EU verhoogt gevangenisstraffen voor cybercriminaliteit
De Europese Unie verhoogt de minimale maximumstraffen voor hackers die worden schuldig bevonden van data-inbreuken of cyberaanvallen.

Het Europees Parlement heeft in Straatsburg een wetsvoorstel goedgekeurd om de minimale maximumstraffen voor cybercriminaliteit te verhogen, in het bijzonder wanneer die gericht is op kritieke infrastructuren of gevoelige informatie.

De 28 EU-lidstaten keurden het voorstel goed met 541 stemmen tegen 91. Negen parlementsleden onthielden zich. Alleen Denemarken doet niet mee en kiest ervoor om zijn eigen regels in stand te houden.

Momenteel variëren de straffen van lidstaat tot lidstaat, maar de meesten hanteren een maximumstraf van vijf jaar. De landen krijgen twee jaar de tijd om de nieuwe minimale maximumstraffen in hun nationale wetgeving te implementeren.

Hackers die proberen op een illegale manier toegang te krijgen tot informaticasystemen, kijken vanaf nu aan tegen een maximale gevangenisstraf van minstens twee jaar. Voor aanvallen tegen kritieke infrastructuren - kerncentrales, transport, overheidsnetwerken - loopt dat op tot ten minste vijf jaar.

Ook de straffen voor het illegaal onderscheppen van communicatie of het produceren en verkopen van instrumenten die dit mogelijk maken, worden in de nieuwe wet verhoogd. Bedrijven of organisaties die voordeel halen uit botnets of hackers inhuren om gegevens te stelen, kunnen vanaf nu aansprakelijk worden gesteld voor misdrijven die in hun opdracht werden uitgevoerd.