Bachelor mag voor de klas
Foto: An Nelissen

Vanaf 1 september volstaat een academische bachelor om les te geven. Dit moet helpen tegen het lerarentekort.

Wie een academische bacheloropleiding achter de rug heeft en een lerarenopleiding gevolgd heeft, mag gaan lesgeven. Dat is een nieuwigheid vanaf 1 september.

Tot dusver gold dat je een masterdiploma op zak moest hebben. Voor lezers van voor de Bologna-hervorming: een master is de vroegere licentiaat, een bachelor de kandidaat. Daarnaast heb je de professionele bachelors, de vroegere regenten.

De onderwijzende academische bachelors zullen op hetzelfde niveau geplaatst worden als de professionele bachelors, en ook evenveel als hen verdienen. Ze zullen les kunnen geven in eerste en tweede graad aso, tso en kso, in het bso ook in de derde graad. Hun drie jaar durende studie zou moeten volstaan om de nodige vakkennis opgedaan te hebben.

‘Gelet op het chronische lerarentekort is iedere beschikbare kandidaat welkom’, zegt Chris Smits, secretaris-generaal van het katholiek secundair onderwijs. Hij juicht de maatregel toe maar verwacht er ook geen mirakels van. ‘Er gaan zich geen duizenden mensen aandienen.’

Bij de vakbond heerst nog scepsis. ‘Ik ga ermee akkoord dat we elke potentiële leerkracht zoeken’, zegt Rudy Van Renterghem, adjunct secretaris-generaal van de christelijke bond COC. ‘Maar heeft een academische bachelor genoeg body om in de hogere klassen les te geven? Je kunt daaraan twijfelen. Vergeet niet dat het nooit als uitstroomdiploma bedoeld was.’

Raf De Weerdt van de socialistische ACOD klinkt positiever. ‘Dit zit in de logica der dingen. Een kandidatuur duurde twee jaar, een academische bachelor drie. Even lang als de professionele.’