Een op de zes Vlamingen, 1,1 miljoen, heeft een vreemde herkomst. Bij kinderen tot 5 jaar gaat het zelfs om een Vlaming op de drie. Dat blijkt uit de Vlaamse Lokale Inburgerings- en Integratiemonitor, die voor het eerst ook de 'tweede generatie' meetelt. De cijfers bevestigen de 'dramatische' achterstandspositie voor niet EU-burgers, aldus bevoegd minister Geert Bourgeois (N-VA).

Begin 2012 telde Vlaanderen volgens de monitor 1.114.792 mensen van vreemde herkomst.

'Personen van vreemde herkomst' worden in de Inburgerings- en Integratiemonitor gedefinieerd als:

 

Personen die een vreemde nationaliteit hebben, Belgen die bij de geboorte een andere nationaliteit hadden of Belgen van wie minstens een van de ouders bij de geboorte niet de Belgische nationaliteit had.

Via deze website van de Vlaamse overheid kan u voor uw eigen gemeente, of voor een andere gemeente, een rapport downloaden met cijfers over integratie en inburgering. Het gaat onder meer over welzijn en armoede, tewerkstelling en onderwijs.

Zowat de helft komt uit de Europese Unie, waarvan een meerderheid uit onze buurlanden. Vijftien procent komt uit de Maghreblanden (Marokko, Algerije, Tunesië, Mauritanië en Libië) en ruim tien procent uit kandidaat-EU-lidstaten (inclusief Turkije).

Superdiversiteit

De opvallend hoge cijfers komen er omdat de migranten van de tweede generatie voor het eerst meegeteld werden. Die hebben de Belgische nationaliteit, in tegenstelling tot hun ouders. ‘Dat is belangrijk, want nu blijkt dat ook die mensen een grote achterstand hebben wat armoede, opleiding, tewerkstelling en huisvesting betreft’, zei Vlaams minister van Inburgering Geert Bourgeois (N-VA) maandag in De ochtend op Radio 1.

‘Het is dramatisch dat afkomst ook een rol speelt voor de tweede generatie: heel veel schoolse uitval, mensen die geen diploma halen. Dat leidt tot een totale achterstand.'

Bourgeois is ervan overtuigd dat het cijfer nog zal stijgen, voornamelijk omdat een op de drie in de leeftijdscategorie van 0 tot 5 jaar van vreemde origine is. ‘De ‘superdiversiteit’ in de bevolking zal nog toenemen.’

Genk 

Genk en Maasmechelen hebben met 54 procent het meest aantal inwoners van vreemde afkomst. Andere steden: 

  • Vilvoorde (43%) 
  • Antwerpen (42%)
  • Gent (29%)
  • Mechelen (28%)
  • Leuven (27%)

Vooral bij de jongsten, van 1 tot 5 jaar oud, is het aandeel mensen van vreemde afkomst hoog, gemiddeld 32 procent. In zes Vlaamse steden en gemeenten gaat het zelfs om twee op de drie kinderen, jonger dan zes. Voor Baarle-Hertog - met traditioneel veel Nederlanders - is dat 81 procent, Maasmechelen (73%), Genk (72%), Vilvoorde (68%), Antwerpen (68%) en Machelen (67%) volgen.

De jongste inburgeringsmonitor zoomt ook in op de sociaal-economische positie. Voor niet-EU-burgers blijft die dramatisch, onderstreept minister voor Inburgering Bourgeois. Zo ligt de werkzaamheidsgraad voor mensen van buiten de EU onder de helft (Belgische herkomst: 75%), terwijl zij die werken vaak weinig verdienen. Het aandeel mensen met de laagste dagloonklasse (0 tot 100 euro) loopt op tot bijna zestig procent (Belgische herkomst: 25%).

Thuistaal

De Inburgerings- en Integratiemonitor peilde ook naar het Nederlands als thuistaal bij de Vlamingen van vreemde herkomst. Daaruit blijkt dat in Gent een derde van de mensen thuis geen Nederlands spreekt. In Antwerpen spreekt 41 procent van de kleuters thuis geen Nederlands. ‘Het Nederlands machtig zijn is nochtans zo belangrijk’, zegt Bourgeois. ‘Tot in de tweede generatie zien we een grote scholingsachterstand. Dramatisch.’

Passieve migratie

‘We hebben disproportioneel veel passieve immigratie. Slechts 15 procent van de mensen die ons land binnenkomen, doet dat om economische of studieredenen. Dat is opvallend minder dan Nederland en Frankrijk, waar dat 40 procent is.’