Brussel, Ik hou van u, ik walg van u
Brussel, doe iets voor de jonge gasten, voor er een hele generatie verloren gaat. Foto: Sven Dauphin/pn

Toen Riadh Bahri naar Brussel verhuisde, sprongen de vonken tussen hem en de stad ervan af. Inmiddels is dat geëvolueerd naar een haat-liefdeverhouding, waar de liefde soms ver te zoeken is.

November 2011. Ik zet eindelijk de grote stap en verlaat mijn thuisstad Gent voor de metropool. Voor Brussel.

Wat was ik meteen verliefd. Brussel beroerde me onmiddellijk. Een smeltkroes van culturen, geuren, kleuren en smaken. Van de Ierse pub tot het Congolese restaurant. Van de heerlijke bruine Vlaamse kroeg tot nachtenlang dansen met mensen vanuit alle uithoeken van dit continent.

Ik hou van je, Brussel. Maar, ik kots ook op je. Vaak. En het laatste jaar té vaak. Ik heb het intussen allemaal gehad en gezien. Ik ben overvallen op straat. Beroofd op een terras. Uitgescholden en vernederd omdat ik homoseksueel ben.

Twee maanden geleden nog zag ik hoe een onschuldige jonge vrouw in elkaar werd getimmerd door twee mannen. De vrouw was met haar wagen stilgevallen voor het rode licht. Toen het licht op groen sprong, vonden de jongemannen in de auto achter haar dat het allemaal niet snel genoeg ging. Waarop ze uit hun auto stapten en rake klappen uitdeelden. Mijn hart brak.

Of die ene keer dat ik het aandurfde om te toeteren op de Haachtsesteenweg, waar dubbel parkeren de norm is. Ik toeterde, want, het spijt me, ik was wat gehaast. Een man kwam op me af en begon op de ruiten van mijn veel te kleine auto te bonken. Zelden ben ik zo snel achteruit gereden. Mijn hart brak.

Ik ben het beu. Het achterom kijken als ik ’s avonds mijn auto parkeer. Het niet altijd durven gebruik maken van het openbaar vervoer, want te onveilig. De vuiligheid.

Ik woon nu in Sint-Jans-Molenbeek. Het is er vuil, onveilig en ongezellig. Op veel plekken toch.

Ik ben het beu dat ik me niet langer thuis voel in mijn stad. Dat ik me op den duur afvraag of dit nog België is. Waar ik in de onderdrukking word geduwd door een grote groep mensen. En het doet pijn om het te zeggen, maar het gaat maar al te vaak om jonge gasten met een Arabische achtergrond, of van wie de ouders niet hier geboren zijn. Allochtonen. Ik walg van mezelf dat ik zoiets zeg.

Ik ben zelf allochtoon. Ik ben zelf het product van de multiculturele samenleving. Ik leef voor verdraagzaamheid. Maar Brussel kan soms hard zijn. Ik word rechtser in mijn hoofd. De tolerantie en verdraagzaamheid maken plaats voor woede, frustratie, angst en soms zelfs een tikkeltje racisme. Wanneer ik mezelf erop betrap dat ik in de wagen brul ‘k*t-Marokkaan’, dan weet ik dat ik niet goed bezig ben. Is dat de tol? Moet ik dat ervoor over hebben om in Brussel te kunnen wonen?

De politiek heeft ook boter op het hoofd. Een grote groep jongeren zit in de werkloosheid en zoekt zijn toevlucht op straat. Doe iets met en voor die jonge gasten. Een hele generatie dreigt verloren te gaan.

Moeten er doden vallen?

Politici, ruim uw straten op. Maak dat we weer de bus en tram kunnen nemen zonder ongemakken. Maak dat we niet achterom hoeven te kijken op straat als we na middernacht door onze stad wandelen. Maak dat ik mijn lief ongestoord kan vastpakken waar en wanneer ik dat wil. Maak dat mensen hier opnieuw graag wonen, leven, werken, dansen, feesten,… Brussel heeft zoveel potentieel. Jullie zien dat toch ook? Het is meer dan ellende, criminaliteit en miserie. De kruidenier om de hoek, van Marokkaanse origine, is de vriendelijkste man ter wereld. De kappers, en barbiers van Turkse origine wuiven steevast goeiedag. Er is nog hoop, laten we dat vooral niet vergeten.

Daarom is Brussel verlaten geen optie. Echte liefde roest niet. Ook niet bij mij. Weglopen zou maar al te makkelijk zijn. En laf. Wanneer we Brussel met zijn allen de rug toekeren, dan is het definitief voorbij.

Een jongeman werd vorige week koelbloedig neergeknald op straat, zonder aanleiding (DS 4 januari) . De burgemeester reageerde dat ze zelf ook niet ’s nachts op straat zou durven lopen in Molenbeek. Misschien moet ze dat toch eens doen. Want moeten er écht doden vallen alvorens er iets zal veranderen in deze stad?

Brussel. De stad waar ik afgelopen jaar de liefde van m’n leven vond. Alleen daarom al zal ik je altijd graag blijven zien. Maar het is soms verdomd moeilijk.

Geef me mijn stad terug.