Onaangenaam naamrecht
‘Het wetsontwerp-Turtelboom maakt de zaken alleen maar ingewikkelder.’ Foto: ig
Dat de regering een patriarchaal model als de traditionele naamgeving tracht te doorbreken is op zich verdienstelijk, maar helemaal genderneutraal is de regeling nog niet, vindt Dominique De Meyst. Ze stelt een andere oplossing voor.

Wie? Juriste en assistente Grondwettelijk Recht (UGent).

Wat? De discussie over het naamrecht toont aan dat de feministische strijd nog lang niet gestreden is.

Als het over naamrecht gaat, zijn de meeste reacties voorspelbaar. ‘De regering zou zich beter met belangrijkere zaken bezighouden’, of ‘Mannen en vrouwen worden toch al gelijk behandeld’. Toch is het naamrecht een belangrijk dossier, ten eerste omdat een genderneutraal naamrecht wel degelijk mogelijk is en ten tweede omdat het aantoont dat feminisme zeker nog zijn nut kan bewijzen.

De naamwetgeving in België is een van de laatste bastions waar de patriarchale maatschappij nog lelijk huishoudt. Traditioneel krijgen kinderen van wie de afstamming zowel ten aanzien van de vader als van de moeder vaststaat, de familienaam van hun vader.

In het nieuwe wetsontwerp krijgen ouders meer vrijheid. Ze mogen kiezen tussen de familienaam van een van hen beiden of een dubbele naam, waarbij ze zelf kiezen welke naam eerst komt. Het is in de staart van dit ontwerp dat de duivel zit. Want als ouders geen keuze maken, zal de familienaam van het kind automatisch een dubbele naam worden, beginnend met… de naam van de vader.

Het ontwerp houdt dus ten dele het patriarchale model in stand, enerzijds omdat in doorsnee-gevallen zonder veel nadenken de traditie zal prevaleren en gezinnen ervoor zullen kiezen de familienaam van de vader door te geven, anderzijds omdat als er geen keuze gemaakt wordt de naam van de vader, onder het mom van traditie, automatisch voorrang krijgt.

Waterdicht alternatief

De regering had beter een ontwerp opgesteld waarbij de naam van een kind (of de volgorde van de namen bij een dubbele naam) afhankelijk was van een objectief element, zoals het geslacht van het kind in kwestie. Een meisje krijgt een dubbele naam beginnend met de naam van de moeder, een jongen een dubbele naam beginnend met de naam van de vader. In de tweede generatie geven ouders enkel hun eerste naam door, in een volgorde die alweer wordt bepaald door het geslacht van het eigen kind. Zo’n systeem is eenvoudig en waterdicht. Geen enkele ouder krijgt a priori een bevoordeelde positie op basis van het eigen geslacht. Bovendien wordt mooi duidelijk hoe de stamboom is opgebouwd, zowel in moederlijke als vaderlijke lijn. En belangrijker nog: in deze regeling blijft de wetgever genderneutraal.

Anno 2014 zijn nieuw samengestelde gezinnen schering en inslag, vormt het individu eerder de hoeksteen van de maatschappij dan het gezin en kunnen technologische ontwikkelingen een einde maken aan administratieve moeilijkheden. Ziedaar drie antwoorden op veeleer traditie-gebonden bezwaren.

Van naamrecht ligt misschien niet iedereen wakker, maar dat wil niet zeggen dat de wetgever het gebrek aan neutraliteit niet hoeft weg te werken. Naamrecht moet duidelijk zijn en leiden tot rechtszekerheid. De hierboven beschreven objectieve regeling komt daar nog het best bij in de buurt. Terwijl het wetsontwerp-Turtelboom de zaken alleen maar ingewikkelder maakt, zeker in de tweede generatie.

Feminisme

Zou de regering andere prioriteiten moeten hebben? Jazeker. Zelfs wat gendergelijkheid betreft, is het glazen plafond voor vrouwen op de arbeidsmarkt verder wegwerken duidelijk een prangender probleem dan het naamrecht. Maar wegens verkiezingsprofilering en onkunde of onwil om belangrijkere beslissingen te nemen, houdt de regering zich bezig met het naamrecht.

De hele discussie heeft wel de merite dat ze nog maar eens de gevoeligheden blootlegt van de queeste naar gelijke behandeling van man en vrouw. Soms lijkt het alsof de feministische beweging alles al bereikt heeft. Vrouwen hebben per slot van rekening stemrecht sinds 1948, en man en vrouw zijn juridisch gelijk binnen het huwelijk. Maar het probleem zit hem in de subtiliteit waarmee vrouwen en mannen toch niet gelijk behandeld worden. Juridische gelijkheid garandeert geen feitelijke gelijkheid (zie het glazen plafond). En als juridische gelijkheid ontbreekt, zoals bij het naamrecht nog het geval is, dan is de kans op feitelijke gelijkheid al helemaal onbestaande.

Dat we anno 2014 een discussie voeren over waarom gelijkheid in naamwetgeving een evidentie zou moeten zijn, en niet een keuze van traditie of wetgever, maakt duidelijk dat er voor de feministische beweging nog altijd werk aan de winkel is.