Op de rem gaan staan
Tom Naegels Foto: Jimmy Kets
Dat Bart De Wever geen homo-T-shirt aan de Antwerpse loketten wil, was voorpaginanieuws in onze weekendkrant. Ten onrechte, meent Tom Naegels .

Normaal trek ik een strikte scheidingslijn tussen mijn werk als ombudsman en de column die ik op zaterdag publiceer, maar nu is dat moeilijk. Afgelopen zaterdag schreef ik dat Gazet van Antwerpen de uitspraken van André Gantman over de stadsdichter had opgeklopt, in de hoop dat de tegenstanders van de N-VA zouden reageren, wat dan weer voor ruzie en dus nieuws zou zorgen.

Uitgerekend diezelfde dag zette De Standaard op haar voorpagina: ‘Geen homo-T-shirt achter loket. Bart De Wever opent debat' – waarmee de krant enkele zinnen uit een lang interview naar het middelpunt van het debat katapulteerde, met ruzie, en dus nieuws, tot gevolg. Vijf lezers mailden me: bediende deze krant zich niet van hetzelfde trucje?

Nee, zeggen Karel Verhoeven en Tom Heremans, die als hoofdredacteur en chef van de weekendkrant beslisten om van dit citaat de opening van de krant te maken. ‘Het nieuws is niet de samenvatting van een interview', zegt Verhoeven. ‘Nieuws is een toevoeging bij wat we al wisten, een uitspraak of een daad die de lat wat verder legt. Neutraliteit is een belangrijk thema, waar al jaren een fel debat rond woedt. Dat weten we al sinds onder Patrick Janssens in 2007 de kledingvoorschriften voor het Antwerpse stadspersoneel werden opgetekend. Bart De Wever gaat nu een stap verder dan zijn voorganger, door voor het eerst te stellen dat een loketbediende ook best zijn seksuele geaardheid niet herkenbaar uit. Hij definieert verder wat neutraliteit inhoudt, én hij kiest daarvoor seksuele identiteit, wat tot de ethische fundamenten van de moderne cultuur behoort. Hij toont daarmee ook de glijdende schaal: wanneer ben je neutraal? Daarom was dit voor ons nieuws.'

Maar gaat De Wever wel echt een stap verder? De lezers die mij contacteerden – en De Wever zelf ook, in zijn reacties op de commotie – benadrukken net dat hij niets anders doet dan de bestaande voorschriften, die al zes jaar gelden, herhalen.

Geen hiv-speldjes

Daarin staat: ‘Uiterlijke symbolen van levensbeschouwelijke, politieke, syndicale, sportieve, … overtuiging worden niet tijdens de werkuren gedragen, ook niet voor het goede doel. Dus geen kruisje, keppeltje, hoofddoek, tulband, hiv-speldje, kentekens serviceclubs, verenigingen, enz…' Als een hiv-speldje al niet mocht, is een regenboog-T-shirt dan zo anders? Uiteindelijk doet dat meer dan uitdrukken dat de drager homo is; het drukt uit dat hij of zij sympathiseert met de homobeweging. Een lezer: ‘Vrouw zijn is geen overtuiging, feministe zijn wel.'

‘Maar dat is niet wat hij bedoelde', reageert Heremans. ‘Hij zegt: “Omdat een homoseksueel via een dergelijke symboliek duidelijk aangeeft dat hij of zij die obediëntie is toegedaan.” Interviewer Joël De Ceulaer is er tijdens het gesprek nog op teruggekomen, en het was helder dat het ging om het uiten van de geaardheid zelf. Natuurlijk beseften we dat we die uitspraak meer gewicht zouden geven door ze op de voorpagina te zetten. Maar als we het niet hadden gedaan, dan passeert ze ongemerkt. En het is onze taak om opmerkelijke zaken naar voren te halen.'

Niet verder dan bestaande richtlijn

Ik vind het debat over de neutraliteit van de overheidsdiensten zelf belangrijk. Ik onderschrijf dus de redenering dat het om een relevante context gaat, die een uitspraak nieuwswaarde geeft.

Toch was en ben ik niet blij met de keuze om hier de weekendkrant mee te openen. Om drie redenen. Zelfs als ik geloof, en dat doe ik, dat het Bart De Wever ging om publieke uiting van homoseksualiteit als dusdanig (en dus niet om een gepolitiseerde versie ervan), ben ik er niet van overtuigd dat hij daarmee verder gaat dan de bestaande richtlijn. Die is heel breed, vermeldt zoals gezegd ook hiv-speldjes en clubkleuren, en eindigt in ‘enz…'. Het is waar dat het vorige college nooit over regenboog-T-shirts heeft gesproken, maar het werd ook nooit uitgesloten.

Tweede reden: het hypothetische ervan. Het gaat niet om een beleidsdaad van de burgemeester, voor de stadsdiensten verandert er niets. De Wever somt theoretische voorbeelden op, die voor hem neutraliteit uitdrukken. In het gesprek dat we hierover hadden zei Karel Verhoeven me dat De Wever goed wist dat hij ‘een performatieve uitspraak' had gedaan, een uitspraak dus met reële effecten. Maar ook de keuze om die op de voorpagina te zetten is een performatieve daad.

Wat me bij mijn laatste reden brengt. De context waarin ik deze voorpagina las was niet ‘het debat over de neutraliteit van de overheidsdiensten'. Die was: ‘weer een rel rond de N-VA.' Natuurlijk is de vraag interessant of seksuele identiteit ook onder de neutraliteitsregel valt, ware het niet dat er amper een dag eerder nog werd geruzied over het afschaffen van de stadsdichter, en daarvoor over het samenscholingsverbod in Borgerhout, de GAS-boete voor sneeuwballengooiers, het hernoemen van het De Coninckplein, het afschaffen van de slogan 't Stad is van Iedereen, de toespraak van de koning…

Mogelijk ga ik mijn rol als ombudsman hiermee te buiten, maar ik denk dat dit niet goed is voor ons, voor onze samenleving, voor de journalistiek, en voor de politiek. De permanente verontwaardiging put ons uit. De natuur van het nieuws is om aandacht te besteden aan wat de aandacht trekt, dat weet ik. En nieuws creëert nieuws. Maar het zou zo'n deugd doen als er eens iemand heel hard op de rem ging staan.