'Hoe kan ik als Brusselse politica het leven van die mensen verbeteren?'
Carla Dejonghe Foto: DS
Een veel gehoorde klacht is dat politici te weinig voeling hebben met de dagelijkse problemen van mensen. Ze hebben ergens wel gelijk. Nadat ik al geruime tijd samenwerk met de vzw Corvia en hun verkiezingen van Miss en Mister Dakloos ondersteun, heb ik hun uitdaging aangenomen om eens een maand te leven met 180 euro zoals Thérèse Van Belle, Miss Dakloos 2010.
“Niet alles dat geteld kan worden, is waardevol. Niet alles wat waardevol is, kan geteld worden.” (Einstein)
 
 

Armoede was voor mij een “ver van mijn bed-show”. Ik ben opgegroeid in een zeer gewoon gezin. Mijn ouders konden steeds de eindjes aan elkaar knopen en zelfs een beetje sparen. Een maand leven met een zeer beperkt budget was dus een zeer verrijkende ervaring. Zo ben ik om te beginnen veel prijsbewuster geworden. Honger had ik gelukkig niet, dankzij de vele gewaardeerde tips die ik ontving over budgetvriendelijk koken. Het feit dat ik mensen niet kon ontvangen met de gebruikelijke gastvrijheid of niet simpelweg een koffie kon gaan dringen met een collega waren wel lastig.

Mijn moeder, een oorlogskind, was mijn grootste fan. Miss en Mister Dakloos waren mij dankbaar omdat ik de aandacht heb kunnen richten op hun reële problemen.
Ook bakken vol kritiek heb ik over mij heen gekregen. Ik kan de critici niet meteen ongelijk geven: het grote verschil tussen mij en mensen die echt in armoede leven, bestaat erin dat ik vooruitzichten heb. Ik heb een maand op mijn tandvlees geleefd, terwijl anderen het maand in maand uit moeilijk hebben. Ik kan vanaf morgen mijn gewone leven terug oppikken.

Toch heeft deze ervaring mij bijzonder veel bijgebracht. Wat ik vooral onthouden heb: ook al verdien je momenteel goed je boterham, er kan geheel onverwachts een drastisch einde aan komen waardoor je genoodzaakt bent om het roer om te gooien. Het heeft mij alvast de ogen geopend, hopelijk heb ik ook die van anderen een beetje geopend.

Maar de vraag die mij wakker houdt is, hoe kan ik als Brusselse politica het leven van die mensen verbeteren? Ik stel helaas vast: er bestaan geen mirakeloplossingen. Mensen belanden om de meest diverse redenen in een precaire situatie, sommigen beschikken over de veerkracht om er weer uit te komen, anderen blijven in de dieperik zitten. Over één ding ben ik zeker: onderwijs, opleiding en werk zijn de beste garantie om uit het dal te kunnen klimmen. Daar zal ik mijn aandacht nog meer op vestigen.

Wij, politici, moeten ons niet tevreden stellen met aalmoezen uitdelen. Het is onze taak om de voorwaarden te creëren om mensen uit het dal te halen en om ze vooruitzichten te bieden. Wij moeten mensen ondersteunen en een duwtje geven om hun lot terug in eigen handen te kunnen nemen.

Wat de opvang van daklozen betreft, hoeven we ons in Brussel niet te schamen. Op het terrein zijn zeer veel verenigingen en vrijwilligers actief. Ik heb heel wat boeiende, geëngageerde mensen ontmoet. Alleen wat meer coördinatie zou wenselijk zijn. Ik sta versteld van het aantal vzw’s die door de Brusselse regering, gemeenten en OCMW’s gesubsidieerd worden om mensen in nood te helpen.

Alleen zien de mensen voor wie het bedoeld is door het bos de bomen niet meer. Misschien zou één sociaal loket, met correcte hulpverlening en doorverwijzing alvast een stap in de goede richting kunnen zijn.

Maar daarmee kan niet alles worden opgelost. Wie weinig middelen heeft, geraakt geïsoleerd. Normaal leven betekent voor mij ook af en toe een stapje in de wereld kunnen zetten, vrienden ontvangen en een hobby kunnen beoefenen. Dit was quasi onmogelijk met de magere som geld waarover ik beschikte.

Ik houd het verhaal van een vrouw in gedachte. Als er wat geld overblijft, steekt ze dit in 2 spaarpotjes: een deel in een “maanddoelpotje” om te sparen voor iets praktisch, de rest in een “zakgeldpotje” om iets te kopen voor zichzelf of een uitstap te doen. Voor mij was dat bijvoorbeeld naar het dansspektakel van mijn metekindje gaan. Jammer genoeg betekent dat voor sommigen dat ze dan dagen de broeksriem moeten aanhalen.

Als alleenstaande met een beperkt budget moeten rondkomen, is zo mogelijk nog moeilijker. Je draagt dan alle lasten en kosten alleen. Bovendien komt koken voor verschillende personen vaak goedkoper uit dan voor 1 persoon.

Ik ben met vele vragen aan de actie begonnen en heb er gaandeweg nog veel meer bijgekregen. Ook al zit mijn maand erop, ik zal zeker verder het terrein verkennen. Ik zal ook niet nalaten om met mijn collega’s politici op Brussels, Vlaams en federaal niveau mijn ervaringen te delen. Sommige punten kaartte ik trouwens reeds aan, zoals het aanbieden van lessen budgetbeheer in het onderwijs en het te gemakkelijk verlenen van kredieten.

Ondertussen hoop ik dat mijn wagen na een maand stilstand nog wil starten, draai ik mijn verwarming weer enkele graden hoger en ga ik graag in op de uitnodiging van mijn moeder om bij haar een stuk vis te komen eten. Want dat heb ik heel erg gemist.
Ik kan nu terugkeren naar mijn gewoon leventje. Voor anderen begint helaas opnieuw een maand van rekenen en (geld)zorgen …