Het is bon ton om zurig te doen over de Europese Unie. En inderdaad, het gaat erg slecht in Europa en het leven is hier bittere ellende. Behalve dan als we de vergelijking maken met vorige generaties. Of met andere plekken.

Het is bon ton om zurig te doen over de Europese Unie. En inderdaad, het gaat erg slecht in Europa en het leven is hier bittere ellende. Behalve dan als we de vergelijking maken met vorige generaties. Of met andere plekken.

Nergens in de wereld zijn een half miljard mensen gemiddeld zo welvarend als hier in de Europese Unie. Nooit eerder en op geen enkele andere plek leven ze gemiddeld zo lang, zijn ze zo goed sociaal beschermd of reizen ze zo makkelijk als wij hier, van Helsinki tot Nicosia. En wie zich toch ergert, tweet zijn frustratie de ether in, zonder dat subiet de militaire politie aan de deur staat.

Jamaar, zeggen critici, dat is eerder ondanks dan dankzij dat logge ding dat Europese Unie heet. Dat valt nog te bezien. Een goeie halve eeuw geleden begonnen we met het gezamenlijke beheer van kolen en staal. Daarna kwamen de landbouw en de gemeenschappelijke markt. En steeds meer andere zaken. Dat creëerde een diepe band. Veel van onze belangen raakten zo sterk aaneengeklonterd dat we nu verplicht zijn om onze problemen gezamenlijk aan te pakken. Als Duitsland instemt met een hulppakket voor Griekenland, is dat alleen omdat Duitsland daar ook zelf belang bij heeft. Zo sterk is vandaag de verwevenheid, die zich geleidelijk in de Unie heeft voltrokken.

Wat zou er dan gebeuren bij een shutdown van de Unie? Gaat het licht dan uit, en rollen er dra weer tanks door de straten? Gaan we kapot aan grauwe armoede, terwijl de Chinezen de wereld besturen? De kans is klein dat het zover komt, want we zullen die Unie niet opbreken. De grondstroom gaat juist de andere kant op.

Daar is een simpele reden voor. De uitdagingen van vandaag en morgen zijn van die aard dat we ze als landen apart niet meer efficiënt kunnen aanpakken. Of het nu gaat om klimaat, economie, energie of misdaadbestrijding: Europese landen zijn afzonderlijk niet meer in staat om hier een beleid rond te voeren. Wie dat niet erkent, houdt een illusie over van nationale soevereiniteit, maar degradeert in werkelijkheid naar de marge van de geschiedenis. De wereld organiseert zich in grotere blokken, en in vergelijking met Amerika, China of Indonesië is zelfs Duitsland straks een lilliputter. Daar ligt de bestaansreden van de Europese Unie: gezamenlijk hebben we wél het gewicht om nog mee te spelen. Daarom associëren zelfs landen als Zwitserland of Noorwegen zich vandaag zo diep met de Unie dat ze er de facto ook lid van zijn.

Zeker en vast, in onze oase van rust, stabiliteit en welvaart loopt niet alles op wieltjes. Elke beleidskeuze is een compromis en dus per definitie weinig ideaal. Maar wie erkent dat we de dingen beter samen aanpakken, moet ook aanvaarden dat landen en partijen met andere belangen en gedachten mee op het beleid hun stempel drukken. Dit mag er ons evenwel niet van weerhouden om het debat aan te gaan.

Integendeel, want de antwoorden op de uitdagingen van morgen, staan niet vast. Europa kan veel kanten op, en daar mag best discussie over zijn. Bijvoorbeeld naar aanleiding van de Europese verkiezingen. Of laten we die opnieuw ondersneeuwen door onze regionale verkiezingen? Houden we het in de campagne straks bij de vraag waar we een panda huisvesten en of we dat voortaan federaal, dan wel confederaal zullen regelen? Of hebben we het over de uitdagingen die er echt toe doen?