De Raad voor Verkiezingsbetwistingen heeft dinsdag de klacht behandeld die vier oppositiepartijen in Glabbeek - CD&V, N-VA, Samen en Open Vld - indienden tegen de aanstelling van Hilde Holsbeeks als schepen. Holsbeeks werd verkozen op een CD&V-lijst maar stapte na de stembusgang over naar de Dorpspartij van Peter Reekmans en maakte zo een coalitie Dorpspartij-Sp.a mogelijk. De Raad doet wellicht op 5 maart uitspraak.

De indieners van de klacht herhaalden dat de aanstelling van Holsbeeks strijdig is met het Gemeentedecreet. Dit stipuleert, ter voorkoming van politieke overloperij, dat de schriftelijke voordracht van een schepen ondertekend dient te worden door een meerderheid van personen verkozen op dezelfde lijst. 'De bestuursmeerderheid nam haar toevlucht tot een mondelinge voordracht, maar dit was decretaal niet bedoeld om aan deze verplichting te ontkomen', aldus Herman Arnauts (CD&V).

Peter Reekmans wees erop dat de vrouwelijke kandidate van de Dorpspartij voor een schepenambt zich net voor de gemeenteraadszitting terugtrok, waardoor de meerderheid niet anders kon dan tijdens de zitting mondelinge kandidaturen vragen. Omdat het schepencollege enkel uit mannen bestond en Holsbeeks in de meerderheid de enige resterende vrouw was, kwam enkel zij in aanmerking voor het schepenambt.

Tijdens de raadszitting stelde Lucien Renders, een van de drie raadsleden, de indruk te hebben dat de eerste vrouwelijke kandidate voor het schepenambt niets meer dan een schijnkandidate was om vervolgens tijdens de zitting mondelinge kandidaturen te kunnen vragen. Bij een mondelinge voordracht zijn de voordrachtregels niet zo duidelijk. Dit werd door Reekmans formeel betwist. Hij stelde dat de betrokkene bewust opteerde voor een zitje in het vast bureau van het OCMW.