Vier op de tien voorwaardelijke invrijheidstellingen mislukt
Foto: BELGA
In 2011 zijn vier op de tien voorwaardelijke invrijheidstellingen stopgezet of herroepen omdat de persoon in kwestie zijn voorwaarden schond of nieuwe feiten pleegde. Dat blijkt uit het activiteitenrapport van het directoraat-generaal justitiehuizen.

 De voorwaardelijke invrijheidstelling kan gevraagd worden door gedetineerden die veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf van meer dan drie jaar effectief, nadat ze één derde van de straf hebben uitgezeten of twee derde in geval van recidive. De strafuitvoeringsrechtbank oordeelt of een gedetineerde vrij kan komen onder voorwaarden, en de justitie-assistenten volgen op of die voorwaarden nageleefd worden.

Vorig jaar behandelden de justitiehuizen 724 voorwaardelijke invrijheidstellingen. In 406 gevallen of 56,1 procent werd de opdracht voltooid, maar in 295 gevallen of 40,7 procent werd het mandaat stopgezet of herroepen.

Evaluatie na aanslag Luik

Het directoraat-generaal heeft na de aanslag in Luik op 13 december, waarbij de voorwaardelijk vrijgelaten Nordine Amrani vijf mensen doodde, mislukte dossiers opnieuw bekeken. 'Het voorval heeft de justitiehuizen aangezet tot een reflectie over de rol van de justitieassistent in het systeem van de voorwaardelijke invrijheidstelling. We hebben een analyse uitgevoerd op alle dossiers waarin opnieuw feiten werden gepleegd. Het doel is voorstellen te formuleren aan de minister om de opvolging op een aantal punten te verbeteren. Bij die analyse zal vooral de informatiedoorstroming tussen de justitiehuizen, de politiediensten en de parketten bekeken worden', zegt Wyseur.

In 2010 bedroeg het aantal 'mislukte opdrachten' wat betreft voorwaardelijke invrijheidstelling 302 gevallen of 42,3 procent van het totale aantal.