Taaladviseur VRT: ‘Natalia had tijdens MIA’s niet juiste rol’
De twee presentatoren van de MIA’s Natalia en Sam De Bruyn

‘We begrijpen dat sommige kijkers zich aan haar taalgebruik ergerden’, zegt VRT-taaladviseur Ruud Hendrickx in een bericht op de website van de VRT. ‘Haar’ is Natalia, en ‘taalgebruik’ is haar Kempense tongval, lustig opgevoerd tijdens de MIA’s vorige zaterdag.

‘Uit de discussie op publieke fora en de klachten die we hebben gekregen, heeft de VRT veel geleerd’, zegt de taaladviseur. De VRT heeft met grote ogen naar de reacties op het optreden van Natalia gekeken. Die hakten er goed op in. ‘Grote verliezer: het Nederlands’, was een van de kritieken op Twitter. Een andere: ‘Stromae verbreekt het record van de meeste MIA’s en Natalia dat van slechtste presentatrice’.

Het is net die rol van presentatrice die niet paste, dat zegt Hendrickx nu. ‘De VRT heeft Natalia gevraagd omdat ze een expert is, maar heeft haar ingezet in een rol die veel kijkers - terecht - hebben aangevoeld als die van presentator. Het publiek verwacht van een presentator verzorgd taalgebruik - meer nog op de openbare omroep dan op de commerciële zenders, weten we - en die verwachtingen hebben we niet ingelost.’

‘Gepassioneerde artieste’

De VRT had eerder via een woordvoerder laten weten dat de andere presentator, Sam De Bruyn, dé VRT-vertegenwoordiger was, en Natalia eerder een experte. Maar Hendrickx geeft de criticaster nu gelijk, Natalia is wel degelijk ingezet in een rol die de kijker invult als presentatrice. ‘Laat Natalia als zangeres-performer aan het woord over zingen en performen, bijvoorbeeld als jurylid in een zangwedstrijd, en vrijwel niemand zal over haar taalgebruik struikelen’, aldus Hendrickx.

De VRT wil met deze ‘schuldbekentenis’ Natalia uit de wind te zetten, al is dat wellicht te laat. ‘Met Natalia heeft de VRT gekozen voor een gepassioneerde artieste met een uitgesproken uitstraling en persoonlijkheid, die gewaardeerd wordt door het publiek, door collega’s en door de omroep. Natalia treft hierin geen schuld, ons wel.’