Janssen testte medicijnen op Oost-Duitse burgers
Het adviesbureau in het Berlijnse Prenzlauerberg, waar de westerse vertegenwoordigers zich moesten aanmelden. Foto: ©Thomas Hoepker / Magnum Photos

Janssen Pharmaceutica heeft tussen 1974 en 1987 minstens vier geneesmiddelen laten testen in Oost-Duitsland. Dat blijkt uit de archieven van de Stasi, de Oost-Duitse geheime politie, die in de weekendkrant van De Standaard onder de loep genomen worden.

De Belgische farmabedrijven waren met die praktijken niet alleen. In West-Europa was het steeds moeilijker proefpersonen te vinden, waardoor een hele reeks farmabedrijven naar de DDR trok. Het land had geneesmiddelen te kort en was blij om medicijnen te krijgen. Bovendien had het regime zo veel geld te weinig, dat alle manieren om geld binnen te krijgen goed waren. Zelfs tests uitvoeren op nietsvermoedende burgers, dus.

Chemicus Christian Hörig, een Oost-Duitser die met een Antwerpse getrouwd was en daarom naar België emigreerde, onderhield voor Janssen de relaties met het land en rapporteerde hierover rechtstreeks aan Paul Janssen zelf. Volgens Hörig stelde het DDR-regime zich daar geen vragen bij.

Hoeveel patiënten bij de praktijken betrokken waren, is niet meer te achterhalen. En of ze al dan niet wisten dat ze als proefpersoon gebruikt werden, evenmin.

Volgens woordvoerder Frederik Wittock van Janssen Pharmaceutica is niet bewezen dat het bedrijf in de fout gegaan is. ‘Onze Duitse afdeling verleent alle medewerking aan de onderzoekers die de proeven in de DDR in kaart brengen. Maar tot dusver zijn geen problemen naar boven gekomen.’

Wittock kan zich ook moeilijk voorstellen dat Janssen destijds dingen deed die indruisten tegen de eigen ethische code van het bedrijf.