Vlaanderen mag geen ‘band met de gemeente eisen’
Foto: MARC HERREMANS -VUM

Het vier jaar oude Vlaams decreet over het grond- en pandenbeleid is in strijd met het Europees recht. Dat heeft het Europees Hof van Justitie woensdag geoordeeld. Volgens het Hof worden de fundamentele vrijheden beperkt door de voorwaarde dat de kandidaat-koper van een onroerend goed over een “voldoende band” met de gemeente moet beschikken.

Het Vlaams grond- en pandendecreet uit 2009 stelt onder meer dat kandidaat-kopers of kandidaat-huurders in bepaalde gemeenten over een voldoende band met de gemeente moeten beschikken. Van zo’n band kan sprake zijn indien de geïnteresseerde koper of huurder al zes jaar in de gemeente woont, werkzaam is in de gemeente of “op grond van een zwaarwichtige en langdurige omstandigheid” een maatschappelijke, familiale, sociale of economische band met de gemeente heeft opgebouwd.

Op vraag van het Grondwettelijk Hof, waar het decreet wordt aangevochten, boog het Europees Hof zich over de tekst. De bepalingen komen er volgens de Europese rechters op neer dat sommige mensen geen gronden kunnen kopen en dus fundamentele rechten beknotten. De Vlaamse regering voerde aan dat ze wil inspelen op de woonbehoeften van de minst kapitaalkrachtige lokale bevolking, maar het Hof stelt vast dat geen van de voorwaarden rechtstreeks verband houdt met deze doelstelling. De maatregelen gaan dus verder dan noodzakelijk is.

Het Hof boog zich echter ook over andere aspecten van het decreet, zoals de bepaling die verkavelaars en bouwheren verplicht om een deel van de gronden voor te behouden voor sociale woningen. Dat kan volgens het Hof andere Europeanen ontmoedigen om in Vlaams onroerend goed te investeren. Die schending van het vrije verkeer van kapitaal kan volgens de Europese rechters echter gerechtvaardigd zijn om sociaal zwakkere groepen van voldoende woonaanbod te voorzien. Het is aan de nationale rechter om te oordelen of de maatregel noodzakelijk en geschikt is om dat doel te bereiken.

Het Europese Hof merkt voorts op dat de fiscale stimuli en subsidiemechanismen van het decreet mogelijk staatssteun zijn. Ook hier moet de nationale rechter het eindoordeel vellen. Opvallend tenslotte is ook dat de Europese rechters erop wijzen dat de Europese regels over openbare aanbestedingen van toepassing kunnen zijn wanneer bouwpromotoren in het kader van een vastgoedproject verplicht worden om sociale woningen neer te poten.