We laten de Leuvense politieke zwaargewichten nog één keer aan het woord voor de stemhokjes opengaan en de kiezer de kaarten kan dooreenschudden. Hoe kijken Louis Tobback (SP.A), Danny Pieters (N-VA) en Carl Devlies (CD&V) terug op de verkiezingscampagne?

Het De Somerplein, betaalbaar wonen, studentendorpen, de leeftijd van de zittende burgemeester en vooral veel, heel veel over inspraak. Daarover hadden de politici van de grootste stad van Vlaams-Brabant het vooral tijdens de verkiezingscampagne. En dat deden ze op een opvallend beschaafde manier. 

De campagne verliep erg beschaafd, wat mak zelfs, zijn jullie het daarmee eens?

Devlies : Dat zou ik niet zeggen. Er waren een pak meer debatten dan bij de vorige verkiezingen en er was veel meer media-aandacht. Ook onze kandidaten zijn actiever geweest met meer huisbezoeken.

Pieters : Die enorme aandacht was een aanleiding tot vermoeidheid, ook bij de burgers. Maar mak zou ik het niet noemen. Je moet durven zeggen wat er scheelt en dat hebben we gedaan. De campagne zou wel aan levendigheid gewonnen hebben indien de debatten en dergelijke meer gebald waren geweest. Het eerste debat was al in juni.

Tobback : Ik begrijp dat men de campagne mak vond. Ik heb er ook een verklaring voor: alle partijen zeggen dat het uittredend bestuur het goed gedaan heeft de afgelopen zes, om niet te zeggen achttien jaar. Zoiets geeft niet veel peper meer in de soep. Dan rest nog het thema betaalbare woningen, maar dat is geen typisch Leuvens probleem. Ik geef het niet graag toe, maar dan blijf je over met het Fochplein en komt de nadruk op mijn stijl te liggen.

Voor de neutrale toeschouwer komt het over alsof er in Leuven geen andere problemen zijn dan de leeftijd en de stijl van de zittende burgemeester.

Pieters : Maar die stijl heeft invloed op de inhoud. Er zijn zo wel goede dingen verwezenlijkt, maar ook heel wat zaken doorgedrukt tegen de wens in van de bevolking. Om een martelgang bij de uitvoering te vermijden, is een draagvlak creëren het sleutelwoord. De schepenen mogen dan wel redelijk vrij zijn, ze nemen de stijl van de burgmeester over. Wij maken van de burgemeesterwissel een breekpunt.

Maar is inspraak echt zo belangrijk dat het ieder debat moest overheersen?

Pieters : Die inspraak heeft gevolgen voor bijvoorbeeld mobiliteit en woonbeleid. Tobback zegt zelf dat ze eigenlijk verder hadden willen zitten met het zetten van sociale woningen, maar dat ze werden opgehouden door comités. Als je met die wijken was gaan praten, dan had je een draagvlak kunnen creëren. Besturen doe je anders dan twintig, dertig jaar geleden.

Tobback : Dat begrip inspraak kun je eindeloos rekken. Er bestaat geen goede definitie voor, dus ik weet niet waar ik tekortschiet. De afgelopen jaren zijn er toch veel voorbeelden te noemen van projecten waarbij de bevolking mee heeft gedacht over de uitwerking, zoals het Lambertusplein of de heraanleg van de Tiensestraat. Er is wel een verschil tussen zo'n lokale aangelegenheden en de aanleg van bijvoorbeeld het fietspad op het Vrankcxtracé, iets van algemeen belang. Duizenden kinderen gebruiken die weg. De verkozene moet daar over beslissen, niet diegene die daarvoor een stukje van zijn tuin moet afstaan.

Devlies : Inspraak is belangrijk, dat zit in onze ideologie, maar wij willen het niet telkens opvoeren in debatten. Wij willen er ook geen burgemeestersverkiezingen van maken. De burger als partner beschouwen is totaal iets anders dan zeggen dat de stijl niet aanslaat. Iedereen heeft zijn eigen stijl. Ik vind dat N-VA de campagne hierdoor verziekt heeft en de aandacht heeft afgeleid van de echte thema's. Ook in andere dossiers, zoals Uplace, vinden we dat ze een anti-Leuvense partij zijn.

De liefde van de coalitie lijkt de laatste tijd nogal van één kant te komen. Houdt Tobback meer van Devlies dan omgekeerd?

Tobback : Dat weet ik niet, maar het verandert niets aan mijn mening. Ik verkies CD&V, niet omdat we er ideologisch dichter bij staan, maar omdat we 18 jaar zonder incidenten hebben samengewerkt. Iedereen heeft zijn ding kunnen doen voor zover de financiën het toelieten. Ik zie dus geen reden om te veranderen. De Leuvenaar die gaat stemmen, mag dat weten.

Devlies : Ik waardeer het wel dat hij zoiets zegt. We willen allebei voor Leuven gaan en we zijn in staat om in functie van de stad onze ideologische achtergronden wat te laten verbleken. Er valt veel te zeggen voor dat type coalitie. Maar we zijn niet getrouwd met de SP.A. Eerst moeten we de verkiezingen afwachten. Het draait nu om programma's, discussies over coalities zijn voor later. Hoe meer zetels we verwerven, hoe sterker we onze punten kunnen verdedigen in een eventuele coalitie. Van daar willen we focussen op ons programma, met thema's als kinderopvang en zuinige financiën. Maar ik geef toe dat als de laatste peiling correct was, de kans groot is dat we opnieuw samen voor Leuven gaan.

Pieters : Volgens de peilingen is het heel nipt aan het worden. Ofwel moeten ze een derde partner zoeken, ofwel liggen alle kaarten weer op tafel. Als SP.A en CD&V geen meerderheid hebben, dan belooft het een spannende avond te worden.

In welke mate verschilt de campagne met die van de vorige jaren?

Tobback : De laatste keren moesten we ons alleen afvragen wat de verhouding tussen SP.A en CD&V ging zijn. De percentjes verschoven wat, maar het zou een grote verrassing geweest zijn als de coalitie niet was doorgegaan. Met N-VA is er een grote onbekende factor in het spel. In 1994 voelde men ook verandering aan en toen werden de kaarten grondig dooreengeschud. Ook nu zullen de verhoudingen veranderen.