Peter Vandermeersch en Youp Van 't Hek: de hoofdredacteur en de nar
Foto: Frederik Buyckx
De ene noemde de andere 'een schat van een mens'. De andere noemde de ene 'een idioot van een hoofdredacteur'. Maar beiden hebben meer gemeen dan ze dachten. De impact van het niet-vervulde leven bijvoorbeeld. Of de raad van vader.

Zijn jullie vrienden?

Vandermeersch: ‘We hebben elkaar leren kennen in de coulissen van De slimste mens ter wereld.’
Van ’t Hek: ‘Waar ik je ook al verrot schold.’
Vandermeersch: ‘Omdat ik won.’
Van ’t Hek: ‘Op laffe, tactische wijze.’
Vandermeersch: ‘En vervolgens dronken we gezellig een pint. Ik vind Youp een schat van
een mens, ik blijf dat vinden.’
Van ’t Hek: ‘We hopen vannacht seks te hebben.’

Benijdt de hoofdredacteur de nar soms zijn vrijheid?

Vandermeersch: ‘Natuurlijk, hij hoeft zich van de feiten minder aan te trekken dan wij. Hij kan met de werkelijkheid aan de haal gaan. Wij niet. Nog meer dan op De Standaard is er op NRC een cultuur van check en dubbelcheck. Daarom kwam die affaire-Friso dubbel zo hard aan.’

Desondanks stroken jullie visies op wat de krant moet zijn?

Vandermeersch: ‘Ik denk dat Youp hetzelfde gevoel heeft over NRC als ik. Het is wel hét NRC, die titel betekent iets: kwaliteit, degelijkheid, correctheid, ernst. Zonder saai te zijn, wat het vroeger weleens was. Youp is erbij sinds 1988 en hij is verreweg een van onze meest gelezen columnisten. Dat merk je ook op Twitter en aan de vele boze en vriendelijke brieven. Op de lezingen die ik in het hele land over de krant houd, vraag ik weleens welke columnisten we zeker moeten houden en welke niet. Youps naam valt dan twee keer. Dus hij moet wel goed zijn.’
Van ’t Hek: ‘Slechte recensies komen in de kattenbak. Goede ook, overigens. Maar mijn
vader had het je zeker graag horen zeggen. Hij kwam uit de Jordaan in Amsterdam. Dat is nu een yuppenbuurt, toen nog niet. Hij was de zoon van een kleermaker. Ik was zijn zevende kind, hij was 43. Toen ik hem op mijn zeventiende zei dat ik cabaretier wilde worden, zuchtte hij eens. Mijn oudere broers en zussen waren al mislukt. Nu ik nog. “Eén ding,’’ zei hij, “word geen middelmatige komiek.’’ Hoe bedoel je, vroeg ik. “Ze moeten ook een hekel aan je hebben.’’ Hij was het politiek volstrekt niet met me eens en dat zei hij ook na elke voorstelling: “Je verkoopt onzin, Youp, maar ik heb wel gelachen.’’’

Was jouw vader ook zo’n steun voor jou, Peter?

Vandermeersch: ‘Niet wás, hij is het nog altijd. Hij wordt in september tachtig.’ ‘Ik ben opgevoed met het “plus est en vous”-principe. Ik was een slimmerik, hij verwachtte veel van me. Op een dag duwde hij mij het commentaar van Manu Ruys op de voorpagina van De Standaard onder de neus. Dat was een oproep aan de jongeren om hun verantwoordelijkheid te nemen. Dat moest ik van hem lezen. De lat moest hoog liggen. Dat ging niet over geld of status, maar over de samenleving waarin je een rol moest spelen. Wat je ook doet, straatartiest of dokter, doe het goed.’

Hecht je vandaag nog veel belang aan zijn oordeel?

Vandermeersch: ‘Natuurlijk. Mijn secretaresse kent inmiddels zijn handschrift. Hij spelt de krant en levert graag commentaar, vaak in versvorm. Hij is een soort rederijker. Maar ja, zijn zegen betekent zeer veel voor mij. Zoals die avond toen ik in Pauw & Witteman deemoedig het hoofd boog in de zaak-Friso. Dat kwam aan het eind van een vreselijk lastige, alles verterende dag. Die avond was erg eenzaam. Alles was op. En toen, in de auto terug ter hoogte van Utrecht, was er plots die sms van mijn vader: “Dit was goed.’’ Toen heb ik gehuild. Dat ene sms’je, het was genoeg om me overeind te houden.’

Soms geeft een drama een mens ook juist sporen. Tragisch, maar zo was het bij Peter toch toen zijn zus verongelukte.

Vandermeersch: ‘Het heeft me nog gulziger gemaakt in het leven dan ik al was. Mijn zus was veertien maanden jonger. Ze was mijn beste maatje. Ze is er nog altijd bij op familiefeestjes. “Er ontbreekt iemand’’, zegt mijn moeder dan wanneer ze mijn zus, mijn broer en mij op een rijtje ziet zitten. En dan huilt ze weer. De dood van mijn zus was een katalysator voor veel. Het is vreselijk dat daarvoor zo'n drama moest gebeuren. Mijn vader is er een mooiere mens door geworden. Het jaar voordien was zijn wereld nog ingestort toen mijn lief zwanger werd en ik moest trouwen.
Van ’t Hek: ‘Zei je net niet dat je zo’n slimmerik was?’
Vandermeersch: ‘Ja, maar niet zo handig. Hoe dan ook, mijn lief en ik studeerden nog, ik moest in een café gaan werken om de kosten te betalen. Maar met de dood van mijn zus was dat allemaal futiel. Ik ben ongelovig, maar ik ben er een sterkere humanist door geworden, het heeft mijn geloof in mensen nog aangescherpt. En vooral: je wilt na zo’n verlies geen dag van je leven meer missen. Carpe diem. Dat vertaalde zich in de eerste jaren na haar dood ook weleens in een heftig zuipen. Later ging ik die energie beter richten.’

‘Leef toch je leven als het allerlaatste uur’, heette het ook al bij Youp in een van zijn
vroegste shows.

Van ’t Hek: ‘Is toch ook zo? 99 procent van de mensen loopt onbedaarlijk te zeiken. Mijn
collega krijgt wél een kilometervergoeding en ik niet. Wat schiet je ermee op, met al dat
somberen? We worden geboren, we gaan dood. En in tussentijd zeg ik mijn moeder na: nou en? Ik heb haar weleens gevraagd: “Mama, ben je bang voor de dood?’’ Zij: “Jij?’’’

En?

Van ’t Hek: ‘Doodsbang, maar nu minder dan toen ik veertig was. Nu zie ik dat het onvermijdelijk is. Het komt dichterbij, ik ga dood en ik hoop dat het op een wijze manier gebeurt. Het heeft meer impact als je jong bent. Mijn zoon was dertien toen een meisje uit zijn klas werd overreden. “Waarom?’’, vroeg hij mij. “Dat gebeurt’’, hoorde ik mezelf zeggen. Hij is nu 21 en we hebben het er nog vaak over. Toen ik zelf in de lagere school zat, kwam een tweeling om in een brand. Dat heeft mijn leven bepaald.’
Vandermeersch: ‘De impact van het nietvervulde leven. Zo was het met mijn zus.’
Van ’t Hek: ‘Het was een engelenmis, voor die twee kindjes. Twee witte kindjes. Alles was wit. Ik was zes en die meisjes waren dood. Vanaf dan is alles onzin geworden, kon ik met alles lachen.’
 

Dit is een fragment van een veel langer interview dat u dit weekend in DS Weekblad vindt.