‘Verspreid zelf geen opsporingsbericht online’
Foto: IF

‘Werk samen met de politiediensten om een oproep voor een misdrijf te verspreiden.’ Dat is de raad die Erik van Poucke, Diensthoofd Opsporingen van de federale politie, geeft naar aanleiding van het filmpje dat gisteren op Facebook verscheen en dat een online klopjacht op een wegpiraat uitlokte.

‘Alleen een magistraat heeft de macht om een opsporingsbericht te verspreiden. Hij zal de kans op succes van de opsporing afwegen tegen de schending van de privacy van afgebeelde personen’, zegt Van Poucke.

Procedurefouten

‘Een winkelier die meermaals werd overvallen kan in de verleiding komen het recht in eigen handen te nemen. Als hij de indruk heeft dat de politie te weinig doet om de daders te identificeren zou hij zijn bewakingsbeelden eigenhandig kunnen verspreiden’, zegt Van Poucke. ‘Het voordeel is dat deze media zeer snel werken en een grote verspreiding kennen, maar er zijn ook nadelen: je begaat een inbreuk op de privacy van de gefilmde personen. Als de dader ingerekend wordt, kan hij die schending inroepen en misschien een veroordeling ontlopen wegens procedurefouten.’

‘De gevolgen voor iemand die ten onrechte van strafbare feiten wordt beschuldigd soms niet te overzien, en het kan evenmin de bedoeling zijn om zelf strafexpedities op te zetten.’

Context

Wat is dan de goede procedure? ‘Als je beelden hebt die het onderzoek kunnen helpen, spreek dan met de politiemensen die de vaststellingen komen doen. Zij kunnen aan het parket toestemming vragen om een opsporingsbericht te publiceren. De Dienst Opsporingsberichten verspreidt de beelden in de juiste context en koppelt aan elk opsporingsbericht een telefoonnummer waar getuigen terecht kunnen. Daar worden de tips gebundeld en aan de onderzoekers doorgegeven. Die kunnen dan de informatie natrekken en de daders identificeren om ze voor de rechter te brengen en te laten veroordelen.’