Gebuisd? Ga in beroep!
Rector Van Cauwenberge Foto: Michiel Hendryckx
Bij het einde van het academiejaar worden ook de buizen weer met karrenvrachten aangevoerd. Toch kunnen studenten - met of zonder advocaat - vandaag beroep aantekenen. Paul Van Cauwenberge, rector van UGent, erkent dat het fenomeen een last is, maar zegt dat de universiteit ook ‘leert uit de klachten’.

‘Wie niet slaagt en niet akkoord gaat met het oordeel van de docent, kan bij de interne beroepscommissies van de universiteiten en hogescholen terecht. Wie daar zijn gelijk niet haalt, kan sinds 2004 met een advocaat in de arm nog aankloppen bij de Raad voor Betwistingen inzake Studievoortgangsbeslissingen.’

Doen de Vlaamse studenten dat ook effectief?

‘In 2011 tekenden 157 studenten aan de Universiteit Gent intern beroep aan. Dat zijn er 16 meer dan in 2010, een stijging van acht procent. In 2009 waren er dat nog 91 - zo sterk neemt het niet meer toe.’

In twee jaar is dat toch bijna een verdubbeling.

‘Die acht procent stijging is geen verrassing, we rekenden zelfs op meer. Ik hecht meer belang aan het feit dat de stijging afzwakt - de eerste resultaten voor 2012 volgen die tendens. Maar de procedures zijn eenvoudiger en bekender, dus is het logisch dat men er meer gebruik van maakt. En als je bedenkt dat jaarlijks 30.000 studenten examen afleggen voor zeven of acht opleidingsonderdelen, blijft het al bij al een kleine fractie van de studenten die beroep aantekent.’

Op basis waarvan tekenen zij dan beroep aan?

‘Van de 157 studenten was er één op spieken betrapt. De rest had betrekking op het niet krijgen van vrijstellingen voor vakken of deliberatie. Maar het hoogste percentage van de klachten - 63 procent, om precies te zijn - gaat over het examencijfer zelf. Studenten met een acht of negen op twintig die vinden dat ze meer verdienen.’

Hoe reageren uw professoren in die gevallen?

‘De meesten hebben begrip voor de situatie. Ze weten dat de mogelijkheid tot beroep bestaat en dat ze hun cijfers moeten kunnen motiveren. Wat niet wil zeggen dat ze het graag doen. Het betekent een boel extra werk. Voor een schriftelijk examen volstaat een kopie, maar als het een mondeling examen was, moeten ze elke vraag kunnen motiveren. Ook voor ons als universiteit is dat een last. Wij moeten ook een jurist afvaardigen die onze beslissingen verdedigt. Dat kost tijd en geld.’

Wordt de discussie vaak persoonlijk?

‘Er zijn soepelere en strengere professoren. Meestal gaat het echter om vakken die niet
onmiddellijk bij een opleiding aansluiten: statistiek in een humane opleiding, bijvoorbeeld. Omdat het daar doorgaans niet wemelt van de wiskundeknobbels, wordt dat al snel gezien als een buisvak. Maar als de grote meerderheid slaagt, kan de prof meestal makkelijk aantonen dat een student niet voldoet aan de eisen.’

Is de beoordeling van mondelinge examens, stages of masterproeven niet per definitie subjectief?

‘Bij stages is er een persoonlijke interactie tussen de begeleider en de student - en dat kan tegenvallen. Sommige professoren laten dat zwaarder doorwegen dan anderen. Een masterproef wordt in samenspraak met twee commissarissen beoordeeld, dus in dat geval is er nog onderlinge deliberatie. En tegenwoordig moeten professoren bij elke vraag van een mondeling examen hun cijfer kunnen motiveren - vroeger moest dat niet.’

De universiteit past haar reglementen en afspraken aan?

‘Ja, we leren uit de klachten en discussies. In een zestal gevallen gaf de Raad ons vorig
jaar ongelijk en dan communiceren wij ook openlijk waar we in de fout zijn gegaan. 24
procent van de interne verzoeken vorig jaar is ingewilligd: wij nemen dat heel serieus. En het examenreglement wordt door die juridificatie alleen maar scherper. Alles wordt specifieker uitgeschreven, zodat er zo weinig mogelijk twijfel kan rijzen. Ik schat dat het reglement ondertussen maar liefst tachtig bladzijden telt. Toch raad ik studenten aan om het grondig door te nemen.’