Een met de mond gegraven graf
Foto: © Jimmy Kets
So it goes. Mensen zijn zo verontwaardigd omdat een meisje wordt gepest, dat ze zelf gaan pesten. Dat oorspronkelijke filmpje, waarin een meisje van dertien door een schoolgenote aan het haar wordt getrokken, geslagen en gestampt: het is schrijnend, welzeker. Maar de manier waarop de daderes vervolgens op drie ‘haatgroepen' op Facebook wordt geïntimideerd en met de dood bedreigd – haar telefoonnummer en thuisadres worden vrijgegeven, uit de comments blijkt dat ze ook werkelijk is opgebeld om te worden uitgescholden – het is om jezelf te bedelven in een met de mond gegraven graf, zo deprimerend.

Ik hoop dat uw kennis van het West-Vlaams en jongerenjargon fris genoeg is, want dit is de oogst van één dag opkomen voor de zwakkeren: ‘Fuck die stomme hoer.' ‘da kutkind ik wildie neersteke.' ‘Stoer wi vaje stomme aandachtshoer aje peist datda cool is mo nu ejet trug eh nu pest iedreen jou !! KARMA' (Karma?) ‘Biatch.' (Ha, Snoop Dogg.) ‘ken der wok geen medelijden me wi.' ‘tis thopen daze stikt inhaar mes.' En dan vraagt er dus iemand haar nummer, waarop de volgende conversatie zich ontspint: ‘probeer eens *** te bellen, is hr huisnummer.' ‘HAHAHA, die nam op en zei: Zal het een beetje gaan ja?' ‘bezet ???? die pokketeef weet hoe laat het is ..... zalige vakantie, hopelijk krijg je geen rust !!!!!' En dit is er eentje voor Guido Gezelle: ‘zukke zotte dis pokketeef.' Waarop een laatste reageert: ‘Wjoow! Ik heb geen belwaarde om da kind uit te kakke! En ik heb een vriendschaps verbod! ma wagt maar!! Ask da trg heb.. Zij gaat eraan.'

Hierna verlangt een mens naar de meest grondige reorganisatie van het secundair onderwijs. Dit is zo marginaal, zo uitzichtloos. Ging dit over een volk dat ik minder goed kende, ik zou zeggen dat er iets mis was met hun cultuur.

Het is ook het beste bewijs dat de strategie van de grote klok, het uitschreeuwen van een onrecht door de grootste megafoon die er bestaat – het internet en de klassieke media – een probleem alleen maar verergert. Al die hakkelende tieners, weerloos tegen hun eigen wrok: ze zijn niet meer dan een speelbal van de hoogste en nobelste, en de laagste en meest verachtelijke impulsen uit hun jonge hart: medeleven en haat, wreedheid en beschermingsdrang. Ze uiten hun verlangen naar respect en tolerantie in een stroom van bedreigingen en haat.

En morgen is het weg. Morgen staan pester en gepeste weer eenzaam tegenover elkaar, nog beschadigder dan voorheen, teruggeworpen in de onveranderde realiteit van een persoonlijk conflict – een conflict waar al die onbekenden uit de krant of op het web, met hun virtuele solidariteit en hun vrijblijvende scheldtelefoontjes, hen niet mee kunnen helpen.

Uit deze hele zaak spreekt alweer die merkwaardige omgang met de openbaarheid. Eerst en vooral vanwege de pesters: ze filmen hun wangedrag, omdat ze naar eigen zeggen ‘herinneringen' willen ‘voor later'. Bon, als ik me verplaats in iemand die geniet van zijn eigen wreedheid, kan ik me eventueel voorstellen dat ze die beelden aan naaste vrienden willen laten zien, mensen die het slachtoffer ook kennen, en dat ze die dus bewaren op hun computer of hun telefoon. Maar dat doen ze niet: ze zetten ze op YouTube, waar ze door de hele wereld kunnen worden bekeken. Waarom?

Hetzelfde geldt voor het slachtoffer en haar moeder. Ik kan me perfect voorstellen dat ze die beelden wilden gebruiken om de pesters een hak te zetten. En ze dus tonen aan de directeur van de school, of eventueel aan andere bekenden, die de pesters ook kennen. Maar dat deden ze niet. Ze zetten het filmpje op een open Facebookpagina, waar het door de hele wereld kon worden bekeken. Vervolgens gingen ze er voor één miljoen lezers mee in de krant staan. Waarom?

Erkennen we geen gradaties van openbaarheid meer? Leeft iedere burger alsof hij door de hele maatschappij wil worden bekeken? Of beseffen we nog altijd niet op welke schaal we communiceren, als we op het internet gaan?

Wat het mij in ieder geval leert, is dat conflicten met bedrijven kunnen worden opgelost door ze aan te klagen bij Peeters en Pichal. Maar de meeste conflicten ontstaan in een kleine kring van bekenden. Daar waar onze levens zich echt afspelen.