Overnemer wil Congoboot ‘Charlesville’ naar Kattendijkdok slepen
Foto: Sebastiaan Peeters

De anonieme Belgische investeerders die de laatste Congoboot, de ‘Charlesville’, willen overnemen, zouden het schip in het Antwerpse Kattendijkdok aanmeren.

Daar zou het worden ingericht als museum, congrescentrum, restaurant en hotel. De plannen blijken uit de conceptnota die minister van Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois woensdag voorstelde in de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement.

Volgens de vzw Watererfgoed Vlaanderen zijn er twee investeerders geïnteresseerd in de Charlesville. Zij hebben samengewerkt aan een eerste conceptnota voor de overname, die op 16 april aan Geert Bourgeois werd overgemaakt. De curator van de failliete eigenaar heeft kandidaat-overnemers slechts een maand de tijd gegeven, tot 29 april, om een voorstel in te dienen. Al vanaf 1 mei moet de overnemer instaan voor de kosten van de ligplaats, de bewaking en de verzekering en het commando over het schip overnemen. Indien hij een deugdelijke project heeft, blijft de overnameprijs wel beperkt tot een symbolische euro.

Volgens de voorliggende conceptnota is het niet de bedoeling om de Charlesville opnieuw vaarwaardig te maken. Het schip moet volgens de tekst een “baken” worden ter hoogte van het Kattendijkdok en een “symbool om België nog beter op de wereldkaart te zetten als maritieme natie”.

Bourgeois benadrukt dat er nog geen afspraken zijn gemaakt met de stad Antwerpen. “Er worden in de nota ook zeer grote financiële voorwaarden gesteld aan de Vlaamse overheid”, geeft hij aan. De minister geeft voorlopig geen garanties, omdat het concept nog te vaag is. Hij stelt ook vragen bij de toestand van het schip, dat doorheen de jaren ernstig is aangepast en er momenteel verwaarloosd bij ligt.

“Het schip is van een indrukwekkende omvang en duidelijk herkenbaar als een Congoschip”, zegt Bourgeois, die zijn administratie twee weken geleden een eerste onderzoek liet uitvoeren. “Er zijn evenwel een aantal storende elementen, zoals de voorste mast die vervangen is door een atypische kraan, in de periode toen het vaartuig in gebruik was als opleidingsschip.”

Ook in het interieur is veel vernield. “De meeste hutten zijn omgebouwd en samengevoegd. De radiokamer is weg, de installaties van de keuken en de bakkerij zijn verdwenen en het zwembad is uitgebroken. Bij een bescherming als varend erfgoed kunnen enkel beheerspremies worden toegekend voor de nog resterende erfgoedwaarden”, waarschuwt de minister.