Hieronder vindt u de brief die Groen-voorzitter Van Besien schreef naar de Hoge Raad voor Justitie.

Geachte,

Hierbij leg ik een klacht neer tegen uitspraken van Herman Dams, procureur des Konings in Antwerpen, in de krant De Standaard van zaterdag 12 januari 2013.

De uitspraken van de heer Dams zijn niet te rijmen met de fundamenten van onze rechtstaat, aangezien ze uitgaan van de ongelijkheid van mensen en het vermoeden van onschuld niet respecteren. Bovendien wordt grote criminaliteit door hem geminimaliseerd, wat mij als Antwerpenaar bijzonder verontrust en mij in mijn persoonlijk belang schaadt.

Eerst de feiten:

In de Standaard van 12 januari 2013 geeft Herman Dams een interview onder meer over het belang van het vervolgen van ‘kleine criminaliteit’ en het straffen van de overtreders. Ook roept hij de burgers op om mee verantwoordelijkheid te nemen. Beide punten zijn belangrijk en terecht.

In dat interview doet hij echter ook verschillende uitspraken die voor een procureur niet door de beugel kunnen.

Ik zet vier uitspraken op een rij die elk op zich een probleem vormen.

1. “Niemand laat zijn slaap omdat er een boot is aangetroffen met 800 kilo cocaïne tussen de bananen. Who cares, buiten de politie?”
Dit is zeer verontrustend. De procureur geeft aan dat “witteboordencriminaliteit of de internationale drugstrafiek” voor de burgers niet belangrijk is. En dus moet het gerecht zich eerder op de “agressieve zatlappen, het dealen voor zijn huis en het zwerfvuil” richten. Uiteindelijk is dit een oproep om de zichtbare straatproblemen aan te pakken (terecht) maar wordt het tegelijkertijd een excuus om de grote criminaliteit te laten voor wat het is. Dit zijn twee maten en twee gewichten, waar een procureur zich echt niet mag over uitspreken. Bovendien, maar dat is een ander debat, is er een rechtstreekse band tussen drugs die in grote hoeveelheden worden aangevoerd in de haven en de drugsdealers die de kleine hoeveelheden op straat verkopen.

2. Bevraagd over het onterecht in beslag nemen van een auto die nadien moet teruggegeven worden: “Het betekent ook niet noodzakelijk dat iemand onschuldig is, het betekent dat wij zijn schuld niet kunnen hardmaken.”
De procureur verwerpt hier het principe van vermoeden van onschuld. Alvast voor de kleine garnalen. Een verdachte waarvan de schuld niet is vastgesteld, is in zijn ogen niet onschuldig maar een schuldige wiens schuld niet bewezen is. Dit gaat in tegen een zeer fundamenteel beginsel van onze rechtsstaat.


3. “De man die ’s avonds zijn hondje uitlaat en een bestelwagen met vreemde nummerplaat ziet. Die moet de politie bellen.”
Deze uitspraak is ronduit discriminerend. Het beroep doen op informatie van burgers is geen probleem, burgers oproepen om elke bestelwagen met een vreemde nummerplaat in te seinen is je reinste discriminatie. Hierdoor beschouwt de procureur elke vreemdeling automatisch als verdachte. Hij zet hiermee bevolkingsgroepen tegen elkaar op.

4. “Wat hebben we gemaakt van de samenleving die we na de Franse revolutie, die mooie lente van toen, hebben gekregen? Een bittere winter. Nu moeten we zelf verantwoordelijkheid opnemen. Anders zal ons een nieuwe lente overkomen. En dan mag je kiezen: wil je islamitische of een Chinese lente? Want zoiets zal het worden."
Het is nog maar de vraag of het gezond is dat de procureur van Antwerpen het als zijn rol ziet om het hele Europese continent en haar beschaving te redden maar dat is op zich niet het probleem. Problematisch is wel dat hij de islam en de Chinese cultuur beiden als schrikbeeld naar voor brengt. Vrij vertaald is zijn boodschap: “Pas op, de moslims en de chinezen komen eraan om onze beschaving te vernietigen.” Dit soort bangmakerij hoort niet van het gerecht te komen. Het gerecht moet net kunnen aantonen dat ze reële bedreigingen aanpakt en dat onze veiligheid in de mate van het mogelijke gegarandeerd is.

Als inwoner van Antwerpen en dus wonende in het gebied waar procureur Dams zeggenschap over heeft, ben ik rechtstreeks getroffen door deze uitspraken. Ik ben niet meer zeker dat de grote criminelen ook op een gedreven manier gezocht en gestraft worden, dat de drugs in de haven nog opgespoord worden. Ik ben niet meer zeker dat het gerecht uitgaat van mijn onschuld. En de oproep om bestelwagens met een vreemde nummerplaat door te seinen en het schrikbeeld van de islam bedreigen het harmonieuze samenleven.

Ik vraag de Raad voor Justitie dan ook om passende maatregelen te nemen zodat deze uitspraken rechtgezet worden.

Vriendelijke groeten,

Wouter Van Besien