Vijf dingen die u moet kunnen met naald en draad
Een naaimachinereclame uit grootmoeders tijd. Foto: singer
Uw grootmoeder kon het nog, uw moeder een beetje en u helemaal niet meer: naaien, breien en haken. In de jaren 'stillekes' werden sokken gestopt in plaats van weggegooid, werden broeken zelf ingekort en kleren vaak ook thuis gemaakt. Wij tonen u vijf dingen die u, net als in de jaren van weleer, moet kunnen met naald en draad.

1. Een kous stoppen

Toegegeven, in deze tijden van 3 paar voor 5 euro loont het bijna niet de moeite om een gat in een kous te stoppen. Voor duurdere sokken, of een zelfgemaakt paar dat u niet kunt weggooien, kunt u het wel proberen.


Nodig:

een kous met een gat in,

stopwol of naaigaren (liefst in dezelfde kleur als de kous),

een naald

Werkwijze:

Een gat in een kous stopt u door het dicht te weven.

1. Doe de kous binnenstebuiten, en span hem met het gat over een thee-ei of eierschaal. Op internet zijn allerlei hulpjes te vinden om in de sok te steken zodat de stof op zijn plaats blijft, maar met een thee-ei lukt het ook.

2. Stop de naald in de rechteronderhoek van het gat, en laat hem er aan de linkerkant weer uitkomen. Steek de naald opnieuw rechts van het gat, net boven de vorige steek, en haal hem links weer boven. Span zo een aantal draden, tot u linksboven van het gat uitkomt en het gat helemaal bedekt is.

3. Weef nu verticale draden door de horizontale. Haal de naald over de eerste draad heen, onder de tweede, enzoverder. U begint linksboven tot u linksonder uitkomt, om vervolgens iets naar rechts op te schuiven en van onder naar boven te weven, tot het hele gat ook bedekt is met verticale draden.

4. Maak de draad vast, en knip hem af.

Hieronder vindt u een filmpje van hoe het moet:

 

2. Een kledingstuk pimpen


Het moeten niet altijd geborduurde tekeningetjes of opzetstukjes uit de rommellade van grootmoeder zijn. Een simpel T-shirtje of slabbetje kunt u zo upgraden en personaliseren met flockfolie (ook wel strijkvelours genoemd), een laagje zacht fluweel dat u op textiel kunt strijken.

Nodig:

een saai kledingstuk (een topje of kruippakje bijvoorbeeld),

een vel flockfolie (te koop bij onder meer De Banier)

Werkwijze:

1. Teken een figuurtje of letters naar keuze op de gladde zijde van de folie, en knip ze uit.

2. Leg de figuur met de matte kant op de stof.

3. Strijk er zo'n 20 à 30 seconden over zonder stoom, en laat dan afkoelen. Vervolgens haalt u er de glanzende laag af, dan pas wordt de flockfolie fluweelachtig.

Strijkvelours is wasmachinebestendig tot 40 graden, maar kan niet tegen de droogkast.

 

3. Een kussenhoes maken


Heel eenvoudig, ook al heeft u van naaien geen kaas gegeten. Leen snel even de naaimachine van de schoonmoeder, hier bent u nauwelijks een uurtje mee bezig.

Nodig: 

een lang rechthoekig stuk stof,

een kussen,

naaigaren,

kopspelden,

naaimachinenaalden

Werkwijze:

1. Om de grootte van het stuk stof te bepalen, meet u de afmetingen van uw kussen. Voeg er 2,5 cm bij voor de breedte. Vermenigvuldig de lengte met twee, en voeg er 15 cm bij. Voor een kussen van 45×45 cm komt dat dus op een rechthoekig stuk stof van 47,5×105 cm.

2. Plaats uw stuk stof met de rechterkant (de mooie, afgewerkte kant, red.) naar beneden. Vouw de twee korte zijden 1,5 cm naar binnen, speld vast en strijk. Vouw opnieuw 1,5 cm naar binnen, en strijk opnieuw. Speld vast en stik op 2 mm van de binnenste boord. (Tip: vergeet nooit in het begin en op het einde van het stiksel te hechten, d. i. nog eens naar achter en voor te stikken, anders komt de draad los.)

3. Vouw de linker- en rechterkant van het stuk stof over elkaar, en laat ze 10 cm overlappen. Speld de onder- en bovenkant vast. (Tip: steek kopspelden nooit in de richting van hoe u gaat naaien, maar dwars, anders breekt u uw naald.)

4. Stik zowel de boven- als onderkant op 13 mm van de rand. Voor u gaat vaststikken, legt u best eerst even uw kussen op het vierkant, om te zien of het erin kan, en of u niet te veel plaats over hebt.

5. Draai de kussenhoes binnenstebuiten. Duw de hoekjes uit met de achterkant van een potlood, en stop er uw kussen in.

 

4. Een boodschappentas ineensteken


 

In bomma's tijd werd niet aan elke kassa een plastic zakje meegegeven, en naar de markt gingen uw grootouders gewoon met een herbruikbare tas van thuis. De handleiding hieronder is voor een rechthoekige boodschappentas, maar u kunt er natuurlijk ook een vierkante van maken, zoals op de foto, en zakjes op naaien.

Nodig:

stof (katoen of canvas),

naaigaren,

naaimachine,

naainaalden,

kopspelden

Werkwijze:

1. Knip twee rechthoeken van 45 op 52 cm uit de stof, alsook twee stroken van 65 op 10 cm.

2. Vouw een strook dubbel in de lengte, strijk er goed over, en vouw weer open. Vouw de twee lange kanten tot in het midden, en vouw ze samen. U hebt nu vier lagen stof op elkaar. Strijk erover, en stik langs de lange zijden op 2 mm. Werk de korte kanten af met een zigzagsteek.

3. Doe hetzelfde voor de andere strook. U hebt nu twee hengsels.

4. Leg de twee rechthoeken voor de tas met de goede kant op elkaar. Speld de korte zijden en een lange zijde vast, en stik de drie zijden op 1 cm. De drie naden die u nu heeft, werkt u af met een zigzagsteek, zodat de stof niet gaat rafelen.

5. Maak bovenaan de tas een dubbele zoom, door de rand twee keer 2 cm over te plooien, te strijken, vast te spelden en rondom rond op 2 mm te stikken.

6. Leg de tas (nog steeds binnenstebuiten) plat op tafel, en speld de twee uiteinden van een hengsel bovenaan op de zoom, op elk 15 cm van de zijkant. Stik een vierkant op het deel van het hengsel dat op de zoom ligt, en stik daar dan diagonaal een kruis in.

7. Doe hetzelfde met het andere hengsel aan de andere kant, en draai de zak binnenstebuiten.

 

5. Een rok maken


Voor dit rokje, geleend van de blog van Elisanna, hoeft u evenmin over uitgebreide naaiskills te beschikken. Er hoeft geen rits in, knoopsgaten maken is niet nodig en veel denkwerk komt er ook niet aan te pas. Het enige wat u moet weten, is uw tailleomtrek - of die van wie u met het rokje wil plezieren. 

Nodig:

stof (katoen is makkelijk voor beginners, gevorderden kunnen ook met tricot - dat rekt - aan de slag),

een tailleband (koopt u online of op een stoffenbeurs),

naaigaren,

een naaimachine,

naaimachinenaalden,

kopspelden,

patroonpapier (of een oude krant),

een lintmeter,

een kleermakerskrijtje of stukje zeep

Werkwijze:

1. Voor de tailleomtrek meet u met de lintmeter de omtrek van uw taille, ter hoogte van de navel, in centimeters.

2. Op het patroonpapier tekent u het rokdeel, zoals het onderste deel in de onderstaande afbeelding. De bovenkant moet de lengte (tailleomtrek + 6)/2 hebben. B is de lengte van de rok (naar keuze). Voor de trapezium die u gaat tekenen moet u daar dus de breedte van de tailleband die u heeft gekocht, aftrekken. De boven- en onderlijn moeten wel wat gebogen zijn.


3. Leg het patroon op de stof, speld het vast en teken het twee keer over met kleermakerskrijt. Bovenaan en aan de zijkanten doet u er 1 cm bij voor de naad, onderaan 2 cm. Knip de twee delen (voor- en achterkant) uit. 

4. Leg de twee rokdelen met de mooie kant op elkaar, en speld ze aan de zijkanten vast. Stik de zijkanten op 1 cm. Werk de naden af met een zigzagsteek.

5. Uit de tailleband knipt u een rechthoek met een lengte van (tailleomtrek - 7,5) + 2 cm, en een breedte van 13 cm. Plooi de band in de lengte met de goede kanten op elkaar, stik de korte zijden aan elkaar op 1 cm, en keer weer binnenstebuiten.

6. Plooi de band nu dubbel in de breedte, en markeer vier punten met kopspelden: waar u hebt gestikt (middenachter voor uw rokje), dan middenvoor, en nog twee zijkanten. Uw vier spelden moeten op gelijke afstanden van elkaar zitten.

7. Draai het rokje, dat u daarnet hebt gestikt, met de goede kant naar buiten, en markeer dezelfde vier punten: de twee zijnaden, middenvoor en middenachter.

8. Volgens deze markeerpunten speldt u de tailleband op de rok, met de bovennaden samen. Aangezien de tailleband kleiner is dan de bovenrand van de rok, moet u de band wat uitrekken tijdens het vastspelden.

9. Draai de rok weer binnenstebuiten, en stik het rokdeel vast een de tailleband, op 1 cm. Werk de naad weer af met een zigzagsteek. Draai de rok weer goed.

10. Om de zoom af te werken, plooit u de onderkant van de rok overal 2 cm naar binnen, en stikt ze vast.

U kunt de rok ook versieren met figuren uit strijkvelours (zie punt 2).