Van de privé naar de overheid, en terug?
Foto: Koen Bauters
Als je solliciteert voor een baan bij de overheid, is de kans groot dat je via Selor passeert. Dit overheidsbedrijf rekruteert voor meer dan 150 overheidsdiensten, maar de ambities reiken verder. “Wij willen de rotonde zijn waar werknemers langskomen voor een carrièreswitch.”

Een vergaderzaal met een knalroze muur waarin twee enthousiaste dertigers honderduit praten over hun werk: we hebben al startups bezocht waar minder elektriciteit in de lucht hing. Check, double check: dit is Selor, een overheidsdienst waar elk jaar meer dan 100.000 sollicitanten over de vloer komen voor een job bij een van de vele overheden en overheidsinstellingen die ons land rijk is.

Onze gesprekspartners zijn Stefanie Billiet en Vincent Van Malderen, die allebei een mooi parcours bij Selor doorlopen hebben, voor beiden hun eerste en enige werkgever. Zij is vooral bekend als woordvoerster, hij houdt zich momenteel met innovatie en productmanagement bezig.

Beiden barsten van de nieuwe ideeën. “In de toekomst willen we meer en meer voor de privé werken”, steekt Vincent Van Malderen van wal. “Met de expertise die we hebben opgebouwd in de overheidssector, rond diversiteitsmanagement bijvoorbeeld, kunnen we iedereen nuttige diensten bewijzen. Hopelijk kunnen we de kandidaat in de toekomst nóg centraler stellen en bijvoorbeeld ook de privésector laten putten uit onze werfreserve.”

 

Het diploma als heilige koe?

 

“Werken bij de overheid is hot”, weet Stefanie Billiet. “De omstandigheden zitten goed: het imago van de overheid is erop vooruit gegaan en door de crisis zoeken mensen de zekerheid van een vaste job. Sollicitanten geloven bij ons een goede balans werk-privé te vinden en voor een groot aantal profielen betaalt de overheid lang niet slecht. Bovendien zijn er heel wat opleidings- en doorgroeikansen. Alles samen kunnen wij een goede deal bieden.”

Toch blijven er hinderpalen. Misschien wel de taaiste is dat de overheid erg streng is als het aankomt op diplomavereisten. Wie niet over het juiste diploma beschikt, kan voor de meeste jobs niet eens solliciteren. Al wordt daar in sommige gevallen wel een mouw aan gepast en hoopt Vincent Van Malderen dat het in de toekomst nog soepeler wordt.

“We kunnen op twee manieren een uitzondering maken. Zo kan bijvoorbeeld een bachelor informatica met twee jaar ervaring solliciteren voor een job waarvoor je eigenlijk een masterdiploma moet hebben. Dat kunnen we in principe doen voor alle knelpuntberoepen die geen beschermd diploma hebben, maar enkel na toestemming van de bevoegde staatssecretaris.”

Selor ontwikkelde nog een ander systeem: de instapkaart. Die zorgt ervoor dat sollicitanten die niet over het nodige diploma beschikken, toch voor een bepaalde functie kunnen solliciteren. Een formule die met succes ingezet werd in de zoektocht naar nieuwe ambtenaren voor het gevangeniswezen.

“Mensen zonder diploma secundair onderwijs kunnen aan zo'n proef deelnemen”, zegt Vincent. “Als ze slagen, krijgen ze een instapkaart die hen vijf jaar lang toegang geeft tot verdere proeven, want ze hebben bewezen over de nodige competenties te beschikken.”

Opvallend: kandidaten met een instapkaart scoren beter op de tests dan kandidaten zonder instapkaart. Sterker nog: bij een sollicitatieronde voor IT'ers bleek dat sollicitanten met een bachelordiploma gemiddeld beter scoorden dan masters.

De verklaring is eenvoudig, legt Vincent uit: “Bij de bachelors was ervaring een vereiste, bij de masters niet. Een bewijs dat het bij competenties niet om kennen draait, maar om kunnen. Niet iedereen die afstudeert is per definitie een talent voor de arbeidsmarkt. Wie een paar jaar heeft gewerkt, heeft al een bijkomende test doorlopen: die van de dagelijkse praktijk.”

“Met de toenemende mismatch op de arbeidsmarkt tussen werkaanbiedingen en getalenteerde werklozen vinden we de diplomavereiste steeds minder belangrijk”, zegt Stefanie.

“We hopen dat de overheid daar in de toekomst steeds meer van zal durven afwijken”, vult Vincent aan. “Wij hebben een sociale rol te vervullen: zoveel mogelijk mensen aan werk helpen, ongeacht hun diploma. Ze moeten over de nodige competenties beschikken, daar wijken we niet van af. Maar als ze talentvol en competent zijn en om een of andere reden geen diploma hebben gehaald, mogen ze niet langer uit de boot vallen. De privésector heeft dat trouwens al lang begrepen.”

Je diploma bepaalt van oudsher ook je loon bij de overheid. Je komt er in barema’s terecht. De instapkaart veegt ook dat probleem van de baan. Wie door ervaring over de juiste competenties beschikt, wordt ingeschaald op het niveau van de functie waarvoor hij of zij solliciteert. Dat voel je in je portefeuille. Het netto startloon van een bachelor bedraagt ongeveer 1.400 euro (2.250 euro bruto), maar een beginnende master verdient al snel 1.700 euro netto (2.900 euro bruto).

 

De goudmijn van Selor

 

Selor ontwikkelde een eigen screeningmodel om voor elke job de meest geschikte kandidaat te vinden, onafhankelijk van afkomst, beperking en religieuze, politieke of seksuele voorkeur. Het begint met een cv-screening, daarna volgt een generieke screening op pc, waarin de kandidaat gedurende drie uur drie tests aflegt. Er wordt gepeild naar het abstract redeneervermogen en de kandidaat krijgt een situationele beoordelingstest en een postbakoefening voor de kiezen.

De test kent verschillende niveaus, naargelang de opleiding van de sollicitant. Wie slaagt voor de pc-test, stroomt door naar de volgende ronde en is voor deze tests vrijgesteld voor een periode van drie jaar. Wie niet slaagt, is zes maanden uitgesloten.

Iedereen krijgt automatisch feedback. “We willen iedereen een meerwaarde bieden”, zegt Vincent Van Malderen. “In het bijzonder de kandidaten die het net niet gehaald hebben, maar toch over heel wat noodzakelijke competenties beschikken. We trachten hen zoveel mogelijk ontwikkelingsgerichte feedback te bezorgen, wat in de privésector niet zo vaak voorkomt.”

Wie slaagt voor de computerproef, wordt uitgenodigd voor een ‘functiespecifieke’ screening. Daar hoort altijd een jobinterview bij voor een jury met een vertegenwoordiger van de werkgever, een externe expert en een voorzitter van Selor.

Na deze procedure wordt een rangorde (of wervingsreserve) opgesteld van de beste kandidaten. De eerste kandidaat krijgt als eerste de vraag of hij de job wil, dan de tweede enzovoort. Geslaagde kandidaten die niet meteen aan de bak komen, kunnen later gecontacteerd worden wanneer een gelijkaardige vacature wordt uitgeschreven.

De kandidaten geven op voorhand zelf aan in welke andere jobs ze geïnteresseerd zijn, en in welke regio ze willen werken. Anonimiteit blijft gegarandeerd tot op het moment dat een kandidaat besluit om een job aan te nemen.

Die wervingsreserve verder activeren is het volgende doel van Selor. “Met het gescreende potentieel in onze databank zitten we op een goudmijn”, weet Vincent Van Malderen. “We zijn nu volop aan het onderzoeken hoe we onze gegevens binnen de overheid beter kunnen delen en ook kunnen uitwisselen met andere sectoren. Dat zal altijd in partnerschap gebeuren en pas na akkoord van de kandidaten. Maar het zou zonde zijn als Selor kansen liet liggen om geschikte kandidaten aan werk te helpen.”

Waar Selor uiteindelijk toe wil komen, is een eengemaakte arbeidsmarkt, besluit Vincent. “Je kan je onze rol daarin het best voorstellen als een verkeersrotonde. Nu zijn er nog te veel stopborden, wegenwerken en omleidingen. Die verdwijnen gaandeweg en dan krijg je een dynamisch model waarin mensen op verschillende momenten in hun carrière bij ons langskomen vanuit de overheid of de privé om een nieuwe afslag te nemen.”

 

Is elke attaché een diplomaat?

 

Zijn er nog dingen die mogen veranderen? “Ik kan me soms ergeren aan de niveaus en de graden”, zucht Stefanie. “Ik ben een A2, officieel een attaché A2. Vincent is een A3 en wordt dus als ‘adviseur’ bestempeld. Als hij promotie maakt, wordt hij adviseur-generaal. Het lijkt het leger wel. Het ergste is het gebruik van zulke titels bij rekrutering, wanneer we mensen moeten aantrekken. Die terminologie schrikt hen vaak af. Niet iedereen voelt zich zeker genoeg om als ‘deskundige’ gebombardeerd te worden, al houdt dat eigenlijk gewoon in dat je een bachelor hebt. Bij ‘attaché’ dacht ik vroeger dat je een belangrijk persoon moest zijn, iemand met een diplomatieke status. Maar iedereen die een master heeft, is attaché. En als je het woord googelt, zie je van die lelijke aktetassen.”