Noem Raketkanon, een Gentse supergroep met vertakkingen naar Tomàn en Kapitan Korsakov, niet onbesuisd een metalband of je maakt aanspraak op een klap voor je bek.

Het ongelikte collectief rond de hyperkinetische brulboei Pieter-Paul Devos doopt zijn zware metalen namelijk in een eclectische poel van gruizige stonerrock, spacey prog, sludge, doom, freejazz, en wat nog meer.

Pittig amalgaam, op het manische af. Denk aan de noisegrunge van de Melvins die het aanleggen met de onbesuisde punk van The Jesus Lizard en Mastodon, afgezoomd met een lik QOTSA en John Zorn. En dan nog dekt dat de lading van dit vuurwapen maar gedeeltelijk. Alleen al de bass synth van Lode Vlaeminck spijkert het betongeluid van de Gentenaren op een apart idioom.

In de van zichzelf al zweterige Wablief?!-tent - geen slechte plek overigens, want van de gekrijste, door stemvervormers gehaalde teksten van songs als 'Herman', 'Henri' en 'Eva' verstond je geen sikkepit - deelde de groep de ene loeihete moker na de andere uit, in een woeste wisseling van tempo's, geluiden en stemmingen. Fans trotseerden de hitte en negeerden het verbod op crowdsurfen.

Het aan elkaar lijmen van de songs had wat strakker gekund, en Devos was wild maar minder gestoord dan we verhoopt hadden, maar dat is detailkritiek. Raketkanon vuurde een kopstoot af waar we niet van terug hadden.