In Vlaanderen uitgestorven vis duikt weer op in Schelde
Foto: Schelpenmuseum
In een visnevengeul van het stuwcomplex in het Oost-Vlaamse Asper is een zeeprik gevangen. Die vissoort wordt sinds 1940 als uitgestorven beschouwd. Recent werd de vis al in de Zeeschelde waargenomen, maar nu voor het eerst zo ver stroomopwaarts.

Migratie, een vrije doorgang van en naar paai-, opgroei- en overwinteringsgebieden, is voor vissen van essentieel belang. In Vlaanderen moet tegen eind 2015 negentig procent van de migratiebarrières van eerste prioriteit worden weggewerkt. In Asper en Oudenaarde legde NV Waterwegen en Zeekanaal in 2010 'visnevengeulen' aan, te vergelijken met een natuurlijke zijrivier omheen het stuwcomplex.

Het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO), met hulp van Natuurpunt Boven-Schelde, voerde tussen juli 2011 en juli 2012 een evaluatiestudie uit, waarvan de resultaten op natuurbericht.be bekendgemaakt worden.

Op één jaar tijd zwommen in Asper 7.077 vissen stroomopwaarts, in Oudenaarde 1.502, samen 23 soorten. In Asper waren Blankvoorn (75 pct) en Baars (12 pct) goed voor 87 pct van de totale vangst. Ook in Oudenaarde domineerde Blankvoorn (60 pct), gevolgd door telkens 8 pct Pos, Riviergrondel en Baars.

Opmerkelijk waren de vangsten van Zeeprik, Rivierprik en Bittervoorn. 'Deze soorten zijn opgenomen in bijlage II van de Habitatrichtlijn en genieten in Vlaanderen een volledige bescherming door de wet op de riviervisserij', aldus Ans Mouton (INBO). 'Vooral de vangst van een Zeeprik, op 1 juni 2012 in Asper, is erg bijzonder. De soort wordt in Vlaanderen sinds 1940 als uitgestorven beschouwd. Recente waarnemingen zijn zeer zeldzaam en blijven beperkt tot de Zeeschelde.'

Uit het onderzoek bleek dat de visnevengeul goed doorzwembaar is, maar dat de attractiviteit ervan nog kan worden verbeterd.