'Je bent maar één maandloon verwijderd van armoede'
Carla Dejonghe met 'mister Dakloos' Grégory in de Brusselse abattoir. Foto: rr
Ik ga nog wat cd’s van 'Rockenbach' bij de platenhandel in de Munt afgeven. Ze worden er verkocht ten voordele van de vzw Corvia. Tijdens een gesprek met de eigenaar verneem ik dat vorig jaar zowat de helft van zijn leveranciers failliet gingen. Daarna laat hij me enkele sollicitatiebrieven zien.

Brussels parlementslid Carla Dejonghe probeert een maand te overleven op 180 euro, het bedrag dat Miss Dakloos overhoudt van haar uitkering na aftrek van alle vaste kosten. Voor De Standaard houdt ze een dagboek bij.

Niet alleen ontbreekt bij de meeste sollicitanten de motivatiebrief waarom duidelijk werd gevraagd, sommige brieven zijn niet te ontcijferen: de zinnen zijn zonder leestekens allemaal achter elkaar gezet. Andere staan vol taalfouten en bij eentje staat er gewoon: “Ik ben een toffe gast en ik wil voor u werken”. Allemaal brieven van mensen die door de VDAB werden doorgestuurd. De VDAB biedt toch hulp aan bij het opstellen van een deftig cv en sollicitatiebrief? Op deze manier lukt het nooit.

Dit weekend heb ik met Grégory, Mister Dakloos, afgesproken om samen naar de abattoir te gaan. De ene vleesstand naast de andere, honderden kilo’s vlees in de toonbanken. Grégory troont me mee naar de standjes waar hij vaste klant is. Ik volg zijn voorbeeld en koop steak, karbonaden, gehakt, kippenbouten, soepvlees en niertjes om in mijn diepvries te steken. Ik heb zo’n 35 euro uitgegeven, maar moet de rest van de maand geen vlees meer inslaan.

Ik koop ook nog wat tomaten en een beetje fruit. Een beenhouwer vertelde me onlangs dat hij een duidelijk verschil merkt tussen het begin en einde van de maand. De eerste weken verkoopt hij veel bereidingen, steak, kalfsvlees, … Tegen het einde van de maand zijn het vooral goedkopere vleeswaren zoals gehakt en worsten die over de toonbank vliegen.

Grégory wil na onze aankopen naar ‘Bij de Jef’ voor een grote hamburger. Af en toe moet je jezelf iets gunnen, legt hij me uit. Daar kan ik best inkomen. Ik heb het ijskoud, dus stel voor om een koffie te gaan drinken. Ik trakteer Grégory en ben alweer 4 euro armer.

Ik eindig het weekend op het Toekomstcongres van Open Vld. Het auditorium van Flagey zit overvol. Voorzitster Gwendolyn Rutten sluit dit positieve en motiverende congres af. Maar vooral de woorden van Matthias Declercq blijven me bij: “Onze partij maakt het verschil omdat we een sociale partij zijn. We willen iedereen de hand reiken en solidair zijn. Dat maakt van ons een warme partij”. In de zaal gaan spaarvarkentjes rond voor de actie Haiyan 21 21. Ik steek er ook een bijdrage in. Mijn budget slinkt zienderogen.

Op de (gratis) receptie die volgt, spreken verschillende collega’s me aan over mijn actie. Fientje Moerman legt me een Amerikaans gezegde uit: “Je bent maar 1 maandloon verwijderd van armoede”. Inderdaad. Veel mensen kunnen geen reserves opbouwen en als er dan een maandloon wegvalt, beland je soms sneller in de problemen dan je verwacht.

Er is zoveel volk op de receptie dat ik maar met moeite een glas en een hapje kan bemachtigen. En dat terwijl Miss en Mister Dakloos me uitgelegd hadden dat je op een receptie zoveel mogelijk moet proberen eten.