Di Rupo: ‘Eerste keer dat globale kost van monarchie daalt’
(archieffoto) Foto: Photo News

Premier Elio Di Rupo heeft in de Kamer de dotatie verdedigd die koning Albert II na zijn aftreden zal ontvangen. Oppositiepartij N-VA stelde dat de Belgische monarchie ‘de rijkelijkst bedeelde ter wereld is’.

‘Het is de eerste keer in de geschiedenis dat de globale kost van de monarchie zal dalen, en dat terwijl de kosten de laatste decennia eerder toenamen’, maakte de premier zich sterk. Bovendien komt er voor het eerst controle door het Rekenhof, waardoor er meer transparantie zal zijn voor de burgers en het parlement.

Hij bevestigde ook dat Albert II enkel nog gratis gebruik zal kunnen maken van vliegtuigen van Defensie wanneer hij ons land officieel vertegenwoordigt, en dus niet voor privéreizen.

‘Meest rijkelijk bedeeld’

De oppositiepartijen N-VA en Vlaams Belang vinden dat de monarchie te veel kost. Theo Francken (N-VA) stelde dat het totaal persoonlijk vermogen van de Saksen-Coburgs tussen de 400 miljoen en 1 miljard euro wordt geschat. ‘De Belgische monarchie is de meest rijkelijk bedeelde ter wereld’, luidde het.

Ook Barbara Pas (Vlaams Belang) vindt dat de koning het met minder kan stellen. Zij maakte een vergelijking met vele 65-plussers ‘die onder de armoedegrens leven’.

‘Belangrijke stap naar moderne monarchie’

Het kernkabinet besliste dinsdag dat koning Albert II na zijn troonsafstand een jaarlijkse dotatie van 923.000 euro zal krijgen. Het deel ‘vergoeding’ van die dotatie zal aan personenbelasting onderworpen zijn, terwijl de koning voortaan ook btw en accijnzen zal moeten betalen. Ook zal het vorstenpaar gedurende vijf jaar op een tiental gedetacheerde personeelsleden kunnen rekenen, veiligheidspersoneel niet meegerekend.

De eerste minister stelde ook dat de regering een stuk verder gaat dan Nederland. Koningin Beatrix, die eerder dit jaar aftrad, krijgt een dotatie van 1,4 miljoen euro, waarvan geen enkel deel onderworpen is aan personenbelasting, luidde het. ‘Ook de oppositie moet kunnen erkennen dat dit een belangrijke stap is naar een meer moderne monarchie’, besloot Di Rupo.