Alles over trappen
Foto: NB
Zwaar en massief of licht en transparant. Geprefabriceerd of volledig met de hand gemaakt.Recht of met een kwartdraai. Met open of dichte treden. In hout, glas, beton of een ander materiaal.De laatste jaren hebben trappen enorm aan belang gewonnen. Van louter een middel om verdiepingen metelkaar te verbinden, zijn ze geëvolueerd naar een interieurelement met een hoge decoratieve waarde.De keuze aan stijlen is groot, de mogelijke materialen zijn al even divers.

 Trappen stonden vroeger niet in hoog aanzien, behalve dan in herenhuizen. Die tijd is voorbij. Een mooie trap
in een hal wordt tegenwoordig beschouwd als een visitekaartje. In sommige woningen staat de trap zelfs in
de woonruimte. Zo kan je ’s avonds vanuit de warme zithoek rechtstreeks naar de slaapkamer boven, zonder
eerst doorheen een frisse gang te moeten.

Een trap moet veilig zijn

Een valpartij is meestal te wijten aan de constructie van de trap. Denk daarom bij het ontwerp en de maatvoering
best ook eens na over het loopcomfort en veiligheid van de trap, zeker als je kleine kinderen hebt. Dit zijn
de vuistregels:

- De ideale trap heeft een ‘trapmodulus’ gelijk aan tweemaal de optrede + eenmaal de aantrede (2 O + A).
Wanneer de optrede bijvoorbeeld 18 cm is, is 2 O gelijk aan 36 cm, en moet de aantrede dus tussen 21 en 27
cm zijn. Een aantrede mag niet korter zijn dan 20 cm, een optrede is bij voorkeur tussen 15 en 18 cm hoog.
- Een rechte trap is veiliger dan een draai- of spiltrap. Een trap met gesloten treden is veiliger dan een trap met
open treden.
- Bij ver overstekende trapneuzen loop je het gevaar dat je je Achillespees kwetst als je naar beneden stapt.
De ideale trapneus meet tussen de 3 en 5 cm. Ook de vorm van de neus is van belang. Een te scherpe neus
is gevaarlijk voor blote voeten, een te afgeronde neus kan te glad zijn.
- Een leuning moet, gemeten vanaf het stootvlak van de trede, 90 tot 100 cm hoog zijn en stevig in de muur
zijn verankerd. Koorden of profielen die slechts met eenvoudige klemmetjes en vijsjes bevestigd zijn, zijn
levensgevaarlijk. Een leuning moet ook mooi glad zijn, zodat je geen hinder ondervindt als je er met je hand
overheen strijkt. Het veiligst is een leuning aan elke zijde van een trap.
- Traptreden moeten voldoende breed zijn (85 tot 90 cm). Bij de spil van een wenteltrap moeten de treden
minstens 8 cm breed zijn.
- Het aantal treden in een trap is best beperkt tot 17, zodat je eens op adem kan komen.
- De verlichting mag niet verblinden of gevaarlijke schaduwen werpen. Ideaal is een verlichting van bovenaf.
Zo worden de loopvlakken verlicht, terwijl de stootborden in de schaduw te liggen. Ook heel praktisch zijn
ledlampjes die in de treden of in de muur zijn verwerkt.

OPEN OF GESLOTEN?

Dat is de eerste keuze die je moet maken. Een open trap heeft alleen horizontale treden en dus geen
tegentreden. Een trap onder tegentreden laat meer licht door en ziet er soms moderner uit. Een gesloten
trap ziet er steviger uit en is ook veiliger: je kan met je voet niet tussen de treden blijven hangen.

WELK TYPE?

- Een rechte trap, ook wel steektrap genoemd, is het eenvoudigst te maken en daardoor
meestal het goedkoopst. Hij neemt wel plaats in, maar de ruimte onder de trap kan je benutten
als berging, vestiaire of technische ruimte met de tellers van water, elektriciteit en gas.
Twee rechte steektrappen met daartussenin een rustvlak of bordes wordt een bordestrap
genoemd.
- Een kwartdraaitrap maakt een draai van 90 graden. De treden volgen de draai en zijn dus
ongelijk van breedte. Een dubbele kwartdraaitrap heeft zowel onderaan als bovenaan een
draaiing.
- Een spiltrap bestaat uit een opeenvolging van identieke treden rond een centrale as. Dit is
het meest plaatsbesparende type trap. Nadeel is dat je bij een verhuis zo goed als onmogelijk
grote meubels naar boven kan tillen. Een spiltrap is bovendien gevaarlijk voor kinderen, en
ook voor volwassenen die met een kind in de armen naar boven of beneden willen gaan.
- Bij een zwevende trap zijn de treden maar aan één kant verankerd, aan de andere kant zweven
ze. Zo ziet de trap er veel lichter uit en verhoogt het ruimtegevoel.
- Een ganzenpastrap is een rechte trap waarvan vooraan links of rechts, maar altijd tegenover
elkaar, een stuk uit de trede is weggelaten. Dankzij die vrijgekomen ruimte kunnen de treden
dichter bij elkaar staan en is de trap minder steil. Je beklimt de trap door telkens op het
uitstekende stuk van de trede te stappen, afwisselend met je linker- en met je rechtervoet.
Een ganzentrap is ideaal om bijvoorbeeld een mezzanine te bereiken, of als zoldertrap.
- Wenteltrappen volgen over de hele hoogte een gebogen traject. Ze bestaan in geprefabriceerde
modellen, maar je kan ze ook op maat laten maken. Wenteltrappen zijn ruimtebesparend
en sierlijk, maar meestal ook duur.
- Een vouwtrap kan je opbergen wanneer je hem niet nodig hebt. Handig voor bijvoorbeeld
een onbewoonde zolderverdieping.

WELK MATERIAAL ?

Bij de materiaalkeuze voor een trap hou je de rest van je interieur in het achterhoofd. Metaal hoort bijna automatisch bij een industriële look, beton bij
hedendaagse soberheid, en hout bij een interieur met een warme uitstraling. Tegenwoordig is het trendy om materialen met elkaar te combineren: een
metalen geraamte bijvoorbeeld met houten of glazen treden.
Toch worden de meeste trappen en balustrades nog altijd volledig van hout gemaakt. Hout is bijzonder duurzaam, het voelt veel warmer aan dan steen of metaal, en het is verkrijgbaar in
een groot aantal tinten, van maagdelijk blank tot vurig ros. Houten trappen zijn meestal ook goedkoper dan trappen in andere materialen.
Houtsoorten voor binnentrappen moeten slijtvast, voldoende sterk en stijf zijn, en ze mogen maar beperkt ‘werken’. Tal van mooie, niet-schaarse Europese, Noord-Amerikaanse en
exotische houtsoorten voldoen aan deze technische vereisten: afrormosia, afzelia, Amerikaans notenhout, rood en wit Amerikaans eikenhout, Amerikaans esdoornhout, beuk, bubinga, es,
Europees eikenhout, grenen, guatambu, iroko, merbau, moabi, movingui, oregon, panga-panga, Southern
yellow pine, sucupira, tatajuba, wengé…
Houten traptreden kunnen bij de plaatsing al volledig zijn afgewerkt, ofwel moet je ze achteraf nog
behandelen met olie of vernis. Olie benadrukt de natuurlijke uitstraling van het hout en heeft als praktisch
voordeel dat je gemakkelijk een kras kan wegwerken. Met vernis kan je een trap een mat, satijnen
of hoogglanzend uitzicht geven. De trend gaat tegenwoordig naar milieuvriendelijke, watergedragen
vernissen die de kleur van het hout natuurgetrouw laten. Geolied hout moet je regelmatig inwrijven met
een voedend product. Een geverniste houten dweil je met zuiver water met een scheutje polish.