‘Te laat voor akkoord'

Even pauzeren tijdens een vakbondsbetoging vorig jaar. Vakbonden en werkgevers zijn het nog steeds niet eens over het afschaffen van het verschil tussen arbeiders en bedienden en de flexibilisering van de arbeidsmarkt.

Foto: Nicolas Maeterlinck/belga

Een volwaardig sociaal akkoord ligt buiten bereik. Overeenstemming over deelaspecten is het hoogst haalbare.

‘Een Interprofessioneel Akkoord (IPA) komt er niet meer. Daarvoor is het te laat', zei ACV-voorzitter Marc Leemans gisteren in het Eén-programma De Zevende Dag. De vakbondsman is van mening dat, zelfs als de sociale partners deze week nog iets uit de brand weten te slepen, het om een onevenwichtige overeenkomst zal gaan. De loonontwikkeling voor de komende jaren is immers al door de regering vastgelegd (niets bovenop de index), en een win-win-akkoord dat in consensus tot stand komt, zit er volgens Leemans niet meer in.

‘Een akkoord waar de loonnorm niet inzit en het statuut van arbeiders en bedienden evenmin, kan je moeilijk een echt Interprofessioneel Akkoord noemen', argumenteerde Leemans gisteren. Normaal worden in zo'n IPA de sociale afspraken vastgelegd voor de komende twee jaar.

De regering heeft de sociale partners tot woensdag gegeven om onderlinge afspraken te maken over een aantal specifieke sociale dossiers, zoals het welvaartsvast maken van sociale uitkeringen en lastenverlagingen voor de werkgevers. De regering heeft voor die dossiers geld ter beschikking gesteld, maar laat het aan de sociale partners over om een akkoord te bereiken over de exacte besteding ervan. Maar gisteren was het nog onzeker of de zogenaamde ‘Groep van Tien', het overlegorgaan van de sociale partners, vandaag of morgen samen zou komen. Voorzitter Pierre-Alain De Smedt had de leden gisternamiddag nog niet samengeroepen. ‘Er is nog geen groen licht voor de meeting. Maar we hebben nog tijd tot woensdag', zo hield een lid van de groep de moed er nog in.

Verschil arbeider-bediende

De Groep is in december voor het laatst bijeengeweest op uitnodiging van de regering, maar eigenlijk is er sinds de gemeenteraadsverkiezingen van half oktober niet meer echt inhoudelijk onderhandeld.

Dat betekent niet dat er in de tussentijd niets gebeurd is. Technici van zowel werkgevers- en werknemersorganisaties hebben onderling overlegd en sloten in december een soort ontwerp-mini-akkoord af. Behalve over de verdeling van de enveloppes die de regering ter beschikking heeft gesteld, raakten ze het ook eens over de verhoging van het minimumloon voor jongeren en over maatregelen die ertoe moeten leiden dat de laagste lonen netto iets aantrekkelijker worden.

Dat is op zich hoopgevend, maar over heel wat andere dossiers is er nog geen begin van overeenstemming. De afschaffing van het verschil tussen arbeiders en bedienden is daarvan het belangrijkste. VBO-topman Pieter Timmermans noemde dit dossier zaterdag ‘het BHV van de sociale partners'. Ook over de zogenaamde flexibilisering of modernisering van de arbeidsmarkt zijn vakbonden en werkgevers het niet eens. Vakbonden vinden dat de arbeidsmarkt nu al flexibel genoeg is, werkgevers menen van niet.