Richard Titherington van JP Morgan gelooft niet dat de opgang van China ten einde loopt. Hij belegt zelfs in Chinese banken.

Vorig week berichtten we hier over een Azië-fonds van Aberdeen Asset Management, een van de meest succesvolle beleggers in groeilanden. Maar ook JP Morgan probeert uiteraard goede opbrengsten te behalen met zijn fondsen die beleggen in groeilanden. Het Emerging Markets Opportunities fonds kan lang niet de superieure lange-termijnrendementen voorleggen van Aberdeen, maar de jongste drie jaar presteert het fonds wel duidelijk beter dan de markt (3,8 % beter dan MSCI Emerging Markets Net Index per jaar).

Die ommezwaai viel samen met de komst begin 2009 van Richard Titherington als verantwoordelijke van de groeilandfondsen. Vorig week was hij in Brussel om het Emerging Markets Opportunities fonds (100 % aandelen) te promoten. Hij legde uit wat vele beleggers die nog niet zo lang in de groeilanden stapten, zich vertwijfeld afvragen.

Waarom hebben de aandelen van de groeilanden het jongste jaar niet beter gepresteerd die van het geplaagde Europa?

1. De economieën van de verschillende regio's zijn en blijven in de huidige wereld meer dan ooit met elkaar verbonden. ‘En een ontkoppeling op de financiële markten is al helemaal een illusie', zegt de man van JP Morgan. Bovendien zijn het vooral wij, de westerlingen, die de beurzen ginds sturen. Wij beleggen er met een westerse bril.

2. De tweede reden is dat de bedrijven in de emerging marktets wel sterker groeien, maar de winst kon dat tempo niet meer bijhouden. De marges stonden onder druk door concurrentie en vooral hogere kosten. Daarom is het zeer goed nieuws dat de inflatie nu aan het terugvallen is. ‘Want inflatie is gelijk aan kosten', zegt Titherington.

3. In tegenstelling tot het Westen, zijn de bedrijven in de groeilanden gewoon blijven doorgaan met het ophalen van kapitaal, waardoor de omvang van de emerging markets beurzen is toegenomen, maar niet noodzakelijk via een stijging van de koersen.

Ondertussen blijft China het anker voor de groeilanden maar ook voor de wereld, oordeelt Titherington. Het is de tweede economie ter wereld geworden en de afname van de groei is heel normaal. ‘De opgang van China is niet ten einde. De afname van de groei is te wijten aan een vermindering van het extreem hoge investeringsniveau. Maar dat is net gezond. Wij zien ook China te veel door een westerse bril, zegt de man van JP Morgan. ‘Ja, er zijn verkeerde investeringen en op sommige plaatsen is het vastgoed overgewaardeerd. Maar dat is niet het globale beeld. Bovendien is China een enorm land. Wie net als ik door China is gereisd en af en toe een paar kilometer buiten de steden is geweest, weet dat er nog enorm veel te ontwikkelen is.'

Dat brengt ons meteen bij de grootste positie in het fonds: 23 % is belegd in Chinese aandelen. En terwijl niemand iets wil weten van de Chinese banken, vindt Titherington die aandelen nu juist interessant. ‘Vooral omdat de waardering extreem gezakt is van zowat 3 tot 1 keer de boekwaarde. Akkoord, de Chinese banken hebben hun problemen, maar ze zullen zeker niet ten onder gaan. China heeft middelen genoeg om de probleembedrijven met teveel probleemkredieten net voldoende te ondersteunen. Opnieuw: westerlingen bekijken dit teveel met een westerse bril.'

Wat Richard Titherington vooral veranderde bij dit fonds, is dat er dieper in detail wordt gekeken naar de aandelen, in plaats van vooral te beslissen op basis van cijfermatige modellen. Zo bouwt hij ook een meer evenwichtige portefeuille. 30 % van de portefeuille wordt belegd met grote posities (van 2 tot 5 %) in aandelen met lager risico (en ook lagere return). Voorbeeld: AmBev, de Braziliaanse dochter van AB InBev. 60 % van de portefeuille wordt belegd in posities van 1 tot 2 % in aandelen met een gemiddeld risico. Voorbeeld: Shinhan Financial Group, een financiële groep uit Zuid-Korea. 10 % van de portefeuille is voorbestemd voor aandelen met hoog risico en kleine posities van 0,5 % tot 1 %. Voorbeeld: West China Cement.

Tenslotte wordt ook sterk gekeken naar de waardering van de aandelen en er wordt druk verhandeld. Zowat de helft van de portefeuille wordt elk jaar omgedraaid. En zo komen we weer bij de verschilpunten met Aberdeen. De Schotse beheerders veranderen nooit van strategie, kijken minder sterk naar de waardering en blijven hun belangrijkste posities juist heel lang trouw.