Wie? Ben Caudron, internetpionier en socioloog

U vindt de timing van Cameron niet toevallig?

‘Ik sluit niet uit dat hier de aandacht wordt afgeleid van het ándere internetnieuws, namelijk de afluisterschandalen die maar blijven aanhouden. Bovendien kan hij zich profileren als beschermer van de natie en van kinderen in het bijzonder.’

De recente moord op twee kinderen maakt deze maatregelen voor veel Britten acceptabel?

‘Absoluut. Kinderen laten niemand onberoerd, en al helemaal niet als er seksueel misbruik in het spel is. Wie morele paniek wil creëren om controle te verwerven en uitpakt met een verhaal over kinderen en seks, heeft een bal voor open doel. Wat Cameron doet, is niets nieuws. In de jaren ’90 werd al gebruik gemaakt van hetzelfde mechanisme toen een waardeloze “studie” van een zekere Martin Rimm werd aangegrepen om de DMCA-wetgeving in Amerika door te duwen. Rimms totaal foute bevindingen stelden dat het internet overspoeld werd door porno, kinderporno inbegrepen. Het mechanisme van morele paniek werkt bijna altijd omdat het rechtstreeks inwerkt op de terechte emoties van mensen, die vervolgens een “oplossing” worden voorgeschoteld.’

Is Camerons voorstel een vorm van censuur?

‘Strikt genomen niet. Je kunt als gebruiker expliciet aangeven toch toegang te willen tot de weggefilterde inhoud. Censuur zou er pas zijn als je die keuze niet hebt. Ik vind het overigens zeer goed dat mensen filters kunnen gebruiken, zolang dat hun eigen keuze is. Maar Camerons voorstel betekent dat gebruikers van porno zich moeten registreren. Hij werpt zich daarmee op als moraalridder. Misschien zou hij zijn bevolking en de democratie een grotere dienst bewijzen als hij ze zou beschermen tegen de te nieuwsgierige ogen van zijn eigen inlichtingendiensten.’

Ook in Finland klinkt de roep om wetgeving die pornografie op het internet aan banden legt. Waar komt dit vandaan?

‘Merkwaardig genoeg lijken in dit debat groepen die emancipatie nastreven, zoals in Finland, en moraalridders die de verrechtsing goedgezind zijn, objectieve bondgenoten. De ene vindt porno vrouwonvriendelijk, de andere ziet er een teken van moreel verval in. Uiteraard heeft het internet de toegang tot porno makkelijker gemaakt. Tegelijk heeft een pseudo-pornografische beeldtaal een steeds prominentere plaats gekregen in de publieke ruimte.’

Zal dezelfde roep om het internet ‘op te schonen’ ook in België weerklinken?

‘Ja, wellicht wel. Enkele politici deden al voorstellen, maar voorlopig konden die nog niet de juiste toon vinden. Wie daar wel in slaagt, zal op breed gedragen steun kunnen rekenen, vrees ik. En ik zie niet meteen iemand uit de centrumpartijen die daartegen in zal durven gaan.’

Overal trachten overheden meer controle te krijgen over het internet. Lukt ze dat?

‘Deels wel: ze krijgen steeds meer controle over net die groep van mensen bij wie het niet nodig is, die zich niet met crimineel gedrag inlaten. In België is er al jaren de facto censuur van bepaalde websites, alleen weet bijna niemand daar van. In tegenstelling tot de doorsnee-Chinees, die zeer goed weet dat hij gecontroleerd en gecensureerd wordt. Als we toch worden geconfronteerd met schandalen zoals Prism, is onze verontwaardiging beperkt en van korte duur.’