Drie kwart van de bedrijven vindt dat de VDAB zich nog te weinig richt naar werkgevers, en bijna alle tijd spendeert aan de ondersteuning van werkzoekenden. Nochtans is 70 procent van mening dat de VDAB een belangrijke rol kan spelen in het personeelsbeleid van de ondernemingen, zo blijkt uit een enquête van Unizo en VKW-Limburg bij zo’n 550 bedrijven.

Met de sluiting van Ford Genk in aantocht, wordt met argusogen uitgekeken naar de inspanningen die de VDAB zal moeten leveren om als intermediair de duizenden werkzoekenden aan een nieuwe baan te helpen.

Omdat die scharnierfunctie cruciaal wordt in de reconversie van Limburg, wilden Unizo en VKW Limburg graag weten op welk vlak de dienstverlening van de VDAB nog kan bijgestuurd worden vooraleer dit aartsmoeilijke proces in gang wordt gezet.

Uit de bevraging blijkt dat, ondanks het feit dat 50 procent van de bedrijven momenteel moeilijkheden ondervindt om vacatures in te vullen, slechts een kwart de openstaande jobs meldt bij de VDAB.

'Geringe bekendheid is jammer'

Kleine bedrijven doen dit haast nooit. Een vierde van de respondenten vindt de VDAB te weinig bekend bij ondernemers. De werking is volgens de bedrijven onvoldoende afgestemd op werkgevers (75 pct) en richt zich volgens 90 procent van de ondervraagden in hoofdzaak op werkzoekenden. Een derde vindt de VDAB bureaucratisch.

'De geringe bekendheid is jammer', want 60 procent van de bedrijven die wel al samenwerken met de VDAB, is daar tevreden over. Het gaat vooral om grote ondernemingen. Wie de VDAB inschakelt voor opleidingen, is zelfs in 90 procent van de gevallen vol lof.

Zo’n 70 procent vindt dat de VDAB wel degelijk een rol kan spelen in het personeelsbeleid van hun bedrijf. Daarbij wordt gedacht aan diensten voor werkgevers, zoals informatie over tewerkstellingsmaatregelen, jobcoaching en advies en begeleiding bij ontslag en outplacement.