Klimaatconferentie Stockholm: ‘Moet het klimaatdebat niet naar rustiger vaarwater?’
Foto: Reuters

Vandaag start de klimaatconferentie in Stockholm. Een hele week wordt er gediscussieerd tussen het VN-panel voor klimaatanalyse IPCC en vertegenwoordigers van regeringen wereldwijd. Vrijdag verschijnt dan het vijfde klimaatrapport. Karel Knip, klimaatspecialist bij nrc, plaatste echter enkele kritische noten bij de nieuwe conferentie.

Het VN-panel voor klimaatanalyse bestaat 25 jaar en op het einde van deze week stelt het panel zijn vijfde klimaatsrapport voor. In dat rapport zullen de gebruikelijke effecten van de menselijke activiteit op onze planeet staan. We denken daarbij aan de stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer, de stijging van de zeespiegel, het afsmelten van gletsjers... enz.

Wat we echter niet zullen horen is dat het warmer is geworden. Sinds 2000 stijgt de mondiale temperatuur immers niet meer en die stagnatie werd door niemand voorzien. Volgens Karel Knip toont dit aan hoe onbetrouwbaar de klimaatmodellen momenteel zijn. Meteen ook het teken voor Knip om een aantal kritische vragen te formuleren. Hoeveel klimaatrampen bedreigen ons werkelijk? Hoe snel bereiken ze ons? En zijn deze rampen echt van bijbelse proporties?

Nu de mondiale temperatuur al meer dan een decennium niet is gestegen wordt het volgens Knip misschien tijd om het klimaatdebat in rustiger vaarwater te brengen. Hij formuleert 7 bedenkingen bij een aantal rampscenario’s.

1. Land loopt onder door stijgende zeespiegel

De oceanen verzuren en stromen vol smeltwater. Door de opwarming zet het water uit en stijgt het zeeniveau gestaag. Kleine eilandstaten zullen als eerste verzwolgen worden door dat stijgende zeeniveau. Voor dichtbevolkte rivierdelta’s lijken de gevolgen eveneens problematisch.

Knip nuanceert. Recente onderzoeken hebben uitgewezen dat het zeeniveau ongelofelijk langzaam stijgt en dat er goed op te anticiperen valt, ook al omdat het tempo waarop dit geschiedt de laatste jaren niet veranderde. Bovendien blijken er ook natuurlijke variaties voor te komen in de stijgsnelheid.

In werkelijkheid is de stijgsnelheid van het zeeniveau zo laag dat veel delta’s het tempo zonder problemen hadden kunnen bolwerken als in de bovenstroom van de rivier zoveel sediment aan het water was onttrokken door irrigatie, stuwdammen en het indijken van de benedenloop. Volgens onderzoek zijn vooral stormvloeden of een plotselinge verhoogde afvoer van de rivieren het werkelijke gevaar voor rivierdelta’s.

2. Woestijnen worden groter

De brede bewustvorming rond de broeikasproblematiek leidde in de jaren ‘90 tot de overtuiging dat de droogte een direct gevolg was van het broeikaseffect. De klimaatverandering zou tot een uitbreiding van woestijnen leiden.

De extreme droogte in bijvoorbeeld de Sahel en de Hoorn van Afrika bleek echter een gril van de natuur, stelt Karel Knip. De regenval in die bewuste gebieden is inmiddels weer op peil en de randen van bestaande woestijnen ‘vergroenen’ de laatste jaren opnieuw.

De klimaatmodellen voorspellen tegenwoordig vooral bodemdegradatie en uitdroging in Centraal-Spanje, in andere contreien in het Middellandse Zeegebied, in het zuidwesten van de Verenigde Staten en een deel van Australië.

3. Gletsjers smelten en het drinkwater in Oost-Azië raakt op

Volgens het vierde klimaatrapport van het IPCC (2007) zouden de gletsjers in de Himalaya in 2035 of zelfs eerder volledig verdwenen zijn. Een tijdje later bleken de voorgestelde data niet zo zeker, maar vaststond dat het de verkeerde kant opging met de bevroren drinkwatervoorraad waar bijna 1,5 miljard dorstige mensen afhankelijk van zijn.

Onderzoek heeft echter uitgewezen dat het ijsverlies van de Himalaya-gletsjers weinig patroon vertoonde. Bovendien blijken veel rivieren in het gebied helemaal niet zo afhankelijk waren van smeltwater. Er bestaat immers ook nog zoiets als regenwater.

Toch lijkt ook onderzoek uit te wijzen dat ijsverlies weldegelijk op komst is. Alleen zal dat deze eeuw voor weinig problemen zorgen: extra smeltwater betekent immers ook extra drinkwater.

4. Steeds meer tropische cyclonen

Zelden ontwikkelden zich zoveel tropische cyclonen boven de Atlantische oceaan als in 2005, het jaar waarin de orkaan Katrina New Orleans in puin legde. Dit is een voorproefje van wat komen gaat, luidde het credo toen. Voor 2006 werden evenveel cyclonen voorspeld, maar die lieten op zich wachten.

Modelleren van extreme weerfenomenen is geen sinecure. Inmiddels lijkt het wel vast te staan dat de huidige cycloonactiviteit boven de Atlantische Oceaan uitzonderlijk is. Niets sluit natuurlijke variabiliteit echter uit.

De laatste klimaatmodellen poneren zelfs dat de jaarlijkse hoeveelheid cyclonen onder invloed van de klimaatopwarming zal afnemen, aldus Knip. Enkel de frequentie en de intensiteit van de zwaarste categorie cyclonen zou toenemen. Die laatste stelling wordt echter niet gesteund door waarnemingen.

Dat de schade die tropische cyclonen aanrichten steeds groter wordt, ligt vooral aan een hogere bouwactiviteit in kustzones. Bovendien laat de kwaliteit van die bouwsels vaak te wensen over.

5. Oogsten worden magerder

Nu de randen van bepaalde woestijnen onderhevig zijn aan een ‘vergroenende’ tendens, wordt klimaatverandering niet als een zwaar probleem voor de voedselvoorziening beschouwd.

De grootste bedreigingen voor de voedselvoorziening komen in de eerste plaats van de groeiende wereldpopulatie, de toegenomen vleesconsumptie en de tendens om landbouwareaal te gaan gebruiken voor biobrandstoffen die het broeikasgaseffect moet bestrijden.

6. Malaria en andere ziekten eisen meer slachtoffers

In 2004 becijferde de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) dat er in 2000 in Afrika bijna 2 miljoen gezonde levensjaren waren verloren gegaan aan klimaatsverandering. Een bedrieglijke voorstelling van de zaken, zegt Karel Knip.

De kans op diarree stijgt immers met een paar procent als de temperatuur oploopt. Omdat half Afrika last heeft van diarree, leidt dat algauw tot enorme aantallen. Wie zal trouwens zeggen welk weertype nu echt een uiting is van klimaatverandering?

Inmiddels is het bijna zeker dat malaria geen uitbreiding zal kennen onder de voorspelde opwarming. Voor de meeste andere ziekten is dat nog verre van duidelijk.

7. Klimaatverandering brengt conflicten en oorlogen met zich mee

Bij deze gedachtengang gaat men ervan uit dat dergelijke invloed al heeft plaatsgevonden. Men zoekt bijgevolg naar verbanden tussen enerzijds temperatuur en/of neerslagschommelingen en anderzijds conflicten. Aan de hand van klimaatmodellen worden aldus de conflicten van de toekomst voorspeld.

De uitslag wordt bepaald door de definitie van ‘conflict’ en de vraag of de klimaatinvloed moet gelden voor de aanloop, het uitbreken of de duur van het conflict. Deze manier van denken vertoont dus een aantal moeilijkheden.

Vaak is er de aanname dat klimaatoorlogen om een tekort aan water gaan, terwijl dat probleem altijd vreedzaam opgelost blijkt te worden. Een ander probleem is dat in het verleden een stijging in conflicten juist samenviel met afkoeling. Bovendien wordt in dergelijke studies vaak het onderscheid tussen weersverandering en klimaatverandering vergeten.

Het volledige artikel van Karel Knip vindt u in de digitale editie van het nrc