De sluier der onwetendheid

Etienne Vermeersch (DS 4 mei) stelt voor dat Viktor Ameys een beroep doet op ‘liefdadigheid’. Zijn oordeel is hard en er kleeft ook iets onrechtvaardigs aan. Het succes van liefdadigheidsacties hangt af van media-aandacht en is arbitrair.

Misschien kan de Amerikaanse filosoof Ronald Dworkin ons op andere gedachten brengen. Hij stelt voor om bij dergelijke discussies een positie in te nemen achter een ‘sluier van onwetendheid’. Dit is een initiële positie waarin we niet weten of we in het leven geluk of pech zullen hebben. Iedereen zou in die situatie kiezen om bij te dragen aan een verzekering tegen pech. Echter, niemand zal bereid zijn het volledige vermogen af te staan. We zullen een afweging maken tussen onze persoonlijke vrijheid en de risico’s die we willen lopen. We kunnen aannemen dat we het redelijk vinden dat 20-30 procent van ons loon naar zo’n gemeenschappelijke pot gaat. Hoe dan ook, die gemeenschappelijke verzekering zal dus slechts over een beperkt budget beschikken.

Dat sommigen doorheen hun leven meer dan anderen van het verzekeringssysteem gebruikmaken, ondermijnt het systeem niet. Wie zich het perspectief achter de sluier van onwetendheid voorstelt, weet dat hij bijdraagt aan een collectieve verzekering waar hij afhankelijk van de eigen levensloop in meer of mindere mate een beroep op zal doen. Sommige mensen (zij met pech) zullen een veelvoud van wat ze hebben bijgedragen terugkrijgen, andere mensen (zij met geluk) krijgen minder terug.

Het is dus geen probleem dat Viktor in vergelijking met de meesten van ons een bijzonder hoog bedrag zou terugbetaald krijgen. Het probleem is dat de terugbetaling van Viktors medicatie mogelijk onvoldoende overlaat om andere mensen hun zorg terug te betalen. Enkel als de terugbetaling aan Viktor en zijn lotgenoten het ziekteverzekeringssysteem ondermijnt, is er een argument om de medicatie die hij nodig heeft niet terug te betalen.

Niemand wil ooit zelf in de schoenen van Viktor staan. Vanuit de initiële positie is het in dat verband zelfs te legitimeren dat de ziekteverzekering prioritair de levensbedreigende ziekten terugbetaalt en bespaart op de terugbetaling van minder noodzakelijke geneesmiddelen. Budgettaire beperkingen zijn één ding, de manier waarop de koek verdeeld wordt is een ander. De niet-terugbetaling van Viktors geneesmiddelen is in principe dus alleen aanvaardbaar indien kan worden aangetoond dat terugbetaling noodzakelijk zelfvernietigend is voor het ziekteverzekeringssysteem als dusdanig. Daarover moeten economen oordelen, maar het lijkt me als bescheiden filosoof onwaarschijnlijk.