Geef de kiezer zijn stem terug
Lionel Jospin, in 1995 de presidentskandidaat van de Franse socialisten, brengt zijn stem uit. Foto: Magnum/Carl De Keyzer
Voor een stembusslag waar zoveel kabaal rond gemaakt wordt, heeft die fameuze ‘moeder aller verkiezingen’ wel weinig impact, zegt Luc Huyse. De politiek moet ophouden zich achter Europa en de markten te verschuilen en werk maken van echte inspraak.

Gopress is het digitaal archief van de schrijvende pers. Het vertelde mij gisteren hoe vaak de Vlaamse kranten en magazines de stembusgang van 25 mei 2014 ‘de moeder aller/van alle verkiezingen’ gedoopt hebben. Sinds de federale verkiezingen van 10 juni 2010 deden ze dat 313 maal. Voordien hadden de media de verkiezingen van 1999, 2007 en 2009 ook al met die naam bedacht. Maar toch, deze keer is het wel erg opvallend. Toegegeven, het gaat om drie verkiezingen voor de prijs van één. Bovendien suggereert de vroege en luidruchtige berichtgeving dat wij eind mei 2014 zullen beslissen over de toekomst van het land, van de openbare schuld en van onze welvaart.

Maar doet de stembus dat nog, bakens grondig en duurzaam verzetten? Velen twijfelen daar aan. In zowat alle Europese landen, de jonge democratieën in Centraal-Europa incluis, is het enthousiasme voor verkiezingen in vrije val. Minder en minder burgers gaan stemmen. Bij ons is die trend waarschijnlijk gecamoufleerd door de opkomstplicht. Maar dat kan veranderen, nu afwezig blijven niet langer gestraft wordt. Het scepticisme van kiezers laat zich ook voelen in hun stemgedrag. Ze zijn wispelturig, lopen en masse over naar wie de kracht van de verandering beweert te bezitten of leveren een cryptogram af. Er zit bij sommigen iets van gramschap in hun keuzes. De krant Le Soir sprak na de gemeenteraadsverkiezingen zelfs van élections-poubelles. Ook de partijen weten dat electorale hoogmissen nauwelijks nog aangeven wat de bevolking precies wil. Daarom zoeken ze alternatieve wegen om de kiezer te ‘lezen’. Zij bestellen peilingen voor intern gebruik, engageren consultants die blijkbaar in het hoofd en het hart van de burger kunnen kijken, screenen de kranten op bruikbare doorlichtingen en geloven in de relevantie van Twitterberichten. Die aanleg van bypasses geeft aan dat niet alleen de kiezer, maar ook de beroepspoliticus twijfelt aan wat altijd nog het opperfeest van de democratie heet. Is al het lawaai over ‘de moeder van’ misschien fluiten in het donker?

De geboorte van Tina

De nukken van vele kiezers, zeggen sommige bewoners van de Wetstraat, zijn te wijten aan de verzuring die Vlaanderen in haar greep heeft. Dat is de gemakkelijkste diagnose, mea culpa slaan op de borst van een ander. Politici zouden er beter aan doen om te kijken naar wat er in de politiek aan de gang is. Met hun hulp hebben hooggeleerde economisten en de haute finance in de late jaren negentig Tina in het leven geroepen: ‘There is no alternative’ voor het beleid dat de bankiers met de EU, het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank bedacht hebben. De meeste politici, ook in België, zweren nu dat er aan de druk van die buitenlandse krachten niet te ontkomen is. Van Joschka Fischer, in Duitsland zes jaar lang de groene minister van Buitenlandse Zaken en vicebondskanselier, is de uitspraak dat ‘de politiek machteloos staat tegenover de markten’. Dat was ook de kreet op het kamp van de indignado’s op de Puerta del Sol in Madrid (juli 2011): ‘Hoe kun je van democratie spreken als het economisch beleid niet via de stembus te veranderen is?’ Cruciale dossiers zijn inderdaad uit de electorale arena gelicht en ondergebracht in schimmige onderhandelingen tussen de EU en de grootbankiers. Technocraten van de Unie hebben voor die evolutie al een eufemisme verzonnen: constrained democracy, ingesnoerde democratie. Zou het kunnen dat niet de verzuring, maar het gevoel dat hen iets ontstolen is vele kiezers soms sceptisch, soms cynisch, soms rebels maakt? Daarbovenop dagen politici de mensen uit door ‘Tina!’ te roepen en hen tegelijk het ‘immense belang’ van de komende verkiezingen aan te praten. Of door te jammeren dat zij politiek niets kunnen doen tegen de markten en tegelijk hyperactief te zijn voor de redding van de banken.

Een beetje cosmetica

Wat te doen? Op de website van ‘Pact 2020. Vlaanderen in Actie’ staat te lezen dat de Vlaamse overheid twintig concrete doelstellingen voor het jaar 2020 heeft vastgelegd. Een ervan zegt dat in dat jaar burgers en organisaties meer inspraak in het bestuur zullen hebben. Tussen 2014 en 2019, de looptijd van de nieuw te verkiezen bestuurders, zal het dus moeten gebeuren. Aan nadenken over de betekenis van verkiezingen valt hier en elders in Europa niet te ontkomen. Er is het risico dat alleen cosmetische ingrepen op tafel zullen liggen: een beetje referendum, een beetje meer of minder gewicht voor de lijststem. Onbelangrijk is dat niet, maar het blijft kruimelwerk.

De tijd is gekomen om te zoeken naar technieken die de beperkte reikwijdte van verkiezingen kunnen compenseren. Die de burger promoveren van citoyen électeur tot citoyen controleur, zoals de Franse historicus Pierre Rosanvallon bepleit. Er circuleren momenteel vele voorstellen en hier en daar zijn projecten al volop in uitvoering, teveel om hier te bespreken. Dat gebeurt binnenkort wel in een nieuw boek van David Van Reybrouck. Maar de grootste uitdaging is er voor te zorgen dat wat, met dank aan Tina, van de kiezers is gestolen hen terug te geven. Dat zal niet gemakkelijk gaan. Maar er is ook goed nieuws. Alle onderzoek dat bericht over het groeiende wantrouwen van kiezers toont ook dat zij nog steeds geloven in de toegevoegde waarde van de democratie. Noem ze geen verzuurde burgers, maar gefrustreerde democraten.

Laat ons de komende maanden ook debatteren over de toekomst van de verkiezingen.