Aanklagen of stigmatiseren?
Tom Naegels__Antwerpen____© Jimmy Kets Foto: Jimmy Kets

Over psychiater Walter Vandereycken werd al uitvoerig bericht, en dat terwijl het nog niet vaststaat wat zich precies heeft afgespeeld. Speelt de pers hier rechtertje? Tom Naegels vindt van niet.

Een lezer heeft vragen over de manier waarop de pers, ook deze krant, het verhaal van psychiater Walter Vandereycken blijft opvolgen. ‘Ik keur ten zeerste af dat een therapeut grensoverschrijdend gedrag stelt. Maar niemand kent de ware toedracht van de feiten. Hoe ver staat dit af van stigmatisering?'

De vraag kwam er al naar aanleiding van het paginavullende stuk ‘Vandereycken hervat werk als psychiater' (DS 22 november) . Ik bespreek ze nu, omdat De Standaard maandag titelde: ‘Patiënte van psychiater Vandereycken krijgt euthanasie', met als boventitel ‘Anorexiapatiënte getuigde recent nog tegen psychiater op televisie'. Het stuk duidt aan dat er geen rechtstreeks verband gelegd kan worden tussen de vraag om euthanasie van Ann G., die al ernstige psychische problemen kende voor ze bij Vandereycken in behandeling ging, en de te intieme manier waarop hij als therapeut met haar was omgegaan. Maar zoals ik die titel lees, suggereert hij dat wél.

Complexe problematiek

Veerle Beel en Eline Bergmans, die het stuk samen schreven, vinden die interpretatie niet terecht. ‘Ann G. is niet zomaar een anorexiapatiënte die euthanasie kreeg. In dat geval zouden we het nieuws minder groot gebracht hebben. Ze is bekend geworden omdat Kristien Hemmerechts een boek over haar geschreven heeft, en omdat ze in Terzake heeft getuigd tegen Vandereycken. De titel en boventitel werken dus identificerend: “de anorexiapatiënte die bekend werd omdat ze als patiënte van Vandereycken recent nog tegen haar psychiater getuigde, krijgt euthanasie.” Verder denken we dat het stuk duidelijk maakt hoe complex de problematiek van chronische anorexiapatiënten is. Er staat letterlijk in dat het veelal “de combinatie van meerdere psychiatrische aandoeningen is, die tot de vraag naar euthanasie leidt”.'

Dat klopt, en ik vind ook geen harde aanwijzingen in de titel zelf die mijn spontane interpretatie ervan onderbouwen. Ook in eerdere artikels over Vandereycken (zijn verhaal stond groot in de krant van 10 oktober 2012, na zijn bekentenissen op Terzake , de volgende twee dagen werd het thema onder het kopje ‘Misbruik psychiatrie' opengetrokken, daarna is het sporadisch opgevolgd) is er telkens aangegeven wat zeker is, en wat nog onduidelijk blijft. Deontologisch is er ook geen probleem om hem telkens met zijn naam en foto in de krant te zetten: het gaat om een publiek bekende figuur, die zelf zijn verhaal gedaan heeft op tv en die als voorbeeld wordt opgevoerd in een zaak met algemeen belang. Volgens de code van de Raad voor de Journalistiek mag zo iemand geïdentificeerd worden.

Maar ik krijg vaker klachten over soortgelijke gevallen, en het gaat die lezers dan zelden over wat er al dan niet toegelaten is door de code. Zij hebben vragen over de legitimiteit die de pers zichzelf toekent, om nog niet bewezen beschuldigingen publiek te maken, en te herhalen. Jos Ghysen wordt aangehaald. Pol Van Den Driessche. Kardinaal Danneels. De mercuriale van procureur-generaal Liégeois.

Er botsen hier twee visies op journalistiek. Aan de ene kant de visie die zegt dat journalistiek de macht moet controleren, schandalen onthullen en debatten openen, ongeacht de reputaties die op het spel staan. Wie die visie aanhangt, sympathiseert vaak met de slachtoffers. Samengevat: ‘Zij moesten zwijgen want niemand wilde naar hen luisteren, de machtigen dekken elkaar in en er zijn zogezegd nooit genoeg bewijzen. Wel, nu zwijgen ze niet meer! Als de grote meneer daar zich niet zo had misdragen, dan zou zijn reputatie nu niet besmeurd zijn.'

Wie de andere visie aanhangt, sympathiseert niet per se met daders, maar staat wel wantrouwig tegen het morele gelijk van slachtoffers. Samengevat: ‘Ook slachtoffers kunnen liegen. Het is aan rechters om dat uit te klaren. Journalisten kunnen dat niet, omdat ze te snel moeten werken en niet over alle feiten beschikken.'

De ‘gesaboteerde' carnavalsbus

Er zit veel waarheid in die kritiek. Zo zit ik in mijn maag met het korte berichtje dat de supportersbus van de Aalsterse Prins Carnaval dan toch niet werd gesaboteerd door zijn rivaal (DS 24 januari) . ‘De remleidingen werken perfect', volgens de expert van het parket. Hoezo? Tien dagen eerder stond er online ‘Remmen van campagnebus Aalsterse Prins Carnaval gesaboteerd'. In tussentijd waren er weliswaar stukken verschenen waarin die bewering steeds onwaarschijnlijker werd genoemd (zoals in de krant de volgende dag), maar toch denk ik: had toch gewacht op die expert. Het gaat wel over poging tot moord.

Maar bijkomend is hier dat Vandereyckens verhaal aan relevantie wint doordat het symbool staat voor een breder probleem – zoals dat ook bij de gevallen Van Den Driessche en Ghysen was. We praten over Vandereycken, omdat we aanklagen dat er ook in de zorg misbruik bestaat in machtsrelaties, en dat dat werd toegedekt door de eigen klasse. We gaan ervan uit dat er vele anderen bestaan zoals hij. Dat is sneu voor degene die als voorbeeld wordt gebruikt.

Niettemin. Als ik alle belangen tegen elkaar afweeg, en rekening houdende met het feit dat Vandereycken zelf heeft toegegeven dat hij fouten heeft begaan, dan denk ik dat het zwijgen doorbreken over machtsmisbruik in de psychiatrie hier zwaarder doorweegt dan de reputatieschade die hij heeft geleden – een schade die niet in oorsprong aan de berichtgeving te wijten is.