‘Loon hangt wel degelijk af van herkomst’
Foto: Photo News
Je loon en je positie op de arbeidsmarkt hangen wel degelijk af van je nationaliteit of je land van herkomst. Migranten, ook van de tweede of derde generatie, botsen nog steeds op structurele barrières. Dat blijkt uit het eerste rapport van de Socio-economische Monitoring die de FOD Werkgelegenheid en het gelijkekansencentrum CGKR uitbouwden.

Aan het nieuwe meetinstrument is zeven jaar gesleuteld. Het is niet gestoeld op een peiling of steekproef, maar op de exhaustieve gegevens van het rijksregister en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.

Volgens de auteurs bevestigt het rapport ontegensprekelijk dat de positie van werknemers op onze arbeidsmarkt afhangt van hun nationaliteit of land van herkomst. ‘Bepaalde groepen werknemers van buitenlandse origine lopen wel degelijk een hoger risico op werkloosheid, een lager loon en een nadelige arbeidsregeling of beroepsstatuut’, luidt het.

De gemiddelde werkloosheidsgraad in België bedraagt bij de samenstelling van deze cijfers 8,4%. Inwoners van Belgische origine zitten met 5,9% flink onder dat gemiddelde. De hoogste werkloosheidsgraden zijn op te tekenen bij personen uit kandidaat-lidstaten van de EU (Macedonië, Turkije en Kroatië), en personen van Maghrebijnse origine: 23,9 en 25,9%.

Ter verduidelijking: landen uit de groep EU-14 zijn Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Luxemburg, Ierland, Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Griekenland, Spanje, Portugal, Finland, Zweden en Oostenrijk.

Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slovakije, Bulgarije en Roemenië zijn de landen uit de EU-12-groep. Het werkloosheidsgemiddelde in deze groep ligt het dichtst bij het algemeen gemiddelde.

‘Structurele barrières’

Ook migranten van tweede of derde generatie botsen nog steeds op structurele barrières. ‘Zowel de structuur van de arbeidsmarkt als directe en indirecte discriminatie spelen daarbij een rol’, aldus het rapport, dat volgens de auteurs een vollediger beeld schetst over migranten van tweede of derde generatie dan voorheen.

Het gelijkekansencentrum besluit dat er bijkomende actie nodig is. Het wil een koninklijk besluit dat positieve acties mogelijk zou maken, maar ook meer focus op het diversiteitsbeleid bij alle federale en regionale beleidsactoren. Werkgevers moeten zich tot slot net als alle andere betrokken spelers buigen over de nog bestaande belemmeringen op de arbeidsmarkt. 

Vijf opmerkelijke weetjes uit de studie

  • In de categorie van de laagste lonen zijn alle origines meer vertegenwoordigd dan personen van Belgische oorsprong - met uitzondering van Noord-Amerikanen en mensen uit Oceanië.
  • Bij de meeste niet-Belgen ligt de werkgelegenheidsgraad rond de 40%. Bij personen van Belgische origine bedraagt die 74,2%.
  • In de groep van mensen die langer dan één jaar werkloos zijn, zitten weinig origineverschillen. De echt langdurige werkloosheid (meer dan vijf jaar) ligt het hoogst bij Belgen.
  • Ook in de belangrijkste sectoren waarin de verschillende groepen werken, zijn er grote verschillen. Personen uit de EU-12-landen (waaronder Tsjechië, Polen, Roemenië en Slovenië) zijn het actiefst in de bouwnijverheid. Maghrebijnen werken vaker in administratieve en ondersteunende diensten, en andere Afrikanen in de gezondheidszorg en dienstverlening. Aziaten zijn dan weer het actiefst in het 'verschaffen van accomodatie en maaltijden'.
  • De activiteitsgraad van vrouwen van Belgische oorsprong ligt met 75% een pak hoger dan dat van vrouwen afkomstig uit kandidaat-lidstaten, andere Europese landen, Afrika en Azië. Daar schommelt dat cijfer tussen 40 en 45 procent.