Werklozen kosten in België veel meer aan de samenleving dan elders in Europa. Niet door de uitkeringen, maar omdat de sociale zekerheid en de fiscus veel inkomsten mislopen.

België komt als duurste land te voorschijn uit een vergelijking van de werkloosheidskosten in vijf andere Europese landen. Daaronder ook drie buurlanden.

De verschillen met de drie buren zijn vrij spectaculair. Het kostenplaatje bij ons ligt niet minder dan 85 procent hoger dan in het Verenigd Koninklijk, bijna 31 procent hoger dan in Duitsland en 16 procent hoger dan in Frankrijk.

Het hoge prijskaartje van de werkloosheid in België heeft weinig te maken met de werkloosheidsvergoedingen zelf, blijkt uit het rekenwerk van het onderzoeksbureau Idea Consult.

Het prijskaartje loopt in ons land veel hoger op omdat hier zowel de loonkosten (brutoloon en sociale bijdragen werkgever) als de werknemerslasten en de belastingdruk zeer hoog zijn. Vooral wat dat laatste betreft springt België uit de band. Gevolg is dat de sociale zekerheid en de fiscus heel wat inkomsten mislopen voor elke Belg die geen job heeft.

Om de totale werkloosheidskosten te becijferen telde Idea Consult dit potentiële verlies aan inkomen voor de overheid bij de uitkeringen en de kosten voor arbeidsbemiddeling (de directe werkloosheidsuitgaven).

Als naar het niveau van deze directe overheidsuitgaven wordt gekeken, springt België veel minder uit de band.

In Frankrijk en Spanje liggen de uitkeringen hoger dan in ons land. Opvallend is wel dat een werkloze in Duitsland het op jaarbasis gemiddeld met 12 procent minder moet doen. Duitsland geeft net als Zweden en Groot-Brittannië per werkloze meer uit voor arbeidsbemiddeling dan België.

De vergelijkende studie over de werkloosheidskosten kwam er overigens in opdracht van de Europese federatie van dienstenchequebedrijven.

Zij grepen gisteren de studie aan om te argumenteren dat voor de overheid het kostenplaatje van een dienstenchequejob veel kleiner is dan dat van een werkloze.