Ludo Mariman (The Kids): 'De bomen zouden tot in de hemel groeien. Niet dus'
Foto: jobat.be
Ludo Mariman schonk de Belgische muziek klassiekers als ‘There will be no next time’, ‘Fascist Cops’ en ‘Do you wanna know’. In een carrière van zowat veertig jaar slalomde hij tussen de Antwerpse dokken en internationale concertpodia, maar evengoed tussen vedettenstatus en leven van een uitkering. Een eeuwige Kid over de jobs in zijn leven.

Mariman en de zijnen hebben er een drukke festivalzomer opzitten, met stadsfestivals als Marktrock Leuven en enkele buitenlandse uitstapjes. ‘Sinds onze reünie in 1996 zijn we er eigenlijk nooit meer mee opgehouden’, glundert Mariman. ‘Het is het leukste werk dat er is, het plezantste zweet om te hebben.’

Maar toch ben je ooit als dokwerker begonnen?

‘Eigenlijk niet. Mijn aller-allereerste job was er een als offsetfotograaf in een drukkerij. Dat heeft maar enkele maanden geduurd. Dankzij mijn vader en grootvader, die als scheepshersteller werkten, kreeg ik werk aan de Antwerpse haven. Via hen kreeg ik een roze kaart, die je als dokwerker een bevoorrechte positie gaf.’

'In de auto, op weg naar mijn eerste werkdag aan de dokken, zei mijn grootvader: “Onthoud deze weg maar goed, want hier ga je elke dag voorbijkomen tot je vijfenzestigste.” Daar kreeg ik een heilige schrik van, dat idee van ‘ligt mijn leven nu al vast?’. In 1971 was dat. Ik was amper zestien! Als tegenreactie ben ik mezelf daarna steeds blijven voorhouden: er is meer in het leven dan een jobke. Gelukkig zijn zowel mijn broer als ikzelf later uitgezwermd: hij als voetballer, ik als muzikant.’

In 1976 richtte je, samen met de piepjonge broertjes De Haes, The Kids op. Viel werken aan de dokken te combineren met optreden?

 

‘Ik heb muziek en werken aan de dokken gecombineerd tot in 1979. Daarna heb ik het, tijdens de hoogdagen van de band, geprobeerd als zelfstandige muzikant. Dat was rampzalig: zoals het een artiest betaamt, kon de administratieve rompslomp van het zelfstandigenbestaan me niet bekoren. Een artiestenstatuut was er ook nog niet, zodat ik na enkele jaren serieus in de problemen kwam met de belastingen en de sociale zekerheid.’

'Uiteindelijk leefde ik van het OCMW en niemand kon me vertellen welk statuut ik nu eigenlijk had. In 1985 heb ik dan een job gekregen bij de platenmaatschappij die The Kids onder haar vleugels had genomen. Onze laatste studio-LP, Gotcha, heb ik als magazijnier zelf in hoezen gedaan. Dat jobke heeft me er destijds bovenop geholpen.’

>

>

>