‘Producenten moeten met hele wereld concurreren’
Mars voor duurzame landbouw Foto: belga
Eerlijker, beter en groener voedsel, en wel door middel van een terugkeer naar lokale landbouw. 'En daar slaat Europa, met haar open marktgrenzen, de bal momenteel volledig mis.'

‘Ons land wordt ons afgenomen en de voedselketen wordt overgenomen door de grootste spelers op de markt.’ Willy Schuster, een Roemeense landbouwer, is in Brussel om op tafel te kloppen. ‘Ik wil dat kleine boeren een eerlijke kans krijgen’, zegt hij geëmotioneerd.

Hij wandelt mee in de Good Food March, die gisteren van het Brusselse Jubelpark richting het Europees Parlement liep. In het najaar wordt onderhandeld over het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie, en de betogers willen hun stem laten horen over eerlijke landbouw en eerlijk voedsel.

Politiemannen, ook in burger, zijn uitgebreid aanwezig, maar de betogers blijven braaf in het gelid.

Clément Dewarishet, met reuzenbloem in de hand, is student bio-ingenieur in Gembloux: ‘De landbouwindustrie is veel te speculatief en te gefocust op geld. Er is in het Europese beleid bovendien absoluut geen interesse voor het milieu, voor dierenwelzijn. De toekomst ligt volgens mij in korteketenproductie en in biologische teelt.’

Het principe van de korte keten kan enkel werken als de lokale landbouw goed boert. ‘Vandaar dat we pleiten voor voedselsoevereiniteit’, aldus Thierry Kesteloot van Oxfam-Solidariteit. Lokale gemeenschappen moeten meer slagkracht krijgen en zelf kunnen beslissen over hun landbouw- en voedselbeleid.

‘En daar slaat Europa de bal momenteel mis’, vindt Wim Merckx van Voedselteams, een vzw die groepen mensen samenbrengt om gezamenlijk biovoeding aan te kopen. ‘Alle marktgrenzen liggen open, producenten moeten met de hele wereld concurreren, quota worden overboord gegooid. We moeten terug naar regio's, naar stedelijke verhalen.’

Meer marktcontrole, dat wil ook Thierry Kesteloot van Oxfam: ‘In het voorstel voor het GLB staat dat Europa de wereld moet helpen voeden. Maar het kan toch niet de bedoeling zijn dat we landen afhankelijk maken van import? Als wij onze overschotten verkopen aan arme landen, maken we daar kleine landbouwstructuren kapot. Export en import moeten worden gereguleerd, en de lokale landbouw moeten worden gestimuleerd.’

Gentechnologie

Geneviève Savigny, een boerin uit de Franse Alpen, staat er met beide voeten in. Zij pleit vurig voor een regulering van de prijzen. ‘Wij krijgen financiële hulp omdat we in moeilijke omstandigheden werken, namelijk de bergen. Maar heel veel collega's zittten continu aan hun limiet. De prijs moet de productiekosten toch dekken, anders kunnen wij niet concurreren.’

Willy Schuster, de boer uit Roemenië, denkt dat hij het zonder prijzencontrole ook wel zal redden. ‘Ik wil gewoon een eerlijke kans. De landbouwsubsidies moeten worden herverdeeld. Ze moeten de lokale voedselproducenten steunen, de wortels van het landbouwsysteem, en niet de landbouwreuzen.’

Ook de groene jongens zijn present. ‘De consument wordt er zich stilaan van bewust dat er ook biologische opties zijn’, zegt Isabel Duinisveld, een ‘biodynamische tuinder’ uit Groningen. Ze is in 18 etappes naar Brussel gefietst. ‘Maar het lijkt alsof de politiek lijnrecht tegenover die evolutie staat.

Allerlei "duurzame techniekjes" worden gesubsidieerd, terwijl de basis wordt genegeerd: werken met een goede bodem, goede planten, gezonde dieren. Geef boeren gewoon geld om hun grond duurzaam te bewerken. In mijn landbouwbedrijf gebruiken we geen chemie, geen kunstmest. Maar de prijs die ik krijg voor mijn producten volstaat niet om die biologische werkwijze te bekostigen en om optimaal zorg te dragen voor de omgeving waarin ik werk.’

Isabel wordt naar eigen zeggen door het beleid in een richting geduwd die ze niet uit wil. ‘Ik kweek biozaden, maar het kost heel veel geld en tijd om een zaad op de erkende lijst te krijgen. Er is nood aan een kwekersrecht voor zaden, anders word ik in de toekomst misschien verhinderd om met die zaden te werken die ik heb ontwikkeld en die bij mijn grond passen. Wie weet moeten we allemaal het pad op van de gentechnologie, en daar ben ik radicaal tegen. Ik noem dat planten verkrachten. Ingrijpen in een biologisch principe, terwijl je geen idee hebt wat de effecten daarvan zullen zijn binnen 20 jaar.’

De Nederlandse kweekster vindt het essentieel dat zij op haar eigen, individuele manier aan landbouw kan blijven doen, en wil dat het nieuwe Europese beleid haar die zelfstandigheid ook toelaat.