Van volkspartij tot ceo-partij
Lorin Parys, Johan Van Overtveldt, Annick De Ridder: blauwe versterking voor de N-VA.
Bruno Tobback en de SP.A mogen niet mopperen. Er zijn partijen en voorzitters die het veel harder te verduren hebben. In vergelijking met de ellende die Open VLD doormaakt, is de rode miserie een onschuldig kwaaltje en het feit dat professor Carl Devos daar anders over denkt, is een opsteker.

 Eén voor één vertrekken de blauwe jonge goden en beloften van weleer naar de concurrentie. Zowel Annick De Ridder als Lorin Parys ruilen hun diepblauw pak voor een geel-zwarte outfit. Allemaal, zo twitteren de propagandamolens, om weer met het ware liberalisme en de zuivere leer aan te knopen. Gwendolyn Rutten wordt nu op haar kwetsbare ideologische rechterflank bestookt en weet dat er nog overlopers klaar staan voor de sprong. Helemaal vervelend is dat De Ridder en Parys een hoog his masters’ voice-gehalte hebben. Ze staan op de loonlijst van grofgebekte en puissant rijke zakenmannen. Lieden die ervan uitgaan dat bijna alles te koop is en dat de zakenman altijd het beslissende woord moet uitspreken, ook in een democratie. De Ridder had en heeft het volle vertrouwen van Fernand Huts, de tsaar van de Antwerpse haven, terwijl Parys erg close was en is met Bart ‘Uplace’ Verhaeghe, financier van denktank Itinera en groter dan god in Club Brugge.

Zo verliest Open VLD enkele aanspreekpunten in de Vlaamse big business en krijgt N-VA er evenveel bij. Waar is de tijd dat Bart De Wever op zijn buik ging voor Voka om een graantje economische credibiliteit mee te pikken en Philippe Muyters inhuurde om de N-VA enig sérieux in de Vlaamse regering te geven. Die tijd is geschiedenis. De kleine romppartij die een brede volksformatie moest worden, is ondertussen uitgegroeid tot het politieke vehikel van radicale ondernemers en doctrinaire aanbodeconomen. Achter De Wever staat nu een brigade klaar die de cijfers en de economische theorieën klaarstoomt. Luc Bertrand van de Antwerpse haute finance, de man die niet zo lang geleden Elio Di Rupo ontmaskerde als marxist, werd niet weggelachen. Hij behoort nu tot de intimi van de voorzitter van de N-VA. De Wever kan bovendien rekenen op de hand- en spandiensten van de voormalige McKinsey-topman en lefgozer Herman De Bode, een van de auteurs van het separatistische Warande-manifest uit 2005. En sinds kort zit ook Johan Van Overtveldt, de sadomonetarist en beate bewonderaar van Milton Friedman en zijn Chileens ‘experiment’, in de war room van de N-VA.

Dat die hyperliberale nieuwkomers tegen minimumlonen, indexkoppeling en solide sociale uitkeringen zijn, ligt voor de hand. Of de goedgelovige achterban van de N-VA zich daar goed bewust van is, kan betwijfeld worden. Er zijn er nog altijd die geloven dat de N-VA een bedaarde centrumpartij is waar het brave verkavelingsnationalisme geëerd en beoefend wordt. Ze hebben het nog niet door dat de nieuwlichters een heel eigen invulling aan het nationalisme geven. Het is een scherm dat ingrijpende wijzigingen in de sociale machtsverhoudingen, het overleg en de besluitvorming moet verhullen. De manier waarop Van Overtveldt, De Ridder en Parys de goegemeente proberen te overtuigen dat ze ook tot de Vlaams-nationale kerk behoren, klinkt even fake als de praatjes van Silvio Berlusconi over de mooie katholieke moraal. De Vlaamse bonbonnière, met alles wat dat aan vlaggen, rituelen en hymnes inhoudt, interesseert hen slechts als de business eraan verdient. Als de overlopers het nationalisme omarmen, is het om er zaken mee te doen. Het AVV-VVK stierf een zachte dood, in de plaats kwam het AVV-VVC: Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor de ceo’s. Van volkspartij tot ceo-partij. Sinds gisteren is het zover. Ruim de helft van de Vlaamse ondernemers kiest voor de N-VA, bleek uit een Trends-enquête.

De vraag rijst of de N-VA-troepen en bij uitbreiding Vlaanderen dat onversneden liberalisme, inclusief de ontrafeling van de verzorgingsstaat, wel lusten. Uit een recent grootschalig, maar onderbelicht bevolkingsonderzoek van Mark Elchardus blijkt immers dat het draagvlak voor een solidaire samenleving opmerkelijk groot blijft en de laatste tien jaar zelfs toenam. Bijna driekwart van de 2.639 ondervraagden is vierkant tegen een ongelijke samenleving en vindt dat de klassenverschillen kleiner moeten worden. Ruim 60 procent vindt dat gewone mensen te weinig van de welvaart krijgen en een ruime meerderheid onderschrijft volledig de positieve gevolgen van de verzorgingsstaat. ‘Vlamingen’, zo concludeert Elchardus, ‘zijn niet gewonnen voor een ongelijke samenleving en zijn het oneens met de Angelsaksische kritiek die de hyperliberalen ons land binnenloodsten.’ Het zijn feiten en opinies, die ze in de war room van de N-VA als irrelevant onder het tapijt vegen, want strijdig met hun dogma’s.