit, het dichtst bij elkaar – dichter dan N-VA en CD&V, of N-VA en Vlaams Belang. Voor PVDA zou gelden dat ze telkens nog linkser is, maar in een ja/nee-systeem maakt dat geen verschil. Dus zouden we tien of meer extra stellingen moeten bedenken, die specifiek op maat geschreven zijn van één partij, die op dit moment onder de kiesdrempel zit. En waarom zouden we het dan níét doen voor de Piratenpartij? Of LDD? Dus hebben we als pragmatisch, objectief criterium genomen dat een partij vertegenwoordigd moet zijn in het Vlaams Parlement, en in het hele land moet opkomen.’

Mattheuseffect

Mijn probleem met de klacht is dat het verwijt van ‘systeembevestiging’ niet relevant is. Egalitair nieuws bestaat immers niet. Bekende schrijvers krijgen meer aandacht dan onpopulaire collega’s. Alles wat de NMBS aangaat is nieuws, terwijl een klein bedrijfje dat onze mobiliteit misschien wel radicaal herdenkt, met wat geluk één reportage krijgt.

PVDA profiteert zelfs, op haar eigen schaal, van dat mattheuseffect, omdat de partij goed scoort onder kunstenaars en sociale wetenschappers, een groep met de symbolische macht om de eigen voorkeur als belangwekkend voor te stellen. (De Piratenpartij heeft die meevaller niet.) Een van de lezers gaf als argument dat de partij veel vaker in het nieuws zat dan vroeger, en dus een speler was om rekening mee te houden. Precies, dacht ik, de partij zit vaker in het nieuws dan vroeger. Geen reden dus om aan te nemen dat ze uitgesloten wordt.

‘Het is vooral de PTB die kans maakt’, zegt opiniërend hoofdredacteur Bart Sturtewagen, die samen met Bart Brinckman voor De Standaard betrokken was bij het opstellen van de stemtest. ‘Journalistiek is dat interessant: de verhoudingen in Wallonië kunnen wijzigen, en voor mensen die zich tot links bekennen, komt er een derde keuze bij. In onze verkiezingsberichtgeving zal daar rekening mee gehouden worden, ook voor Vlaanderen: we hebben gevraagd om de PVDA apart op te nemen in onze peiling, hun programma zal worden besproken. Specifiek voor de stemtest rijst wel de vraag: hoe operationaliseer je dat? En dan rekenen we op de wetenschappers, om die criteria te bepalen.’

Hier eindigt het stuk zoals het verscheen in de papieren krant van 12 maart.

Aanvulling, 12 maart.

Nog één vraag, waar op papier geen plaats meer voor was. Hoe komt het dat dit debat vorige week in De Morgen is gevoerd, met een kleine uitloper naar Knack? Het is een wat onhebbelijke eigenschap van mediadebatten, dat ze zich altijd lijken af te spelen bij een ander titel – per definitie dan: een concurrerende titel – dan diegene waarover het gaat. Waardoor je als mediawatcher het onaangename vermoeden krijgt dat die concurrerende titel het debat vooral voert om een rivaal een hak te zetten, of omgekeerd, dat het betrokken medium kritiek op de eigen werking wil weren.

‘Het opiniestuk waarmee in De Morgen het debat is begonnen, is eerst hier aangeboden’, zegt Anni Van Landeghem, chef Opinie van De Standaard. ‘Ik vond het zeker niet oninteressant, maar zoals ik altijd doe als er kritiek wordt gegeven op eigen huis, heb ik het eerst voorgelegd aan de betrokken afdeling, in dit geval Wetstraat. Daar oordeelde men dat het nog te vroeg was. De Stemtest gaat pas van start op 22 april, waarom er nu al over debatteren? Zodra de test van start ging, zouden we zelf uitleggen met welke criteria men gewerkt had. En dan kon er debat over worden gevoerd. Dat heb ik ook aan de schrijvers gezegd. Daarna hebben ze hun stuk aangeboden aan De Morgen.’

(Dat vind ik zelf jammer. Omdat je, met zoveel titels, toch niet kan kiezen wanneer een debat precies kan plaatsvinden. En omdat de eigen lezers meteen op de hoogte zouden zijn van de bezwaren – en de tegenargumenten – bij de berichtgeving, ook al is die dan nog anderhalve maand ver.)

Het opiniestuk uit De Morgen kan u hier lezen.

Hier leest u de reactie van Stefaan Walgrave.

Peter Mertens reageerde dan weer op Knack.be (ja, je moet wel allerlei titels in de gaten houden, als je mee wil zijn. Merkwaardig ook, vind ik zelf, hoe Mertens de professoren die de test al meer dan tien jaar lang ontwerpen, voorstelt als loopjongens van een mediatiek-industrieel ‘Consortium’, met hoofdletter, dat de echte touwtjes in handen houdt maar zich vanzelfsprekend niet laat zien).

Bij wijze van voorbeeld, waarom ik soms denk dat dit soort mediadebatten door concurrenten vooral gebruikt worden om rivalen te hekelen, let op deze titel.

Het onderzoek van Stefaan Walgrave waar ik in bovenstaand stuk naar verwijs, vindt u hier.

Overigens is dit een debat dat al wel vaker is gevoerd. De vroegste opvoering ervan vind ik in dit archiefstuk uit 2003, toen het van VLD afgesplitste VeiligBlauw, met identiek dezelfde argumenten (maar helaas voor hen zonder steun van kunstenaars of intellectuelen) het systeembevestigende van de Stemtest aanklaagde.

En dit was wel een komische parodie van het Vier-programma ‘De ideale wereld’.

En nu hou ik erover op.

De ombudsman houdt de redactie van
De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in
De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook­ en Twitterpagina (@OmbudsDS)