Eenmalige aangifteplicht voor roerende inkomsten
Foto: foto hvn

Ook al heeft de federale regering van Elio Di Rupo beslist dat roerende inkomsten niet aangegeven hoeven te worden op de belastingbrief, toch moet dat in 2013 één keer gebeuren. Dat dreigt voor heel wat verwarring en administratieve rompslomp te zorgen, schrijft De Tijd.

Steven Vanackere (CD&V) ijverde er bij de recente begrotingsronde voor om de verplichte aangifte van de roerende inkomsten af te schaffen. De minister van Financiën haalde zijn slag thuis. Voor de belastingaangifte die in juni 2013 in de bus valt, blijft de verplichting bestaan.

Dat betekent dat belastingplichtigen hun roerende inkomsten in hun aangifte moeten vermelden. De zogenaamde rijkentaks blijft dit jaar immers intact. Daardoor moet iedereen die meer dan 20.020 euro roerende inkomsten ontvangt, 4 procentpunten extra roerende voorheffing betalen (25 procent in plaats van 21 procent).

De regering had dat kunnen vermijden door bij de begrotingsgesprekken de rijkentaks af te schaffen en de roerende voorheffing dit jaar op 21 procent te houden. Maar dat zou een gat van 134 miljoen euro in de begroting van 2012 slaan. De regering besliste dan maar om voor één jaar de rijkentaks te behouden, inclusief de aangifteplicht.

De gevolgen zijn verregaand. Het merendeel van de Belgen met een zichtrekening, een termijnrekening, kasbons, obligaties of aandelen moet daardoor volgend jaar al zijn roerende inkomsten aangeven in zijn belastingaangifte. Een groot deel van de anderhalf miljoen belastingplichtigen die dit jaar een vooraf ingevulde belastingaangifte in de bus kregen, zullen daardoor vanaf volgend jaar opnieuw meer werk hebben. De meesten onder hen ontvangen immers roerende inkomsten.