Twee op rust gestelde artsen uit Moeskroen, voormalige gynaecologen van het ziekenhuiscentrum van Moeskroen, zijn schuldig bevonden aan onvrijwillige doodslag door nalatigheid. Gezien de redelijke termijn overschreden was, vond de rechter dat een schuldigverklaring in dit geval volstond. De feiten dateren van negen jaar geleden.

Op 5 april 2004 overleed een vrouw van 64 met een buikvliesontsteking na een septische shock en een dubbele hartstilstand. Dat gebeurde vijf dagen nadat ze voor een hysterectomie was geopereerd, een heelkundige ingreep waarbij de baarmoeder verwijderd wordt.

De dochter van het slachtoffer diende op 11 juni 2004 een klacht in met burgerlijke partijstelling tegen de opererende arts en zijn vervanger. Volgens haar had het overlijden voorkomen kunnen worden, als de artsen na de operatie zorgvuldiger tewerk waren gegaan.

Volgens de advocaat van de dochter had de opererende arts onvoldoende informatie gegeven aan de verpleegkundigen en aan zijn collega in verband met de exacte medische toestand van de patiënte. Voorts wees de burgerlijke partij erop dat het verslag van de operatie en de nazorg na het overlijden van het slachtoffer was herschreven.

De rechtbank volgde het advies van een college van experts die vonden dat de opererende arts en de collega die hem gedurende 24 uur verving, nalatig waren geweest in de behandeling van de patiënte na de operatie.

De verdediging van de artsen wees er dan weer op dat de twee artsen pas in november 2009, vijf en en half jaar na de feiten, waren gehoord in deze zaak.